Alle videogamenieuws van de Consumer Electronics Show (CES)

"Er zat dit jaar stevig wat schot in hardwareproducten voor gamers"

za 12/01/2019
Ronald
0 reacties

Videogames spelen meestal tweede of derde viool op de jaarlijkse Consumer Electronics Show in Las Vegas: gamebedrijven laten zich natuurlijk liever zien op GDC, E3 of Gamescom. Maar toch zat er dit jaar stevig wat schot in hardwareproducten voor gamers, ontdekte ik toen ik door de hallen van de conventie liep.

Gaminglaptops

PC-fabrikanten pakken natuurlijk wèl groots uit op CES, en laat gamers nu net - met de opmars van smartphones en tablets voor alledaags internetgebruik - een belangrijke afzetmarkt geworden zijn voor hen. Vooral van gaminglaptops was er vorig jaar al een aanzienlijke aanwezigheid, en die wordt tijdens editie 2019 verdergezet. Acer toonde bijvoorbeeld twee nieuwe laptops onder zijn Predator-gamingmerk.

De grootste van de twee, de Predator Triton 900, is zelfs iets relatief nieuws in het segment van de gaminglaptops: het is een convertible, wiens 17-inch-scherm kan worden gedraaid of gekanteld. Het scherm heeft een 4K-resolutie. Er zit een glazen trackpad aan de rechterkant van het toetsenbord, zodat je een natuurlijke houding kunt aannemen terwijl je tegelijkertijd de trackpad als het toetsenbord gebruikt. Binnenin zit een Nvidia GeForce RTX 2080-gpu en een maximaal zeskernige Intel Core i7-processor. Het toestel is, met zijn 23,75 millimeter, ook erg dun. Zijn vanafprijs is, met € 4.299, natuurlijk wel erg stevig.

Predator Triton 900

Een prijsniveau of twee lager (vanaf € 1.999) zit vervolgens de Predator Triton 500, een 15,6 inch-model dat erg dun (17,9 mm) en licht (1,9 kg) is voor een gaminglaptop. Onder de lichte bast zit eveneens een Nvidia GeForce RTX 2080-gpu en een Intel Core i7-processor. De batterijduur van het ding is maximum 8 uur. De Triton 500 wordt, net als het 900-model, verkoeld met Acers AeroBlade 3D-ventilatietechnologie en de CoolBoost-feature, die alle cruciale componenten koel houdt tijdens lange gamesessies.

Predator Triton 500

Ook op de Lenovo-stand stonden er twee nieuwe gaminglaptops. De Legion Y740 heeft, in zijn krachtigste 17-inch-model tenminste, een GeForce RTX 2080 Max-Q-GPU en een Intel Core i7-processor uit de achtste generatie van die chipstandaard. Hij weegt maar 2,9 kilogram (het 15-inch-model zelfs maar 2,2 kg), wat relatief licht is voor een krachtige pc. De binnenkant wordt verkoeld met een thermisch 'Legion Coldfront'-koelingssysteem. Het luidsprekersysteem is Dolby Atmos. Het 17-inch-model kost € 1.999, de 15-incher € 1.699.

Legion Y740

Tegelijkertijd kwam Lenovo met de Y540 op de proppen: een iets minder krachtige, maar ook iets minder prijzige gaminglaptop (slechts een duizendje!) die vooral gericht is op mobiliteit. Er zitten onder meer een Harman Kardon-audiosysteem in (met Dolby Atmos-ondersteuning), en eveneens dat Legion Coldfront-koelingssysteem. De grafische kaart is een GeForce RTX 2060.

Legion Y540

Van Alienware, het gaminglabel van pc-fabrikant Dell, viel vooral Alienware Arena-51m op, volgens Alienware zelf de krachtigste gaminglaptop op de planeet: hij heeft een 17-inch-display en een achtkernige desktopprocessor. Het is de eerste laptop in Alienwares nieuwe Legendis-designstijl, waarin ook een nieuwe koeltechnologie vervat zit om overclocking te faciliteren.

Alienware Arena 51m

PC-monitoren

Een ander slagveld waarop meerdere hardwarefabrikanten elkaar kwamen bekampen op de CES was dat van de gamingmonitoren. Gamen op een tv gaat prima wanneer je op een console speelt, maar het beeld van een deftig opgepierde gamingpc komt alleen maar tot zijn recht wanneer het beeldscherm bepaalde accenten legt. Zoals de op de CES-stand van HP voorgestelde OMEN X Emperium, een joekel van een monitor met een 65-inch-scherm en een ingebouwde soundbar. De beeldverversingssnelheid is een uitstekende 144 Hz, en het breedste kleurenspectrum wordt gegarandeerd met de speciaal op gamingpc's toegespitste Nvidia G-Sync HDR. Met een richtprijs van €4,799 is het natuurlijk wel een prijzig machien.

HP OmenX Emperium

Samsung had ook een paar gamingmonitoren op zijn stand staan. De meest in het oog springende, de CRG9, zoekt het vooral in de breedte: het is een 49-inch-monitor met een beeldverhouding van 32:9. Met de beeldverwerkingssnelheid van 120Hz moeten beeldvertraging en motion blur tot een minimum worden herleid, en de resolutie van het scherm - 5120 x 1440 - oogde ronduit spectaculair op de stand. Vanzelfsprekend voor een monitor van deze breedte is het beeldscherm lichtjes gebogen. Je kunt het scherm natuurlijk gebruiken om er één beeld op uit te spreiden, maar met Picture-by-Picture-technologie kun je ook twee dingen tegelijkertijd bekijken op hetzelfde scherm. Vanaf april verkrijgbaar, voor een richtprijs van € 1.499.

Samsung CRG9

De zonet al aangehaalde Nvidia G-Sync-technologie, net als een beeldverversingssnelheid van 144 Hz, zit ook in de Nano IPS UltraGear-monitor van LG Electronics. Beeldresolutie is 3840 x 1600, het ding heeft een gebogen scherm met 21:9 beeldverhouding, en er zijn bijna geen randen meer. Richtprijs nog niet bekend.

LG Nano IPS Ultragear

HTC Vive Pro Eye

De interesse voor virtual reality blijft tanen. Correctie: ze duikt gewoon de kelder in!  Volgens marktstudiebureau IDC werden er vorig jaar wereldwijd slechts 4,6 miljoen vr-brillen verkocht, in 2017 waren dat er nog 6,7 miljoen. Maar fabrikanten van die dingen zitten erin voor de lange mars. Sony blijft hardnekkig zijn line-up van PlayStation VR-games uitbreiden (op de stand van de fabrikant, waar tot ieders verbazing nauwelijks hardwareproducten te zien waren, was er een drukke aanwezigheid van onder meer Astro Bot Rescue). En HTC toonde me in een gehuurde balzaal van het Wynn-casino op de strip de HTC Vive Pro Eye, de nieuwste versie van het topmodel van het bedrijf. De belangrijkste nieuwigheid is dat het toestel nu eye tracking aan de binnenkant heeft: het punt waar je naar kijkt in de virtuele wereld wordt constant geregistreerd.

Dat klinkt enorm onspectaculair, maar het kan een belangrijke mijlpaal worden in de ontwikkeling van VR. Oogtracking zorgt er om te beginnen voor dat de simulatie waarin je zit alleen maar dat deel van het beeld op scherp moet zetten waar je op dat moment naar aan het kijken bent: de visuele informatie die in je ooghoeken wordt opgenomen wordt waziger gemaakt. Dat levert op twee vlakken winst op. Het eerste is dat je ogen minder vermoeid zullen geraken: een deel van de reden waarom heel wat VR-gebruikers onwel worden is omdat ze de volledige wereld op zijn scherpst op hun oogbollen krijgen. Maar het kan er op termijn ook voor zorgen dat je een minder krachtige (en dus dure) pc nodig hebt om VR-toepassingen en -games te kunnen draaien.

Bovendien, zo merkte ik tijdens een paar demo's, geeft het een paar rake toepassingen. Tijdens een korte demo van een F16-vluchtsimulator volstond het om iets langer naar een welbepaald object in de 3D-wereld te kijken om (aangegeven met een opvullend metertje) dat aan te 'klikken'. De technologie werd vooral getoond in simulaties (onder meer ook een baseball-trainingssimulator met een plastic bat die honkbalassociatie MLB liet ontwikkelen), maar je ziet zo de mogelijkheden voor 'echte' games.

HTC Vive ProEye

En natuurlijk: Nvidia!

Op hardwarebeurzen als CES en IFA (ieder jaar begin september in Berlijn) is er maar één gamingmerk dat écht prominent aanwezig is: Nvidia. De Amerikaanse chipfabrikant maakt halfgeleiders voor verscheidene doeleinden: het bedrijf stelde op CES bijvoorbeeld ook een nieuwe processor voor om autonoom rijdendende auto's voor. Maar het is vooral onder pc-gamers bekend omwille van zijn GeForce-videokaarten. CEO Jensen Huang stelde daar een nieuwe telg in voor tijdens de CES-persconferentie van Nvidia: de RTX 2060, die vanaf 15 januari in de winkels zal liggen voor € 369. Het is een kaart die nieuwere technologieën in de videochips van Nvidia, zoals real-time-raytracing, naar een 'betaalbare' grafische kaart moet brengen. Ik zette dat 'betaalbaar' bewust tussen aanhalingstekens, aangezien de prijs van dit door Huang als 'mid-range'-kaart benoemd product toch weer fijntjes de winkelprijs van een gemiddelde gameconsole heeft.

En natuurlijk: Nvidia!