Eerlijk? Ondergetekende heeft het zo’n beetje voor games uit het film noir-genre. Denk daarbij aan games als Contrast, Wonderbook: Diggs Nightcrawler en het schitterende L.A. Noire die op PlayStation-platformen gespeeld werden. Stiekem keken we dus heel hard uit naar Calvino Noir, net zoals naar het onlangs van Kickstarter-gehaalde Renoir. We waren dus meer dan tevreden toen we een reviewcode in onze mailbox vonden. Het scheelde niet veel of we kropen in een tijdscapsule om terug te keren naar de jaren dertig, want die tijdsperiode wordt aangeboord in Calvino Noir. Inclusief de grauwe zwart-wit tinten.
Goed tegen slecht
In deze 2.5 side scrolling stealthgame worden tutorials overboord gegooid en word je onmiddellijk in het verhaal gedropt dat zich afspeelt in een Europees crimineel milieu. Verwacht je dus aan Europees stemmenwerk met sterke Franse accenten die er misschien iets te dik op liggen, maar laat duidelijk zijn dat het stemmenwerk meer dan degelijk is. Zeker als je er rekening mee houdt dat zo’n kleine indiestudio een beperkt budget heeft en stemacteurs een pak geld kosten. Neem daarbij het feit dat de ondertitels en verhaalvertelling op een leuke manier gebracht worden, zodat dat plaatje alvast volledig klopt. Dat is dan ook een van de sterkste punten van Calvino Noir, iets wat niet van enkele gameplay-elementen gezegd kan worden.
Des te groter onze hype, des te groter onze teleurstelling.
Zoals we reeds vermeldden kunnen we na de intro direct aan de slag als volleerde detective en daarbij vallen onmiddellijk de nogal vreemde controls op. Detective Wilt, één van de drie speelbare personages, wordt naar een afspraak gestuurd in een hotel iets verderop waarbij enkele trappen gebruikt moeten worden. Door de wat onwennige controls betreedt hij niet altijd de trappen die naar een verdieping hoger leiden, maar daalt hij deze soms ook af. De klungelige controls beperken zich niet enkel tot dit trappenprobleem, want ook om jezelf te verbergen voor aankomende bewakers, moet je soms halsbrekende toeren uithalen. Je dient maar op één enkele knop te drukken om je achter een object weg te steken, maar in vijftig procent van de gevallen wil het maar niet lukken.
Mankend vooruit
Daarop voortbouwend kunnen we er de minder goede gameplaymechanics aan breien, want ook dit deel van de game is niet om over naar huis te schrijven. Als stealthgame moet je namelijk ongezien belangrijke dossiers verzamelen, sleutels vinden om gesloten deuren te openen of met de andere speelbare personages op dezelfde plek afspreken. Het verstoppen wil zoals eerder gezegd niet altijd lukken en lukt het wél, dan nog merken de bewakers je regelmatig op. Ook het neutraliseren van die bewakers werkt niet altijd zoals het hoort. Wilt is het enige personage dat iemand kan uitschakelen, maar een krak daarin is hij niet. Er verschijnt een knop op het scherm om zo’n wachter onschadelijk te maken, maar wat het resultaat daarvan is, merk je te laat op. Soms lukt het, maar soms slaagt de game er nog in je neer te laten knallen door de gewapende bewaker.
Dat je na je dood weer een stuk opnieuw moet doen, daar hebben we uiteraard niets op tegen. Ook wij houden van een portie uitdaging en willen zo goed mogelijk presteren. Maar... hier laat de game niet toe om een opdracht zonder fouten uit te voeren, waardoor de checkpoints als iets vervelends ervaren kunnen worden. Telkens opnieuw een stuk herspelen omdat het spel niet doet wat het moet doen, werkt best enerverend. Dat je nog met twee andere personages aan de slag kan, helpt hierbij niet. Naast Wilt kan je ook aan de slag met Siska. Daar waar Wilt wachters uit kan schakelen, kan jongedame Siska deuren openen zonder sleutel en kan ze door deuropeningen kijken zonder die te openen. Het derde hoofdpersonage is Arno; een machineoperator. Voor sommige opdrachten moet je alle op dat moment speelbare personages op één plek krijgen, waardoor je minstens dubbel zoveel kans hebt om gepakt te worden én dus dubbel zoveel kans hebt een heel stuk opnieuw te moeten spelen. Hoera!























