Assassin's Creed: Syndicate

Assassin's Creed: Syndicate

Waarom het Victoriaanse Londen geen slechte zet is

Assassin's Creed: Syndicate

Waarom het Victoriaanse Londen geen slechte zet is

Schouwpijpen braken een duistere smog uit over Londen. Een vreemd sujet tuurt over de hoge daken van de stad, gekleed in een lederen flapperjas met brede revers en met een hoed op het hoofd. Nee, geen kap. En hij heeft ook geen zwaard in een schede zitten. Syndicate betekent, na Assassin's Creed III, een nieuwe radicale ommekeer in de Assassin's Creed-serie, en dat heeft voor een groot stuk met de nieuwe setting te maken: de industriële revolutie in het Londen van het Victoriaanse tijdperk staat niet zo prominent in de geschiedenisboeken, maar het tijdsgewricht zette wél mooi de deur open voor onze moderne tijd. Een exploratie van het moment en de plaats.

We zeggen het nog één keer, en daarna laten we het voorgoed varen. Maar kom op. Achteraf gezien, en los nog van de gemengde gevoelens waarop de game vorig jaar werd onthaald bij spelers en critici: was de Franse Revolutie uit Assassin's Creed: Unity niet een beetje een té makkelijke, té getelefoneerde, té tamme keuze als historisch tijdperk? De periode van de Verlichting was allang onder de loep genomen met de Amerikaanse revolutie in Assassin's Creed III, waarop Unity (dankzij het ezelsbruggetje aan het einde van Rogue) in zekere zin een laat vervolg was. De enige reden waarom we deze oude koe nog een laatste keer uit de gracht halen, is omdat Unity's setting al van bij de eerste beelden van Assassin's Creed: Syndicate in het niet valt bij die van de opvolger. Ubisoft Québec, de studio waar de game wordt ontwikkeld, refereert er zelfs aan in een promovideo voor Syndicate: terwijl Frankrijk 75 jaar na de Revolutie nog steeds aan het uitvissen is welk soort natie het is of wil worden, heeft Londen zichzelf opgericht als de spil van een van de grootste en machtigste imperia die de menselijke geschiedenis ooit heeft gekend. Jazeker, misschien wel groter dan de keizerrijken uit de Oudheid.

Het Britse imperium, dat zijn wereldwijde macht vooral had opgebouwd dankzij een oppermachtige handelsvloot, werd in het Victoriaanse tijdperk aan het einde van de negentiende eeuw een enorme economische en militaire mogendheid dankzij de opkomst van industriële productie in de grootsteden, die het land in essentie veranderde in - zoals dat luidt in de geschiedenisboeken - de 'fabriek van de wereld'. Assassin's Creed: Syndicate speelt zich af in 1868, aan het einde van die industriële revolutie, maar voor de makers van de game was het vooral belangrijk om de gevolgen ervan op de samenleving te laten zien. De Britse industrie, die dankzij de handelsvloot meteen afzetmarkten vond in de hele wereld, zorgde voor een enorme rijkdom: waar industriële productie (ijzer, textiel, zijde) in 1800 nog 'maar' goed was voor 230 miljoen Britse ponden (gerekend aan de valuta van die tijd, dus goed voor 1,14 miljard hedendaagse Pound Sterling, of 1,5 miljard euro), steeg dat in 1820 al naar 290 miljoen pond (1,6 miljard euro vandaag) en in 1840 bedroeg het al 387 miljoen pond (1,3 miljard hedendaagse euro's).

En dat zag je ook in het straatbeeld: de eerste treinen denderden door het land, om te arriveren in de stations, stoommachines tuften in de fabrieken, en talloze technologische uitvindingen veranderden de samenleving compleet. "Syndicate speelt zich slechts 75 jaar na Unity af, maar je hebt het gevoel alsof er duizend jaar zijn voorbijgegaan", zegt Marc-Alexis Coté, creative director van de game. "Kijk alleen al naar het feit dat dit de eerste Assassin's Creed is waarvoor we de spelwereld konden nabouwen met effectieve beelden uit het tijdperk. Fotografie was net uitgevonden. We konden zelfs videobeelden gebruiken: iets later dan het tijdperk dat we neerzetten, in de jaren 1880, ontstond film als medium. Dat was voor mij de grootste inspiratiebron over de tijd: die filmbeelden over het leven in de stad, die sloegen me als een natte dweil in het gezicht."

Voorspoed

Dat van voorspoed overlopende Londen vormde in 1868 het centrum van een enorm wereldwijd rijk dat Groot-Brittannië had uitgebouwd, en waarin de honderd jaar eerder verloren Amerikaanse koloniën werden vervangen door nieuwe gebieden die onder de plak van het Britse rijk leefden. Veel van die nieuwe bezittingen dienden in de eerste plaats voor de versterking van de Britse handelswegen op zee (zoals Singapore, de Falkland-eilanden en Aden), om nieuwe markten te openen (zie Hongkong) of om Britse emigranten op te nemen (de Kaapkolonie, het latere Zuid-Afrika dus, Nieuw-Zeeland, en West-Australië). Het was een tijd van grote voorspoed: op de Krimoorlog en een Indiase opstand werd er beduidend weinig oorlog gevoerd, en dat optimisme vertaalde zich ook in een commerciële werelddominantie over de zeeën en een grote vooruitgang in thuishaven Londen. Die periode van voorspoed begon met de industriële revolutie aan het einde van de achttiende eeuw, die heel wat technologische vernieuwingen in de stad had geïntroduceerd. Uitvindingen als stoomkracht, ijzerwinning door middel van cokes, de vliegende schietspoel en het mechanische weefgetouw, de telegraaf, de zonet genoemde film en fotografie, treinen en - later - kabeltrams en een metrosysteem: ze zorgden allemaal voor een tijdperk waarin de mens comfortabeler en mobieler leefde. "Het Londen van 1868 ziet er niet zo verschillend uit van dat van vandaag", zegt François Pelland, senior producer van Assassin's Creed: Syndicate. "De stad werd in de negentiende eeuw herbouwd met het oog op voertuigen die zich door de stad moesten bewegen. De gebouwen waren hoger, de straten breder."

Charles Darwin, de man achter de evolutietheorie, is zelfs bevestigd als een personage in Assassin's Creed: Syndicate.

Die periode van vernuft bracht echter veranderingen in de samenleving die veel verder gingen dan alleen maar verbeterde technologie. Het verhoogde de levensstandaard en veranderde ieders denken, wat ook uitzwermde naar andere cenakels van de samenleving. Door de denkbeelden van de Verlichting (in gang gezet door achtereenvolgens de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en de Franse Revolutie) bij de versterkte burgerij en de nieuwe klasse van de industriëlen geraken de ideeën van Francis Bacon (1561-1626) - onder meer dat de empirische wetenschap, door waarneming en experiment, rijkdom kan bevorderen - wijdverspreid. Net als die van Charles Darwin (1809-1882, en door Ubisoft Québec bevestigd als een personage in Syndicate), die de evolutietheorie voor het eerst poneerde. Moderne geneeskunde roeide, met Britse pioniers als  Alexander Fleming (uitvinder van de peniciline), Joseph Lister (die sterilisatie van medische instrumenten met fenol introduceerde) en Florence Nightingale (grondlegster van de moderne verpleging), ziektes uit en zorgde voor een gezondere bevolking - althans onder het beter begoede deel daarvan. De clerus en de landadel zag zijn macht gekortwiekt, maar in plaats daarvan kwam new money: ondernemers en grootindustriëlen zorgden voor een ongeziene economische groei, maar ook voor een samenleving waarin geld een symbool van macht werd. De financiële beurzen werden belangrijk. Het kapitalisme en de vrije markt, aan het einde van de achttiende eeuw geïntroduceerd door filosoof Adam Smith, vormden de nieuwe, overheersende economische theorie. "De wereld werd niet langer geregeerd door koningen, maar door geld", zegt Coté.

Klassenstrijd

Tegelijkertijd veroorzaakte die industrialisering van de samenleving ook een grote sociale ongelijkheid. De nieuwe klasse van de industriëlen had de rest van het volk, dat in het groeiende aantal op stoomkracht en mechanische arbeid draaiende fabrieken moest werken, onder de plak. Miljoenen werkkrachten waren nodig om de boomende textielindustrie (kleren en stoffen vonden nieuwe afzetmarkten, onder meer in Zuid-Amerika en India), de mijnbouw (ijzerertsen waren nodig voor het ijzer om de machines te bouwen) en de zware industrie (tuigen en arbeiders waren nodig om nieuwe tuigen te bouwen, waaronder ook transportmiddelen als koetsen en schepen) in gang te houden. En door de overbevolking (de Britse bevolking steeg bijvoorbeeld van 16 miljoen in 1820 naar 27 miljoen in 1840!) was er ook een overaanbod aan dat werkvolk, dat voor een hongerloon lange werkdagen moest trekken, vrouwen en kinderen inbegrepen. "De werkende klasse bracht zeven werkdagen op zeven, van twaalf uur lang, in de fabrieken door", zegt Coté. "De gemiddelde levensverwachting was dertig jaar. Mensen deden zelfs niet meer de moeite om hun kinderen een naam te geven: de meeste overleefden het toch niet tot de volwassenheid."

Maar die ongelijkheid veroorzaakte stilaan, zeker tegen het einde van de eeuw, ook een sociale strijd. Het volk roerde zich tegen de nieuwe machthebbers, in een omwenteling die eigenlijk groter en belangrijker was dan die van de Franse Revolutie. Een ideaal decor, kortom, voor weer eens een Assassin's Creed. "De geschiedenis blijft onze speeltuin", zegt Peland.

Releasedatum
10/23/2015
Beschikbaar voor

Conclusie van Ronald

Commentaar toevoegen

Log in or to post comments