En zo zitten we hier nu, ondertussen drie jaar na de release van de aanvankelijke game. De game heeft dus heel wat inhaalwerk voor de boeg wil het aan de huidige standaarden tippen. Drie jaar is dan ook niet niks; een nieuwe generatie consoles kwam langs, ontwikkelaars leerden uit voorgaande fouten en zo blijft de industrie maar evolueren. Het team dat besloot de game nog eens opnieuw uit te brengen, stond dus voor een aartsmoeilijke taak.
Zombi(U)?
Een eerste indruk zorgt voor een snoeiharde klets in het aanzicht; ik dacht dat dit een next-gen versie van de game was? Sta ons toe er geen doekjes om te winden; grafisch stelt ZOMBI teleur. We krijgen een flets hoofdpersonage te zien waarvan het aangezicht is opgebouwd uit een fractie van het aantal polygonen dat we vandaag de dag gewoon zijn. Texturen zien eruit alsof ze uit de vorige eeuw komen en zijn ons HD-televisietoestel eigenlijk niet waard. Veel spelers zouden hier al de controller links laten liggen, maar dat zou gewoonweg doodjammer zijn.
Los van het teleurstellende stoffige doek die de next-gen versie over zich heen kreeg, schuilt er een lekker concept die na drie jaar rijping nog steeds even goed doorsmaakt. In ZOMBI draait het namelijk om overleven en het overbrengen van die overlevingsdrag, daar is de game simpel ijzersterk in. In een mix van horrorgame met arcade-elementen klemt ZOMBI ons bij de enkels en laat het ons gedurende een aantal uren niet meer los. Dit ondanks het koude zweet dat ons op alle lichaamsdelen uitbreekt.
Ruwe diamant
Ja, hier en daar struikelt het spel over zijn eigen ambitie om een meeslepende ervaring te creëeren. Het verhaal is niet meteen het boeiendste en ook gameplay-gewijs laat men steken vallen. Een voorbeeld is het vals gevoel van vrijheid dat we meekrijgen, want aan het einde van de rit speel je een game met een lineaire verhaallijn. Desondanks is er een intentie die alle kleine misstapjes weet te doorbreken; je wil echt (maar dan ook écht) niet doodgaan. In de ene gamemodus is dat al wat belangrijker dan de andere. Zo kunnen we het avontuur starten als één van de overlevenden, maar ontwaken we gewoon als een andere duts als numero uno het leven laat. De tweede spelmodus is iets uitdagender en schotelt ons een uitdaging voor waarbij we slechts over één leven beschikken.
Het desbetreffende avontuur speelt zich, net zoals in de originele game, af in Londen. De wereldstad wordt geteisterd door een zombieplaag en wij krijgen als doodgewone sterveling de taak om de Engelse hoofdstad van een trieste ondergang te redden. Hierbij krijgen we hulp van een techneut die ons van enkele handige gadgets voorziet; een toestel dat dienst doet als nachtkijker, schatzoeker én vertaler.
"Uw huiswerk nalezen, jongen!"
Maar zoals een energieke jonge student dat wel eens in zijn eerste schooljaren durft doen, leverde Ubisoft Montpellier zijn taak in met de beste bedoelingen, maar zonder het voldoende kritisch onder de loep te hebben genomen. Naast de grafische minpunten, is ook de besturing een aspect dat herzien mocht worden. Met onze joystick bewegen we ons vooruit, maar zaken zoals springen en bukken zijn pas op bepaalde plaatsen beschikbaar. Vrolijk doorheen een lege straat huppelen zit er dus niet in.
Wanneer ook de minikaart het even laat afweten, zit de goesting even in onze klein teen. Diezelfde kleine teen begint ’s avonds echter weer te tintelen; “Zin om nog eens op pad te gaan?” Net dit is de sterkte van deze game, de overlevingsdrang die ons op de één of andere manier steeds laat terugkomen. Ook op de overige consoles is ZOMBI dus een aanrader voor horror- en zombiefans.
























