Drie jaar geleden zagen we op de E3 een trailer van Mad Max. Er was nog geen sprake van de film, de trailer zag er vaag en tegelijk gepast snoeihard uit. We gingen bescheiden uit onze bol. Mad Max, wie had dat gedacht? Een jaar later, op de volgende E3, was het helaas heel wat minder. We zagen een inspiratieloze, lege, maar vooral lelijke wereld, waarin de Max in kwestie eerst iets onhandigs met zijn wagen deed en zich vervolgens te voet door een paar gruwelijk aftandse animaties wrong in een halve hap actie met een klodder stealth tussendoor. Fragmentarisch knip- en plakwerk zonder noemenswaardige onderbouw of samenhang. Jammer. Op de daaropvolgende E3, die van vorig jaar, was geen Mad Max te bespeuren. Tja, … .
Opgewarmd? Geflambeerd ja!
En dan blijkt de game plots niet dood. We hielden onze reserves, want de kans bestond dat het op ijs gezet gameproject enkel maar opnieuw opgewarmd werd omdat de film er eindelijk aan stond te komen. Niet dus. Wanneer de game zo ergens begin september zou verschijnen, is de film bijna vergeten. Enfin, je begrijpt wat we bedoelen. Het is verdomd moeilijk om die film te vergeten, maar het opportuniteitsvenster is tegen dan nagenoeg dicht. Maakt geen ruk uit, want Mad Max, de game, zou best wel eens sterk genoeg kunnen worden om op zichzelf te staan. Dat zeggen we niet omdat ze ons in Californië uitnodigden, of omdat we de dag tevoren de film over ons heen hadden laten rollen, maar omdat we ons verdomd goed vermaakten. En omdat de game creatief gaan ‘lenen’ is bij een paar andere toppers uit de stal van uitgever Warner, met name bij Shadow of Mordor en de Batman Arkham-games.
Witgeverfde freaks
De opzet en insteek van het verhaal is in grote lijnen hetzelfde gebleven. Je wagen wordt je bij het begin van de game ontnomen en gedurende de vele uren die je in de barre open spelwereld zal doorbrengen, werk je de hele tijd aan een nieuwe kar: de Magnum Opus. Een groots meesterwerk in continue uitvoering zeg maar. Je sluit daarbij een bizar bondgenootschap met Chumbucket, een ex-War Boy. Die witgeverfde kale freaks waarvan je de lookalikes in deze game bij voorkeur tot kamer -excuseer- tot asfaltbreed tapijt platrijdt. Of terminaal ventileert met iets scherps of je trouwe afgezaagde shotgun. Uit het schroot van bepaalde vijanden verzamel je onderdelen waarmee je die Magnum Opus sterker, sneller, slagkrachtiger en/of wendbaarder maakt. We zeggen ‘en/of’, maar hoewel heel wat onderdelen de prestaties van je wagen op een of ander vlak verbeteren, moet er net zo vaak een statistiek opgeofferd worden voor een andere. Zowaar een rollenspelelement, waar je de hele tijd de beste combinatie uit ‘gear’ kan inzetten al naargelang de missie of omstandigheden.
Adellijke balzak
De spelwereld is immens. Red Dead Redemption-immens. Misschien nog net geen GTA V-immens, maar tenzij we ons gruwelijk vergissen, zal het niet veel schelen. Die postapocalyptische arena is opgedeeld in sectoren. Bij het begin van de game worden nagenoeg al die sectoren gedomineerd door barbaarse bendes van War Boys die gehoorzamen aan extra gestoorde killers als Lord Scrotus. En je moet al vrij gestoord zijn als je voor jezelf een naam bedenkt die vrij vertaald ‘adellijke balzak’ betekent. Niet iedereen in deze woestenij heeft het op je bloed voorzien en door forten, uitkijktorens en andere bolwerken te vernielen of van War Boys te zuiveren, maak je de wereld er Far Cry-gewijs niet alleen telkens wat beter op, maar levert je dat bonussen bij bondgenoten op. Hoezeer die bondgenoten ook effectief een handje bijsteken, daar hebben we nog het raden naar. Wel mogen we al zeggen dat voor een dorre, onvruchtbare wildernis er behoorlijk wat variatie in de spelwereld zit. Denk duinen, grote en kleine canyons, rotsformaties, gigantische scheepswrakken en uit schroot en roest opgetrokken burchten.
Slow motion harpoen
De gameplay lijkt op het eerste gezicht vrij evenwichtig verdeeld tussen de actie te voet en achter het stuur van je Magnum Opus. Al lijkt de game je naast de tot afdwalen verleidende centrale verhaallijn je de ruimte te gunnen om het zwaartepunt naar dat stuk van de gameplay te duwen dat jou het beste ligt. En hoewel er hier en daar nog werk aan is, is dit absoluut niet langer de digitale drek die we de vorige keer gepresenteerd kregen. We haalden snipertorens neer door er onze harpoen in te schieten en ons pk-monster in achteruit te gooien. We mikten in tijdelijke slow motion diezelfde harpoen in het pantser van een War Boy-VIP-vehikel legden het meer kwetsbare onderkoetswerk bloot. We beukten met slams, dubbele slams en comboslams vijanden in het decor. We richtten onze shotgun tijdens korte slow motion-momenten op de banden van de tegenstander en we reden de sukkels plat van wie we de wagen total loss geramd hadden. De oppositie is nooit ver weg, je moet steeds een oog houden op de flits die een verafgelegen sniper verraadt en gebruikt je turbo verdomd zuinig. Want in deze wereld is benzine voor je mobiliteit wat water voor je personage is. Je slaat geen kans over om je tank of drinkfles te vullen en als het even kan leg je een reserve aan.
Maxman
Ook de actie te voet begint potentie te vertonen. We infiltreerden een War Boy outpost door eerst door een zwak stuk in de muur te rammen. Omdat munitie schaars is, hielden we onze shotgun in zijn holster, raapten we iets scherps op en gingen we voluit Batman op het eerste groepje War Boys dat we tegenkwamen. Het combatsysteem lijkt helemaal op dat van de man met de vleermuisoren en dat is een goed ding. Je ontwijkt, countert, valt aan, ontwapent, duikt weg, countert en maakt af. Het grote verschil met de man met de cape is dat in tegenstelling tot Batman, Max geen enkel probleem heeft met dodelijk geweld. Hier en daar is het wennen, of vloeken, wanneer je wel over dat ene kniehoge muurtje kan springen maar niet over het andere. Mad Max is zeker niet de enige game die zich daar nog steeds schuldig aan maakt, maar het blijft frustrerend. Zeker als je dat tot een grote omweg dwingt. Eenmaal de boel schoongeveegd en opnieuw gedecoreerd in War Boy-bloed, zochten we de omgeving af op water, benzine en scrap (wat hier het equivalent van goud of credits is), vulden we onze tank en innerlijke mens, en ging het plankgas richting… nergens, want onze tijd zat erop. Damn!






















