Devil May Cry 5

Devil May Cry 5

"Devil May Cry 5 speelt zich af in een overweldigende, demonische wereld"

do 07/02/2019
Gepreviewed door Ronald
0 reacties

Met Devil May Cry 5 keren we binnenkort terug naar de duivelse pastelwereld van Hideaki Itsuno. Het voelt, zo ervoer ik nadat ik bijna de helft van de verhaallijn had uitgespeeld in Londen, aan als een behoorlijk climactische game. Maar dat komt vooral omdat de eindbazen in ieder level elkaar zo vaak blijven overtroeven dat het altijd nòg epischer lijkt te kunnen gaan.

 

Dante, Nero en V. Ze lijken op een Tokio Hotel-covergroepje, zo met hun drieën. Maar ook wanneer je het op je heupen krijgt van de Emo in hun uiterlijk en gedrag moet je ze één ding nageven: ze schoppen - tenminste als je een fan bent van flukse third-person-actiegames - grondig kont. In Devil May Cry 5, de eerste genummerde aflevering die Capcom in elf jaar tijd uit zijn mouw schudt, verbrijzelen, verpulveren en verhakkelen ze weer demonen dat het een aard heeft, in een Devil May Cry-game die voor het eerst - na DmC Devil May Cry, Ninja Theory's remake van de originele game in 2013 - de huidige generatie hardware aandoet.

De game speelt zich af in een stad die niet bij naam als Londen wordt genoemd, maar waarvan de gebouwen, de rode houten telefooncellen en andere decorelementen wel héél erg op de Britse hoofdstad lijken. "En toch: alle gelijkenissen zijn puur toevallig", zegt Matt Walker, uitvoerend producer van de game voor Capcom, half schertsend.

Van (D)ismal naar (S)avage

Het ding dat de verhaallijn van Devil May Cry 5 aanstuurt is de Demon Tree, een monsterlijke boom, die zich ineens van onder de aardkorst een weg naar de oppervlakte boort en de stad overspoelt met allerlei demonisch tuig. Het hack 'n' slashfeest kan dus beginnen: na een korte proloog, waarin de drie protagonisten van Devil May Cry 5 worden voorgesteld, ga je verder als Nero (voorgesteld in de vierde aflevering), vervolgens V (een nieuw personage, dat wellicht op een of andere manier iets te maken heeft met Vergil uit de eerste game), en tot slot (in het elfde hoofdstuk pas) Dante, het originele (en in deze game al wat vergrijzende) hoofdpersonage.

De essentie van Devil May Cry 5 - al die gedrochten van kant maken door middel van hakken en schieten - hoeven we je natuurlijk niet uit te leggen. Maar er zijn wel een paar cruciale dingen veranderd. Dankzij het Cameo System, waarbij twee spelers bepaalde sequenties van de game in co-op kunnen spelen als twee van de drie hoofdpersonages, zit er voor het eerst een kleine multiplayertoets in het spel, al wordt die wel strikt ingewerkt in het verhalende concept. Wat me ook opviel tijdens de vier uur dat ik de game speelde, in het Shangri-La-hotel op de 35e verdieping van The Shard in Londen, is dat er werkelijk constant nieuwe gameplaymechanieken worden voorgesteld naarmate je je een weg verder doorheen de hoofdstukken wroet.

Devil May Cry 5 speelt zich af in een overweldigende, demonische wereld.

Er zijn games die drijven op verhaal en keuzes. Er zijn er die drijven op slim gesimuleerde systemen. En er zijn er, zoals Devil May Cry 5, die drijven op mechanieken. Op combo's van lijf-aan-lijfaanvallen, flukse bewegingen en schoten, die je zo veel en zo lang mogelijk aan elkaar moet zien te rijgen voor opscheprechten. Bij iedere vlaag van tegenstanders begint de teller opnieuw te lopen, en krijg je een letterquotering die van (D)ismal tot (A)pocalyptic loopt, met als summum de quotering (S)avage. Die moet je niet alleen verdienen, maar ook zien te behouden.

Vanaf het moment dat je combo's begint te genereren komt er een letter op het scherm met een meter erin, en die moet je laten vollopen - of minstens vol houden - door constant coole dingen te doen met je tegenstanders. Loop eventjes rond zònder bloed te vergieten, en je meter kalft weer af. De hoogste letter die je hebt behaald na het uitmoorden van de groep demonen waarin je net was beland, is je uiteindelijke score.

Geen gelijken

De proloog van Devil May Cry 5 zet je drie hoofdpersonages tegenover het aloude videogamecliché van de onverslaanbare vijand: een opperdemon die zo krachtig is dat je je er nietig tegen voelt, en een hele game zult nodig hebben om hem weer op de knieën te krijgen. Daarna begint dus een sequentie van hoofdstukken waarin je aanvankelijk de kortharige Nero speelt, en diens vaardigheden - vooral tot krachtige wapens uitgebouwde protheses voor zijn afgehakte arm - langzaamaan opkrikt.

Het hele decor van Devil May Cry 5 lijkt ook meer dan ooit op een barok schilderij.

De hoofdstukken duren lang niet allemaal even lang: sommige zijn gewoon een verhalend intermezzo met puzzelelementen (waaronder een doenbare sequentie waarin je een pentagram in het decor moet doen oplichten door de camera precies juist te zetten), andere zijn een lange aaneenschakeling van tegenstandersvlagen, nog andere bestaan in essentie uit één bossfight. Dat laatste - de Gamescom-demo van de game opnieuw - kom je al vroeg in de sequenties tegen, en laat je meteen zien dat zo'n baasgevechten in zekere zin een les in volharding zijn, waarin hakken en blijven hakken de boodschap is, en je ze vaak zult afronden met maar met een paar streepjes op je gezondheidsbalk over.

Ik was veel minder gewonnen voor de speelsequenties met V, het personage dat je in het vierde hoofdstuk moet besturen. Hij gaat geen lijf-aan-lijfgevechten aan, maar zet zijn drie 'Pet Demons' in de strijd: de panterachtige Shadow en de op een gigantische roofvogel gelijkende Griffon vallen je tegenstanders vanop een afstand aan, maar je moet door hen verzwakte vijanden wel nog eventjes afmaken middels een tik met je wandelstok. De twee V-hoofdstukken waren nogal meh, eigenlijk. Wanneer je ongeveer op een derde van de verhaallijn zit, kun je kiezen welk personage je hanteert, en ik heb sindsdien niet meer omgezien naar die Emo-freak.

Overactief onderbewustzijn

Devil May Cry 5 speelt zich af in een overweldigende, demonische wereld. Een waarin er extreem veel bloed wordt vergoten en tegenstanders aan tripjes worden gerukt, maar dat allemaal in zo'n gestileerde omgeving wordt gepresenteerd - met diepe schakeringen van pastelkleuren - dat het nooit erg vies lijkt. Het is geen gore, geen horror, maar fantasy met een demonisch kantje. Niet voor niets is de hele reeks losjes gebaseerd op La Divina Commedia, een trip door de hel (en daarna, minder bekend, het vagevuur en de hemel) door de Italiaanse dichter Dante Alighieri (snap je de 'Dante' nu?) uit 1320.

Het hele decor van Devil May Cry 5 lijkt ook meer dan ooit op een barok schilderij, waaraan ook heel wat hedendaagse elementen uit de lsd-trip en de Freudiaanse verklaring van dromen zijn verwerkt. Naakte meisjes die uit de schil van een zonet verslagen vrouwelijke demon komen gevallen, stukken 'Demon Tree' die verbrokkelen, vulva-vormige beestjes met lillende tentakels die je ergens in moet stoppen om bepaalde delen van de wereld te ontsluiten, duivelse tegenstanders wier buik wordt opengescheurd: het is erg duidelijk dat bedenker Hideaki Itsuno een overactief onderbewustzijn heeft, en daar heel wat dingen aan heeft ontleend voor deze game.

 

Releasedatum
08/03/2019

Conclusie van Ronald

Devil May Cry 5 trof me als een van die games waarin er constant wel iets nieuws voorbij de horizon ligt: nieuwe personages, nieuwe uitdagingen, nieuwe mechanieken. Hack 'n' slashgames kunnen na verloop van tijd behoorlijk repetitief worden, maar er zijn duidelijk - voor de halve game die ik ondertussen heb gespeeld - stappen ondernomen om je ook laat in de game nog van nieuwe verrassingen te zien.