In Devil’s Third speel je met Ivan, een voormalig terrorist die uit de gevangenis ontsnapt om zijn vorige terroristenbende te stoppen. Zij hebben namelijk het plan opgevat om een grote aanslag te plegen. Gedurende het hele spel bouwt het verhaal op naar een onthulling of een plottwist, die er eigenlijk nooit komt. Enkele personages worden geïntroduceerd, maar al snel merk je dat het verhaal er gewoon is om je een reden te geven voor al het knallen en hakken. Het verhaal is niet bijzonder slecht, maar het is ook niets noemenswaardigs in deze game.
Hak hak hak, knal knal knal
De single player van Devil’s Third bestaat uit negen grote levels die je in een zevental uurtjes kan uitspelen. Ieder level schotelt een compleet nieuwe omgeving voor, waardoor er wel redelijk wat variatie zit in de campagne. Het ene moment zit je in een gevangenis, een ander loop je over daken van Japanse huisjes, en een ander zit je je door loopgraven te wurmen. Niet ieder level is kwalitatief even sterk en soms is het een beetje over de top, maar de omgevingen zijn over het algemeen fijn om te doorlopen en kunnen het hersenloos vermaak niet bederven.
De grootste vernieuwing van Devil’s Third is het feit dat je schietwerk combineert met melee-gevechten. Op ieder moment kan je beide soorten wapens oppakken en via een druk op de knop tussen de twee wisselen. We vinden het wel jammer dat de melee-combat beperkt is gehouden, ook al weten we van Itagaki dat hij dit meesterlijk kan ontwerpen. In Devil’s Third heb je enkel een zwakke en een harde aanval en kan je ook aanvallen blokkeren en wegrollen. Het werkt ideaal als afwisseling tussen het knallen door, maar een sterk combosysteem had dit nog zoveel beter gemaakt. Niettemin vonden we het tof dat er heel wat eindbaasgevechten in de campagne zitten die je vaardigheden met melee-wapens op de proef stellen. Stuk voor stuk zijn ze uitdagend, origineel en vermakelijk om te verslaan.
Gewoon... fun
Helaas zitten er wat foutjes in de game die de ervaring wat belemmeren. Technisch is de titel bijvoorbeeld zwak. Graphics zijn op momenten acceptabel, maar op momenten ziet het er niet uit. Textures laden traag in en explosies voelen goedkoop aan. Na enkele uurtjes speeltijd word je dit echter gewoon en ga je ook de goede kanten van de game inzien. Deze is bijvoorbeeld erg bloederig en de animaties die je te zien krijgt als je een vijand afslacht, zien er gewoon heerlijk uit. Dat maakt het neerknallen van de, voor een groot deel hersendode, vijanden toch wel leuk. De voertuiglevels zorgen bovendien nog voor wat extra variatie, zodat je toch genoeg plezier kunt beleven om deze game tot het eind uit te spelen. Het is niet de meest memorabele campagne die je zal spelen, maar het is gewoon vermakelijk.
De campagne is echter niet de hoofdreden om Devil’s Third in huis te halen. Net als Call of Duty focust deze game zich vooral op het multiplayer-gedeelte. Itagaki vertelde in interviews elementen te hebben overgenomen uit zowel Call of Duty als Battlefield met hier en daar een eigen twist. Dat is precies wat we terugvinden in deze game. Je hebt een levelsysteem met ervaringspunten, je hebt verschillende loadouts, wapens die je kan kopen met in-game geld en je kan zelfs je eigen personage aanmaken en er kleding voor kopen. Het zijn echter vooral de knotsgekke modi die Devil’s Third zo interessant maken. In een bepaalde modus moet je kippen op de map zien te verzamelen en anderen met kippen neerknallen om deze van hun te stelen.
Geweldig foute online modi
Onze favoriet blijft echter Carnival, een modus waarin je fruit moet verzamelen van willekeurige stands en deze in een grote fruitpers moet gooien. Ieder fout geworpen stuk fruit ontploft als een granaat, waardoor spelen enorm chaotisch wordt. Die chaos is echter net de charme van deze modus. Je moet zoveel tegelijk doen dat het echt verslavend is om dit te blijven spelen tot je er echt goed in wordt. Nog een andere modus zet spelers zonder wapens op de map en geeft willekeurige spawnplekken voor één wapen, waar iedereen dan om moet vechten. Vooral deze genoemde modi zijn briljant gevonden en door hun chaotische opstelling zeer leuk om te spelen.
Daarnaast is er ook ruimte gemaakt voor clan wars. Je kan heel makkelijk een clan aanmaken, joinen of iemand een uitnodiging sturen om jouw clan te joinen. Eenmaal je een clan joint, kan je de Siege Matches uitproberen. Iedere clan kiest een eigen plek om een basis aan te maken en creëert deze via een level creator helemaal zelf. Eenmaal aangemaakt kan een andere clan jouw basis aanvallen, of jij kan ten aanval trekken. Tijdens de aanval kan je al deze zelfgemaakte verdedigingsmechanismes als helikopters of sentry guns ook kapotmaken zoals in Battlefield. Het winnende team steelt resources van een ander en verdient geld en ervaringspunten. Ook dit is heel goed doordacht en een verslavend systeem om clans aan te moedigen.
Verre van perfect
Helaas zitten er ook enkele vervelende foutjes die de multiplayer wat frustrerend kunnen maken. Spawnplekken zijn bijvoorbeeld niet heel goed in deze game. Vaak slaan ze nergens op en spawn je midden tussen vijanden of omgekeerd. Over enkele dingen is tevens niet goed nagedacht. In de haven-map pleeg je bijvoorbeeld zelfmoord als je in het water valt. Tijdens een melee-duel kan een vijand het water inspringen om zo een kill voor de ander te vermijden. Dit slaat natuurlijk nergens op. De textures laden ook altijd traag in als je spawnt en de framerate neemt ook af en toe een duik tijdens multiplayer matches. Het is vervelend en onprofessioneel, maar aangezien je tijdens deze momenten onkwetsbaar bent, is het eigenlijk niet game breaking. Hetzelfde geldt voor de microtransacties, die helaas aanwezig zijn in deze game. Ze zorgen er voor dat je in de multiplayer meer gouden eieren hebt om nieuwe spullen te kopen. Aan het begin van de multiplayer krijg je er echter een groot aantal en je kan ieder wapen uittesten voor je het aanschaft. Als je gewoon goede keuzes maakt, kan je vanaf het begin al heel sterke wapens hebben. Hierdoor zorgen microtransacties niet voor een pay to win, al keuren we ze zelfs dan nog steeds niet goed.
























