Generation Zero

Generation Zero

"Geen absolute topper, maar toch een relatief veelbesproken game"

ma 29/10/2018
Gepreviewed door Niels
0 reacties

Afgelopen weekend was ’t van dat: de closed beta van Generation Zero. Geen absolute topper, maar toch een relatief veelbesproken game die (als alles goed verloopt) ergens volgend jaar verschijnt. Met selling points als “vast open world”, “co-op multiplayer” en “loot-based survival” weten we dezer dagen niet veel. “1980’s Sweden”, “machine invasion” en “persistently simulated world” daarentegen? Yes, please. Dus: hoe zag mijn weekend er uit?

Gedropt in een verlaten dorp waar geen kat rondloopt – ik had niet meteen de indruk dat ik in levensgevaar was. Boy, was I wrong. Na het overlopen van de basisfuncties in het spel trok ik er op uit, al begreep ik niet meteen waarom ik daar moederziel alleen ronddoolde.

Generation Zero draait namelijk rond een robotinvasie die je geboortedorpje (en heel Zweden, zal blijken) met de grond gelijk heeft gemaakt. In ieder geval toch de inwoners: de gebouwen staan nog recht maar de locals zijn spoorloos verdwenen. Velen zijn omgevormd tot robotpaté en de rest is ondergedoken. Aan jou en je strijdmakkers (want dit is bedoeld als co-op multiplayer) om de waarheid aan het licht te brengen en te ontdekken wat er precies aan de hand is.

Geduld is een schone deugd

Na het kaal plukken van een paar leegstaande huizen dook ik de bossen in. Met mijn verrekijker spotte ik in de verte een enkele mech, wat volgens mij een makkelijke prooi zou zijn. Relatief goed bewapend maar zonder enig idee waar ik me aan moest verwachten loste ik mijn eerste dozijn kogels. Veel meer dan de robot serieus pissig krijgen bereikte ik daar niet mee, en blijkbaar zaten er nog twee vriendjes van hem in de bosjes verscholen. Oops.

Generation Zero draait rond een robotinvasie die je geboortedorpje (en heel Zweden, zal blijken) met de grond gelijk heeft gemaakt.

Ik leerde meteen een belangrijke les: zonder tact en planning raak je niet ver in Generation Zero. Je zal normaalgezien niet overweldigd worden door horden mechs tegelijkertijd maar dat neemt niet weg dat ze een serieuze uitdaging vormen wanneer ze je verrassen. Gelukkig bestaat de enorme spelwereld voornamelijk uit grote open vlaktes, waardoor je meestal van honderden meters ver je verrekijkertje kan bovenhalen om te scouten. Je hoeft ook niet per se alles neer te maaien – sneaken is ook een waardig alternatief.

Pakken wat je pakken kan

Over het verhaal is verder nog niet echt veel prijsgegeven en dus werden mijn uurtjes in de spelwereld van Generation Zero door die andere drijfkracht gemotiveerd: loot. Ik trok van de ene verlaten outpost naar de andere om mijn zakken vol te steken met alles dat me van dienst kon zijn. Shotguns, handgeweren, machinegeweren, granaten, med kits, ammunitie, scopes, silencers en zelfs radiowekkers of gasbranders kunnen allemaal op een of andere manier gebruikt worden om mechs tot schroot te reduceren. Voornamelijk de voormalig bewoonde zones waren dik bezaaid met loot, en uiteraard kan je de lijken van overwonnen vijanden ook kaal plukken.

Ook de gunplay is voorlopig nog niet om over naar huis te schrijven.

En die loot heb je broodnodig. Mechs zijn er in verschillende varianten, waarvan ik er in de beta drie tegen het lijf liep: voornamelijk ‘soldier’ mechs (dat zijn de benamingen die ik er nu op plak) die iets weg hebben van hond/wolfachtige robots, maar ook vliegende ‘scouts’ die je locatie aan hun vriendjes vrijgeven en één enkele gigantische, tweepotige killer robot. Na een eenmalige encounter met die laatste, waarbij ik al snel een metertje onder de grond werd gestoken, ben ik hem niet meer tegengekomen. ’t Is misschien beter zo.

Blijvende impact

Langs de andere kant een gemiste kans, want een van de selling points van Generation Zero is dat het spel de verwondingen onthoudt die je aan vijanden hebt toegebracht. Een tweede (of derde, of vierde...) poging zou dus in theorie makkelijker moeten verlopen als je daarvoor al een paar vitale onderdelen van je vijand hebt losgeknald. Zeker bij sterkere mechs zal dat ongetwijfeld van pas komen. En ’t is gewoon cool om weten dat jouw acties een blijvende impact hebben op de spelwereld.

Zonder tact en planning raak je niet ver in Generation Zero.

Wat ook goed van pas komt zijn de vier skill trees waarmee je de speelstijl van je character aanpast. Vooral premade teams zullen hier van kunnen profiteren om een mooi afgeronde, elkaar aanvullende squad te vormen. Er is een tree die focust op combat, eentje op support, een derde draait rond survival en met de laatste verbeter je je tech vaardigheden zoals het hacken van vijanden. Als noob koos ik voor de combat tree om mijn schietvaardigheid te boosten. De andere bevatten ook redelijk standaard perks zoals meer stamina of meer vaardigheid met lockpicken. Ik hoop wel dat ze iets uitgebreider of ‘specialer’ worden, om het zo te verwoorden. Heel uniek of impactvol voelt een passieve stamina bonus nu niet bepaald aan.

Gebrekkige AI en gunplay

Na mijn bezoekje (en plundertocht) naar een verlaten kerk bereikte ik een soort werf/containerpark dat krioelde van de mechs. Met mijn domme kop loste ik een paar schoten waardor ik in sneltempo moest onderduiken in één van de containers uit de omgeving. Hierna bleek dat de AI voorlopig nog zo dom als lood is: ondanks het feit dat er meerdere deuren wagenwijd open stonden, dacht geen enkele mech er aan om even binnen te wandelen of om op z’n minst een granaat of iets dergelijks naar binnen te gooien. Ze gaven me vrij spel om keer op keer te komen piepen en een lading hagel af te vuren. In open omgevingen speuren mechs je wel actief op, zelfs wanneer je je verschuilt in bosjes of hoog gras, maar zelfs daar leken ze niet al te snugger. In dat opzicht is er duidelijk nog werk aan de winkel.

Ook de gunplay is voorlopig nog niet om over naar huis te schrijven, zowel van je eigen personage als bij de mechs. Schieten voelt nogal houterig en onresponsief aan. Ik had de indruk dat meerdere van mijn schoten misten terwijl ze wel degelijk raak waren, en omgekeerd. Verder is de algemene look en feel van gunplay redelijk standaard en saai. Dit kernaspect van het spel mag voor mijn part dus nog serieus afgekruid worden.

Gewichtigheid

Wat wél een goede indruk achterliet is, bij gebrek aan een betere omschrijving, de ‘gewichtigheid’ van de hele ervaring. Dat komt deels door de blijvende impact die jouw acties na laten, maar vooral door de uitgestrekte open vlaktes, het uiteenliggen van loot/actie hubs en de voorzichtigheid waarmee je die hubs moet benaderen. Één te vroeg gelost schot en er staan al snel een dozijn mechs voor je neus. Je weet nooit waar je je aan kan verwachten, of het nu valstrikken, een dikke stash loot of aanwijzingen van overlevenden zijn. Ook de grootte en ruwe kracht van die ene giant robot was indrukwekkend – hopelijk bevat de eindversie van Generation Zero een heel assortiment aan exotische mechs van dezelfde kwaliteit, dan kan het niet anders dan snor zitten.

 

Conclusie van Niels

De devs hebben dus nog heel wat werk voor de boeg. Toch is dit een veelbelovende titel. Ik had initieel de indruk dat dit de zoveelste Battle Royale clone met een paar gimmicks was – gelukkig zat ik goed fout. Met tijd en boterhammen kan dit wel eens een toppertje worden.