Waarom we onlangs samen met het vrouwtje een nacht werden geaccomodeerd in een penthouseloft op de Brusselse Regentlaan, gewoon om een televisietoestel te testen? In de eerste plaats omdat dat voor LG Electronics, de Zuid-Koreaanse fabrikant van het apparaat, handiger en wellicht goedkoper was dan om het recensie-exemplaar met een koerier van journalist naar journalist te laten stouwen. Bovendien gaat het om een bak met een winkelprijs ten noorden van 4.000 euro, en die niet te veel vervoeren is dus wellicht ook niet het slechtste idee. Bovendien konden ze op deze manier een van hun nieuwe speerpuntproducten - OLED-televisie, met krachtigere kleuren, scherpere beeldpuntjes en diepere zwartwaarden - in optimale omstandigheden tonen.
We zagen al heel wat van die OLED-tv's de revue passeren op technologiebeurzen als IFA (Internationale Funkausstellung), dat eerder deze maand in Berlijn plaatsvond. Het is stilaan een nieuw buzzword aan het worden, en past in een nieuwe technologische race die televisiefabrikanten tegen elkaar aan het rijden zijn: de drang om nòg beter, nòg scherper, nòg kleurrijker beeld te leveren. OLED staat voor Organic Light Emitting Diode, en trekt eigenlijk twee technologieën die de afgelopen jaren gemeengoed zijn geworden bij televisietoestellen - een lcd-beeldscherm en LED-verlichting - samen in de beeldplaat. Een klassiek lcd-televisietoestel tovert zijn beeld tevoorschijn door vloeibare, elektrisch geladen kristalletjes in de beeldplaat op een bepaalde manier en in een bepaalde kleur te doen oplichten. Later kwam LED-televisie, dat een schermbelichting toevoegde via kleine LED-lampjes, het soort waarmee ook meer en meer huiskamers worden belicht (zie bijvoorbeeld de populaire Philips Hue-lampen).
Die LED's stonden achter de beeldplaat opgesteld en verbeterden vooral de kleurdiepte van je beeld. Een LED-lamp kan immers in miljoenen verschillende kleurtemperaturen worden gezet. OLED brengt die twee technologieën samen door de klassieke beeldkristallen te vervangen door nieuwe, organische LED's, die dus ten eerste de schermbelichting overbodig maken, en ten tweede de kleurdiepte van je beeld nog eens extra verbeteren én diepere zwartwaarden leveren: elke pixel is in feite een LED-lampje dat afzonderlijk aan en uit kan worden gezet.
Donkerder kan niet
Er zijn meerdere tv-fabrikanten bezig met OLED-technologie, maar het Zuid-Koreaanse LG Electronics is de eerste, en momenteel de enige, die effectief een winkelproduct op de markt heeft. We probeerden die bak, de zoals zowat alle toestellen van LG bijzonder onsexy getitelde EG960V, tijdens een avond, nacht en ochtend in die penthouse op de Brusselse Regentlaan waarin de fabrikant zijn apparaat had binnengestouwd. Goed gevoed met drank, versnaperingen, cava, en zelfs een Thaise maaltijd. We speelden, op een Xbox One die de fabrikant voor ons had geïnstalleerd, Gears of War: Ultimate Edition, een paar spelletjes uit Rare Replay (vooral het nog steeds overeind staande Banjo Kazooie) en een paar rondjes FIFA 16.
De grootste winst kregen we gek genoeg van die laatste twee. FIFA heeft nooit het onderste uit de grafische capaciteiten van een console gehaald en Banjo-Kazooie is, net als alle andere Rare-games, een game uit vervlogen tijden (1998!) die weer een beetje werd opgekalefaterd, maar écht niet op gelijke visuele hoogte staat met een game die in het HD-tijdperk is gemaakt. Bij die twee games viel vooral de extra kleurenpracht op die het toestel levert dankzij de OLED-diodes in het scherm. De diodes gaf de (bij Banjo-Kazooie zelfs erg primitieve) kleuren een ouderwetse, analoge boost - het zijn lampjes, of liever lichtgevende kristallen die de kleuren beter maken, geen computertechnologie.
Hetzelfde geldt tot op zekere hoogte voor Gears of War: Ultimate Edition, dat voor ondergetekende een ware revelatie betekende: de review van die game, bijna tien jaar geleden, deed ik destijds nog op een 720p-televisie, en het contrast met de véél hogere resolutie en opgepompte beeldverversingssnelheid is dus enorm. Daar helpt het televisietoestel evengoed nauwelijks in, maar iedere door de computerkracht al verscherpte pixel ziet er nog scherper, in zekere zin 'afgeronder' uit. En met de duistere postapocaluyptische gamewereld van Sera komt de absolute kracht van OLED-tv het beste tot zijn recht: de intensere zwartwaarden en dus het grotere kleurcontrast, waarin dit toestel de absolute top vertegenwoordigt. Nog nooit zag zwart er zo zwart uit op een scherm als tijdens dat spelletje Gears of War dat we erop speelden; als er één element is waarin de nieuwe beeldtechnologie écht schittert, is het dus dat wel.
Schoonder beeld
Het lijdt overigens per definitie zeer weinig twijfel nadat we een paar games door de mangel hebben gehaald op het toestel: die OLED-technologie helpt. Zoals iedere nieuwe beeldtechnologie dat doet, zeker bij videogames: de verbetering die OLED binnenbrengt komt op pixelniveau, en videogames bestaan nu eenmaal uit digitale beeldpuntjes. Dat het beeld op dit soort toestellen beter is, hoef je niet eens met eigen ogen te zien: het is een mathematisch feit.
Maar dan komt de belangrijkere vraag: is de visuele voorsprong die je geserveerd krijgt groot genoeg om de aankoop van een tv-toestel met een winkelprijs van 4.000 euro te rechtvaardigen? En daarop is ons antwoord nee. De verbetering wat beeldintensiteit betreft is niet eens de sprong die games een kleine acht jaar geleden van 720p naar 1080p hebben gemaakt. De kleuren zijn slechts een tikkeltje beter dan die van een ook al erg knapperige LED-tv. Alleen op die zwartwaarden is er een enorm voordeel, maar dan moet je net het soort games spelen die daar optimaal voordeel uit halen.
Dat prijspunt kan vrij snel naar beneden gaan, naar een niveau waar het wel relevant wordt om de switch naar een OLED-tv te maken. LG Electronics gaf zelf al aan dat het productieproces van OLED een pak goedkoper is dan wat ze in het allerprilste begin gebruikten voor LCD-schermen. Het is dus gewoon eventjes wachten tot de wetten van de kritische massa (hoe meer toestellen er worden verkocht, hoe goedkoper het wordt om toekomstige te fabriceren) ook op dit soort toestellen spelen. Naar ons gevoel zou een prijspunt ten zuiden van 2.000 euro wel voldoende zijn om je oude toestel te vervangen voor een OLED-variant.
Televisiefabrikanten zitten al enkele jaren in een crisis, die er eigenlijk is gekomen door het onwaarschijnlijke succes van Full HD-televisietoestellen: gamers en cinefielen, die Full HD-films op Blu-Ray of via Netflix kijken, hebben de huidige standaard zo snel populair gemaakt dat quasi ieder televisietoestel een beeldresolutie van 1080p heeft, en een beeldverversingssnelheid die minstens de 60 beelden per seconde levert die de betere games nodig hebben. Er vallen dus al zo'n vijf à zeven jaar geen redenen meer te verzinnen om een nieuw tv-toestel te kopen, en dus probeert de industrie constant nieuwe technologieën te pushen: eerst met 3D-televisie, dat werkloos op de meeste nieuwe tv-toestellen staat geïnstalleerd, daarna met eveneens nauwelijks in gebruik genomen Smart TV-computerinterfaces. Al werkt die van LG Electronics, Web OS, lekker snel en gebruiksvriendelijk als je het vergelijkt met de interfaces van andere fabrikanten. Maar er is één element dat het hem altijd wèl zal doen: mooier beeld.
De kleurenpracht en de zwartwaarden die de LG EG960V aflevert zijn buitengewoon. Alleen moet de prijs in proportie zijn met de 'winst' die je sorteert op beeldgebied, en daar zijn we in dit prille stadium van OLED-tv nog niet. Het lijkt ons een blijvertje, die OLED-technologie, ook al omwille van het feit dat het geteste tv-toestel onwaarschijnlijk dun is en dus ook in het allerstrakste interieur past. Maar wie het geld niet kan doen dwarrelen, moet nog eventjes wachten.






















