Net zoals Rome niet op één dag werd gebouwd, onderging Mario enkele facelifts vooraleer hij naar z’n definitieve vorm evolueerde. Eigenlijk begon zijn verhaal niet 30, maar 35 jaar geleden aangezien Shigeru Miyamoto naar krachtige elementen op zoek was voor Donkey Kong, het wereldwijd gekende arcadespel. Nintendo moest en zou een even grote hit als Pac-Man scoren en Jumpman, zo heette Mario initieel, paste perfect in dat plaatje. Daar kunnen we meteen een grappig extraatje bij vertellen; aanvankelijk kon het personage niet springen, wat met die naamkeuze nogal vreemd was. Jumpan moest echter een doolhof overwinnen, maar niet veel later wijzigde Miyamoto zijn plannen, want als er tonnen op je afgerold komen, kan je maar beter springen, toch?
What’s in a name
Niet veel later ontstond er een stevige discussie tijdens de Amerikaanse lokalisatie van het Donkey Kong-arcadespel. Een van de Nintendo-medewerkers, Mario Segale, had nog een som geld tegoed van toenmalige Nintendo President of America Minoru Arakawa. Het geschil werd na een fikse portie bekvechten opgelost en als tegenprestatie werd het toen nog onbekende personage naar de Nintendo-medewerker vernoemd. Nu, dit is een wijdverspreid verhaal dat echter nooit door Ninty zelf werd bevestigd. Net zoals Mario niet meteen zijn hedendaags koosnaampje kreeg, onderging hij tijdens zijn dertig jaar lange loopbaan eveneens een carrièreswitch. Hij was namelijk aan de slag als timmerman, aangezien Donkey Kong zich op een bouwwerf afspeelde, maar vanaf de eerste Mario Bros. kroop hij in de huid van een stoere loodgieter. Dat beroep paste namelijk beter bij de ondergrondse setting van dat spel. Aangezien Mario naar New York verhuisde, kreeg hij zijn iconische snor opgeplakt om naar zijn Italiaanse roots te verwijzen.
Om de grafische beperkingen van destijds te overwinnen, kreeg Mario een dikke neus en grote snor, zodat z'n gezicht toch een beetje menselijk was.
Ook vandaag wandelt Mario nog rond met enkele features die destijds als camouflage voor de gebrekkige graphics werden gebruikt. De rood-blauwe kledij zorgde voor een goed contrast met de achtergrond van de games en het rode petje liet Miyamoto toe om het haar, voorhoofd en de wenkbrauwen van de protagonist eventjes in de doofpot te steken. Aangezien de schermen dertig jaar geleden erg klein en vooral minder scherp waren, werden de menselijke kenmerken sterk uitvergroot om Mario realistische proporties aan te meten. Zo werd de neus extra opvallen gemaakt, iets wat we ook nu nog opmerken wanneer we een Mario-game opstarten. Wat we nog steeds niet weten, is hoe de achternaam van onze favoriete loodgieter luidt. Nintendo ontkent dat hij Mario Mario heet, maar verder dan dat reikt onze kennis vooralsnog niet.

Iconische kledij
Dat Mario in zoveel games opduikt, verbaast vandaag niemand meer, maar voor het brein achter de kleine onruststoker blijft het een onrealistische evolutie. Miyamoto wilde zelfs een ander personage als Mario aanwenden, maar het succes gooide min of meer roet in het eten, als je het al zo kan noemen. Mario werd wereldwijd in de armen gesloten en geen haar op Miyamoto’s hoofd dacht eraan om iets aan het idool te wijzigen. Door de jaren heen werd zijn uiterlijk wel gedetailleerder, met onder meer gouden knopen op zijn blauwe overall, een M op z’n petje en witte handschoenen. Niet de bedenker zelf, maar wel de ontwikkelteams die Mario onder handen namen, zorgden voor deze concretisering van een personage dat ooit uit drie kleuren bestond.
Doorheen de gaminggeschiedenis gingen er 210 miljoen Mario-games over de toonbank, wat de franchise in haar totaliteit tot succesvolste aller tijden bombardeert. Die telling beperkt zich niet enkel tot de traditionele Super Mario-spellen, want ook de vele Kart-iteraties, tennisvariaties en rollenspellen waarin de loodgieter de hoofdrol opeist, worden als Mario-IP aanzien. Daarnaast duikt hij ook in verschillende televisieshows, films, stripverhalen en officiële merchandise op, wat van hem de ideale Nintendo-mascotte maakt.
Combinatie van bepalende factoren
Alleen al in 2015 verschenen er maar liefst zes spelletjes waarin Mario opduikt. Gaande van Mario Party 10 tot Super Mario Maker kan je maar één ding concluderen: Mario verandert alles in goud. Er zijn weinig Mario-titels die geen successen oogsten, maar het allereerste officiële spel dat zijn naam droeg, Super Mario Bros. (1985), spant echt de kroon met 40,24 miljoen verkochte exemplaren. In totaal gingen er 59 Mario-spellen meer dan 1 miljoen keer over de – al dan niet digitale – toonbank. Alle cijfers die je in verband met Mario op tafel gooit, zijn verbazend, toch? Het coole Italiaantje neemt overigens ook genoegen met kleinere cameo’s, want hij is ook in Niet-Mario-spelletjes zoals Mike Tyson’s Punch-Out!!, SSX on Tour, The Legend of Zelda: Ocarina of Time en Metal Gear Solid: The Twin Snakes te zien.
Nintendo mag zeker niet vergeten om Charles Martinet uitvoerig te bedanken, maar we zijn ervan overtuigd dat die man meermaals in de bloemetjes werd gezet. Hij spreekt al sinds 1995 alle stemmetjes van Mario in en is bij het publiek enorm geliefd. Zo verschijnt hij regelmatig op gamingconventies zoals de E3-beurs en gamescom, waar iedereen hem, ondanks zijn beperkte sterallures aangezien hij van achter de schermen werkt, onmiddellijk herkent. Mario’s slagzin “It’s me, Mario!” heeft het leven van Martinet veranderd en als je dan het hele verhaal kent, hoe hij in de job is gerold, wordt het alleen nog maar mooier.
Wat moet zijn, dat zal zijn
Een studiekameraad had hem verteld dat er ergens een auditie was waar je als een loodgieter moest kunnen praten. Martinet besloot op het allerlaatste moment zijn kans te wagen. Terwijl de regie alles al aan het inpakken was, stormde hij de kamer binnen. Hij dacht eerst om met een diepe, hese stem te praten, maar bedacht zich al gauw toen hij zich realiseerde dat kinderen de stem leuk moesten vinden. Hij veranderde zijn ruwe bolster in een schattig piepstemmetje en daaraan hebben we dus heel wat wereldbekende citaten te danken. Martinet werkte aan zo’n 130 games mee en 95% daarvan was rechtstreeks aan Mario gelinkt. Je kunt dus wel stellen dat beide partijen elkaar naar een hoger niveau hebben getild.
In-game kon Mario natuurlijk al langer hogere niveaus bereiken door zijn kennis van paddenstoelen. In zowat elk spelletje kon hij die oprapen om groter of kleiner te worden, per ongeluk te sterven, even onsterfelijk te zijn of een extra leven erbij te krijgen. De Mega Mushroom, waarmee hij dubbel zo groot wordt, laat hem toe om bovenop platformpjes te springen die anders ontoegankelijk zijn. Daarnaast kan hij in het leeuwendeel van de games zweven, door wortels te eten of een Tanooki-kostuum aan te trekken. Voor sommigen kan dat Chinees in de oren klinken, maar de fans weten natuurlijk al langer wat hun idool allemaal kan. Eén ding zal nooit gebeuren; Mario zal nooit vergeten worden. Nu niet, na 30 jaar, en ook binnen 100 jaar zullen onze achterkleinkinderen het over dat kleine, grappige Italiaanse loodgietertje hebben dat uit slechts 1920x1080 pixels op hun scherm werd getoverd.
Gelukkige verjaardag, Mario. Voor voetballers zoals Mario Gómez en Mario Balotelli mag de bijnaam Super Mario misschien weinigzeggend zijn, maar eigenlijk is het een gigantisch compliment. Vergeleken worden met het succesvolste personage uit de gaminggeschiedenis is toch een compliment voor iedereen, niet?






















