Colony Wars: Red Sun

Retromania

di 20/02/2018
Ronald
0 reacties

In de derde aflevering van hun inmiddels opgedoekte serie PlayStation-exclusives brachten de makers van Colony Wars een vleugje psychedelica in hun reeks combatsims. Het maakte van Red Sun (2000) misschien niet de beste, en zeker niet de commercieel succesrijkste, maar wel de meest gedurfde aflevering uit de franchise.

We beginnen deze aflevering van Retromania met een kleine persoonlijke noot. Colony Wars: Red Sun was, in het voorjaar van 2000, de allereerste videogame die ik ooit heb gerecenseerd. (En daarvoor ook werd betaald, natuurlijk: anders ging een probeersel voor een review van Daley Thompson's Decathlon (1984), door mijn twaalfjarige ik, en vervolgens eentje van Carmageddon (1997) in een studentenblaadje hem vooraf.) En ook achttien jaar na dat recensiedebuut in een inmiddels allang weer opgedoekt multimediamagazine blijft de space combat simulator Colony Wars: Red Sun hangen. Zijn lekker gewillige besturing, bijvoorbeeld, met voorop de keuze tussen first- en third-person-perspectief. Zijn sfeervolle decors, die leken op verre voorlopers van die van moderne games als No Man's Sky. Zijn muziek, ook: de makers van de game hadden een filharmonisch orkest ingehuurd om de soundtrack in te spelen, met epische pauken en strijkers, en dat gaf een enorme meerwaarde aan de game. Meer nog: Colony Wars: Red Sun was - na voorloper Castlevania: Symphony of the Night (1997) nog steeds een van de pioniers in dat gebruik.

Get some!

Colony Wars: Red Sun kreeg niet de beste score opgedist door internationale reviewers (al is 84 procent op aggregator Gamerankings ook weer niet zo kwaad), maar was in veel opzichten een enorme verbetering ten opzichte van Colony Wars (1997) en Colony Wars: Vengeance (1998), de twee vorige delen in de serie. Naast de orchestrale score en de verbeterde besturing vielen ook de rijkere texturen op: dit was natuurlijk een erg late titel voor de eerste PlayStation (de PS2 zou enkele maanden later, in november 2000, in de winkels landen), en late titels zien er altijd wat beter uit dan vroege, natuurlijk.

Voor het gamelabel achter Red Sun had de game overigens iets van een zwanenzang.

De game zette bovendien een episch space opera-verhaal verder, dat het in cutscenes tussen de vlieg- en schietsequenties door vertelde. In de eerste Colony Wars kwam je als speler terecht in een bloedige oorlog tussen het decadente, fascistoïde Earth Empire en de rebellerende League of Free Worlds, een kleine coalitie van koloniale werelden die een eind wilden maken aan de overexploitatie van hun natuurlijke rijkdommen en hun onafhankelijkheid eisten. De speler dook in die eerste game, als een rebellerende rookie, in de vuurhaard van die revolutie, in vervolg Colony Wars: Vengeance speelde hij dan weer een strijder voor de Aardlingen, die het ineens moesten opnemen tegen een Robespierre-achtige figuur die met ijzeren vuist over de League regeerde.

Zwanenzang

Red Sun speelde zich af in dezelfde periode als Vengeance, maar verliet die raamvertelling om zijn verhaal te focussen op Valdemar, een huurling die in een of ander visioen de mysterieuze General ontmoette, een letterlijk doorluchtige figuur die hem de opdracht gaf om op zek te gaan naar het mythische ruimteschip Red Sun. Dat verhaal werd in cutscenes verteld, tussen de gamesequenties door, en de makers van de game hielden zich niet in om je te vertellen dat er 28 verschillende cutscenes in Colony Wars: Red Sun zaten. Ooit probeerden gamemakers daar dus effectief indruk mee te maken, zo blijkt.

Voor het gamelabel achter Red Sun had de game overigens iets van een zwanenzang. Psygnosis, gevestigd in het Britse Liverpool, was een bekend gamelabel in de late jaren 80 en de vroege jaren 90, met titels als Obliterator, Blood Money, Shadow of the Beast en Lemmings. In 1993 nam Sony het bedrijf over in voorbereiding van de release van zijn PlayStation-console, die in 1995 in de winkelrekken verscheen. Eind 2000, niet zo lang na de lancering van Colony Wars: Red Sun, werd Psygnosis als label opgedoekt, en werd de studio herdoopt tot Sony Computer Entertainment Liverpool Studio. In 2012, tot slot, werd het filiaal gesloten.