6 dingen die je moet weten over Age of Empires III: Definitive Edition

6 dingen die je moet weten over Age of Empires III: Definitive Edition

6 dingen die je moet weten over Age of Empires III: Definitive Edition

Als ze zelfs blokkige oudjes als Age of Empires en Age of Empires II naar moderne pc-hardware konden trekken, was het voor Microsoft ook geen moeite meer om meteen maar hetzelfde te doen voor Age of Empires III. Zal ook deze Definitive Edition van het ietwat ondergeschoven kindje uit de reeks nog ons hart kunnen veroveren, in afwachting van het vierde deel?

1. Minder een make-over

De originele game verscheen in 2005, toen pc-graphics al een flinke sprong hadden gemaakt. Verwacht dus niet dezelfde cultuurshock te krijgen als bij het vernieuwde Age of Empires II vorig jaar, waarbij er twintig in plaats van vijftien jaar tussen origineel en remake zat. Maar zoom eens goed in op het slagveld, en je merkt meteen dat de hardware in je bak goed gebruikt wordt: je krijgt sappige graszoden, kabbelende rivieren, stoffig zand, en alles in het decor heeft 4K-detail.

Wat, tijdens een paar uur in een bèta van de game die me de afgelopen dagen vergund was, niet kan worden gezegd over de soldeniers: die werden duidelijk met veel minder zorg bewerkt, en lijken daardoor op plastic poppetjes in het gras wanneer je ze ten strijde stuurt. Het is een beetje paradoxaal, maar de totale remakes van de veel oudere eerste en tweede Age of Empires zagen er frisser uit dan deze, waarbij er ‘slechts’ vijftien jaar groei in pc-videohardware moest worden overbrugd. Er scheelt technisch ook nog wel wat aan de game. Sommige individuele vijanden die niet specifiek werden aangetikt met de rechter muisknop, werden bijvoorbeeld mooi met rust gelaten door m’n troepen, zelfs al wandelden ze er recht tussendoor.

2. Het was écht de slechtste game nog niet

De originele Age of Empires III wordt als de ‘mindere’ game uit de reeks beschouwd, maar dat komt uiteindelijk alleen omdat de eerste (verschenen in het jaar 1997) zo’n enorme verrassing was, en de tweede uit 1999 zo’n onwaarschijnlijke tijdloze klassieker bleek, dat ze een ‘tough act to follow’ waren. Dat geldt nog steeds na de al even prima Definitive Editions van die twee eerste games, maar toch: qua gameplaymechanieken en setting (het tijdperk van de kolonisatie staat deze keer centraal) was Age of Empires III een uitstekende real time strategy-game, die een snedige missiestructuur combineert met solide spelmechanieken.

Ik kon tijdens de demo slechts één van de drie campagnes, ‘Blood, Ice & Steel’, spelen, en die volgt wel min of meer de gang van de zestiende tot achttiende eeuw.

 

Vooral de verschillen tussen de facties zijn subtiel tot op een bijna moleculair niveau. Kijk bijvoorbeeld naar de twee volkeren die speciaal voor deze heruitgave werden ontworpen. De Zweden zijn op hun sterkst als je de tijd neemt om te bouwen, want ze hebben speciale bouwsels die je – als je ver genoeg geraakt om ze op te trekken tenminste – in staat stellen om zeer snel een zeer groot leger op de been te krijgen. En de Inca’s hebben weinig technologie, maar zijn ideaal voor wie graag een guerrilla-achtige strijd voert.

3. (Nog) dichter bij de geschiedenis

De Age of Empires-reeks bevat niet de wilde anachronismen uit de concurrerende Civilization-franchise, waarin je het Egyptische rijk kunt uitbouwen tot een wereldmacht met een arsenaal van atoomraketten, en Mahatma Gandhi een notoir wrede heerser is. Maar ze neemt nog steeds een vrolijk loopje met de ware wereldgeschiedenis, waarbij mogendheden die in ’t echt nauwelijks iets met elkaar van doen hadden toch tegenover elkaar kunnen komen te staan. Ik kon tijdens de demo slechts één van de drie campagnes, ‘Blood, Ice & Steel’, spelen, en die volgt wel min of meer de gang van de zestiende tot achttiende eeuw, waarin belangrijke militaire ontwikkelingen als het karabijn en het kanon in de mix kwamen.

Er kan zat worden gebouwd in Age of Empires III, maar de kern van de game (en de hele franchise) blijft natuurlijk op militaire ontwikkeling en annexatie liggen. Dat mag ook blijken uit spelmodi buiten de campagne, zoals de vanzelfsprekend teruggekeerde Skirmish Mode met korte maar heftige militaire scenario’s waarin het bouwen nog verder naar de achtergrond werd verwezen. Of een van de nieuwe toevoegingen: de Historical Battles, waarin er net als in de definitieve editie van Age of Empires II een welbepaalde veldslag wèl met de nodige zin voor historische waarheid wordt gechoreografeerd. Ik speelde, uit een aanbod dat ongetwijfeld veel groter zal zijn wanneer de game uitkomt op 15 oktober, bijvoorbeeld het beleg van Algiers uit 1516 na, waarin Ottomaanse en Spaanse legers vechten om die Noord-Afrikaanse stad.

4. Joepie! Een tutorial!

De andere toevoeging in deze Definitive Edition, naast die Historical Battles, is dan weer complete onzin. Ze heet ‘The Art of War’, en is eigenlijk vooral een collectie tutorials die als uitdagingen werden verpakt. Het gaat om eerder geavanceerde en complexe mechanieken, waarbij het wellicht geen kwaad kan om ze eventjes in een gecontroleerde omgeving uit te testen voordat je ze inzet tijdens de ware strijd, maar dan nog: het zijn tutorials. Ik heb er bitter weinig tijd in gestoken tijdens m’n test, maar you do you.

5. Geen gewone gasten in multiplayer

Naast de basisgame kregen we ook toegang tot een stress test voor de multiplayer, waarin gamejournalisten samen met ardente spelers uit de hechte Age Insider-community. En holy shit, wat zijn die gasten goed. Tijdens een 3v3-match dachten de twee andere knakkers waarmee ik samenspeelde zelfs dat ik afk was (voor wie geen nerds verstaat: ‘away from keyboard’. En ja, ik heb het ook moeten googlen) omdat ik naar hun normen te traag vorderingen maakte tijdens de cruciale opbouw.

Het uitmoorden van dorpelingen, die een belangrijk actief zijn voor de bouw van ieder rijk, wordt vrolijk beloond in de gameplay.

Er stonden gehoste spellen op de server die ‘NoN00bs’ heetten. Hopelijk komt er bij de definitieve versie wat matchmaking in het spel, want op deze manier wordt het niets voor spelers die geen twaalf uur per dag in de game zitten. Er zijn drie modi: een snelle en snedige Deathmatch (waarin ik gelukkig wel een paar kleine succesjes boekte), een Treaty-modus (met een korte periode waarin er nog niet mag worden gevochten, zodat een blitzkrieg onmogelijk wordt), en Supremacy, veruit de populairste modus, waarin de annexatie van de vijand centraal staat.

6. Geen ‘Indianen’ meer

Age of Empires III is geen game voor wie al te woke is: het uitmoorden van dorpelingen, die een belangrijk actief zijn voor de bouw van ieder rijk, wordt vrolijk beloond in de gameplay. Al werd er aan een ander element dat bij de release van de originele game wat wenkbrauwen deed fronsen wel wat gesleuteld: de manier waarop Native American-volkeren werden geportretteerd. Om te beginnen heten ze nu de Lakota en Haudenosaunee, hun ware namen, in plaats van Sioux en Iroquois, namen die ze van de Europese bezetter kregen.

 

Maar ze kregen nu ook een gedrag mee dat meer in lijn ligt met waar ze voor stonden: mijnbouw als manier om grondstoffen te vergaren is bijvoorbeeld complete nonsens voor een Native American-volk, dat in harmonie met de natuur leeft, en ook de schedels op een spies in hun dorpen, een vast stuk dorpsmeubilair in de originele game, werden eruitgezwierd. Anthony Brave, een Lakota-consultant die meewerkte aan de Definitive Edition, noemde sommige van die elementen “tenenkrullend”.

Releasedatum
10/15/2020
Beschikbaar voor

Conclusie van Ronald

2 reacties

Ronald, speelt ge eigenlijk wel games?

Rating:0

Alleen Minesweeper af en toe

Rating:0

Commentaar toevoegen

Log in or to post comments