En zo geschiedde het, Henry belandt na twee dagen wandelen zijn Firewatch-kabine. Een kleine hut, meters boven de grond, is onze uitvalsbasis waaruit we een oogje in het zeil houden. Een bed en bescheiden kitchenette voorzien ons van onze basisbehoeften. Jezelf drie maanden afzonderen van de maatschappij is geen beslissing die je op 1, 2, 3 neemt. Nee, Henry heeft zo zijn eigen redenen om er even op uit te trekken en zijn gedachten op een rijtje te zetten. De reden geven we jullie niet mee, we zouden immers zelf opnieuw in tranen uitbarsten. Firewatch speel je gedurende de hele game vanuit een first-person-perspectief zodat alle gebeurtenissen je nog dieper het verhaal inslurpen.
Hey there Delilah
Tijdens het verkennen van onze hut horen we plots een vrouwenstem in de walkietalkie. De dame blijkt Delilah te zijn, eentje vol pit en een moppentrommel vol droge en cynische grappen. Eigenlijk hoort de vrouw in kwestie onze leidinggevende te zijn, al vervaagt de professionele grens al snel in luchtige gesprekken met de nodige droge grollen. Gestaag leren we Delilah beter kennen en ontwikkelen wat kriebels in onze onderbuik. Het grappige is dat we ze nooit of te nimmer te zien krijgen en toch lijkt het alsof we ze haast kunnen voelen dankzij het ijzersterke en sublieme stemmenwerk.
De gesprekken die we voeren gebeuren te allen tijde met de walkietalkie. Net zoals de toppers van Telltale Games krijgen we beurtelings de keuze tussen een drietal zinnen om Delilah van een antwoord te voorzien. In tegenstelling tot voorgaande games van Telltale beperken deze keuzes zich louter tot de conversaties; de actie komt uit een andere hoek. Het feit dat de conversaties via een walkietalkie plaatsvinden zorgt er ook voor dat er geen ‘awkward silences’ plaatsvinden tijdens de bedenktijd. Een bewuste keuze of achteraf gezien mooi meegenomen? Geen idee, maar het weet ons in ieder geval te smaken.
Emotionele achtbaan
Moeilijk of uitdagend is deze game helemaal niet. Firewatch moet je in huis halen voor de diepzinnige dialogen, het prachtverhaal en de sublieme grafische keuzes die werden gemaakt. De bossen werden cartoonesk neergepend waarbij het geheel met een rode gloed en constante waas van rook werd afgekruid. Die laatste twee zijn afkomstig van de kleine spontane bosbrandjes en de gecontroleerde brandjes die zogenaamde Rangers aansteken om bepaalde delen bos te beschermen. Ja, we hebben zaken bijgeleerd. Het enige pijnpunt is dat de versie die wij speelden (PlayStation 4) niet echt over een stabiele frame rate beschikte waardoor we ons soms wat schokkerig door de bossen van Wyoming begaven. Desondanks is het van tijd tot tijd gewoon eens leuk om halte te houden bij een uitkijkpunt en om even als een zieke pyromaan van het smeulende boslandschap te genieten.
Maar zoals reeds werd vermeld, in Firewatch draait het om de verhalen en de kilo’s losgeweekte emoties. Hoewel de eerste missie de indruk geeft dat we daadwerkelijk als Firewatcher aan de slag zullen gaan, ontdekken we al snel dat er interessantere dingen aan de hand zijn. Het bos heeft zo zijn eigen verhalen en personages waar het één en ander niet pluis is. Een gesloten grot, een omsloten stuk bos, onbekende zendmasten. Er gebeuren hier vreemde dingen…
Time flies when you’re having fun
En voor je het weet verschijnt de aftiteling voor je neus. Het voorgeschotelde verhaal is zo realistisch, zo diep en zo confronterend dat we voor het eerst sinds lange tijd de volledige aftiteling lieten ten einde lopen. Bepaalde zaken werden opgelost, al zijn er nog steeds elementen die met een groot vraagteken in ons geheugen gegrift staan. Net zoals die heerlijke zomer is Firewatch voorbij vooraleer je het goed beseft. In termen van uren speelplezier spreken we dan over een zestal uren. Veel meer kan je ook niet verwachten van een game met slechts vijf PSN-trofeeën en een prijs van een kleine 20 euro.























