Dark Souls en Demon's Souls hebben voor heel wat oproer gezorgd in de game-industrie. De moeilijkheidsgraad werd al snel overdreven, waardoor veel gamers het niet eens aandurfden om de games aan de tand te voelen. Zonde, want het is net de kick die je krijgt als je de moeilijkheden weet te overkomen die de games zo geweldig maakten. Dat terzijde kunnen we niet anders als zeggen dat de eerste uurtjes van Dark Souls II een mentale marteling voor je zullen worden. Ondergetekende stierf al na twee minuten en kreeg de eerste tien uren zeker een honderdtal sterfgevallen te verduren. Dat komt natuurlijk als een harde klap aan als je de twee eerdere games over het algemeen vrij vlot hebt uitgespeeld. Je begint te spelen met het zwakst mogelijke wapen en het lijkt een eeuwigheid voor je iets beters vindt. Bonfires, de checkpoints in het spel, zijn in het begin nog schaars te vinden en je hebt een ongelooflijk tekort aan belangrijke voorwerpen. Geloof ons, de eerste uurtjes van Dark Souls II zijn geen pretje.
De basis van Dark Souls II
Voor mensen die besluiten deze brijlante reeks een kans te geven, leggen we eventjes kort de basisconcepten uit. In Dark Souls II baan jij je een weg door verschillende gebieden, zoekend naar bonfires en mistmuren waar meestal eindbaasgevechten achter verschuilen. Door tegenstanders te verslaan, verzamel je zielen, de valuta van de games. Met deze zielen kan je enkele statistieken opwaarderen, voorwerpen kopen of wapens versterken. Door te sterven verlies je al de zielen die je op zak hebt en krijg je nog eenmaal de kans om deze terug op te pikken door zonder te sterven terug te keren naar de plek waar je gestorven bent. In Dark Souls II moet je meestal niet zo'n ellenlange weg afleggen vooraleer je weer je souls kan recupereren, dankzij de gulle plaatsing van bonfires doorheen de wereld. Je kan nu ook naar iedere bonfire teleporteren, waardoor je enkel echt zal moeten backtracken als je ergens sterft of als je wilt zoeken naar gemiste voorwerpen. Bonfires liggen over het algemeen op een haalbare afstand van elkaar, maar je moet ze daarvoor natuurlijk ook weten te vinden. Verkennen is daarom noodzakelijk om het niet overdreven frustrerend voor jezelf te maken.
Flink wat aanpassingen
Tijdens je eerste uurtjes zal je als Dark Souls-veteraan al snel doorhebben dat er een heleboel kleine aanpassingen zijn gemaakt om het zowel nieuwkomers als doorgewinterde Souls-spelers moeilijk te maken. Het lopen met je personage verloopt net iets stroever, waardoor het verwisselen van wapens wat moeizamer wordt tijdens gevechten en je niet direct aanvoelt op welke platformen je kan springen en welke niet. Elke keer dat je het loodje legt, zal er tot aan de helft een klein stukje van je levensbalk afgetrokken worden. Dit maakt de game al heel wat pittiger dan de eerste Dark Souls en zorgt vooral in het begin voor moeilijkheden. Je kan je levensbalk terug opkrikken door gebruik te maken van Human Effigiy's, maar deze zijn over het algemeen vrij zeldzaam. Deze aanpassingen voegen allemaal wat toe aan de gameplay en liggen tevens in de lijn van de andere Souls-games. Daarentegen is er een die compleet misplaatst lijkt in dit spel. Vanaf nu zullen sommige van de tegenstanders niet meer tevoorschijn komen als je te vaak op een bepaald gebied sterft. Hoe meer je sterft, hoe minder tegenstanders je het pad zullen versperren. Het is vreemd dat de ontwikkelaar je hier een handje wil helpen, terwijl ze je voor de rest aan je lot overlaten. We hadden het liever honderd procent old-school gehad, waarbij al de tegenstanders altijd terugkomen als je sterft en je des te meer voldoening krijgt als je de gebieden weet uit te spelen.
Drangleic is nachtmerriemateriaal
We hebben af en toe ook gemengde gevoelens over Drangleic, de wereld die je in Dark Souls II bezoekt. Majula, het ruststadje van de game, ziet er prachtig uit met een indrukwekkend uitzicht over de zee en met een mysterieus sfeertje dat heel goed bij de game past. Maar een aantal beginnersgebieden zoals Forest of the Fallen Giants weten gewoon niet het niveau te halen van de eerdere spellen. Gelukkig worden de gebieden steeds interessanter naarmate je verderkomt en behoren de laatste locaties gemakkelijk tot de meest memorabele van de hele franchise. Misschien zijn ze ook net iets minder indrukwekkend door de ietwat mindere graphics. In plaats van een grafische upgrade koos de ontwikkelaar om te werken aan de framerate. In de eerste Dark Souls kregen we nog te kampen met een extreem hakkelende framerate in grote gebieden zoals Blighttown, maar in Dark Souls II hebben we daar niet een keer problemen mee gehad. Wel zijn de laadtijden nu net iets langer als voordien, wat irriterend kan zijn als je net op een ongelukkige manier gestorven bent en staat te popelen om nog eens te proberen.
Monsterlijk veel content
Net als de mindere graphics, zijn de soms minder interessante gebieden ook best goed te praten. De game is immers bijna een derde groter dan Dark Souls, die op zijn beurt alweer tien uur langer was dan Demon's Souls. Er zijn maar liefst een dikke dertigtal (!) gebieden te ontdekken en ongeveer evenveel eindbaasgevechten. Dan is het logisch dat er hier en daar eentje niet datzelfde hoge niveau weet te behalen. Toch zijn er nog een groot aantal eindbazen waarbij je zo vaak zal sterven dat de moed je in de schoenen zal zakken. Het doel in Dark Souls II is om de Greater Souls te verzamelen, die je krijgt van Greater Demons. Deze Greater Demons zijn overduidelijk de pronkstukken uit de eindbazenverzameling van Dark Souls II, met soms fantastische designs en onvoorspelbare aanvalspatronen die voor enorm spannende gevechten zorgen. Andere eindbazen zijn dan weer knipoogjes naar monsters uit de eerdere games, maar deze zijn soms ook optioneel waardoor we er niet zo zwaar aan tillen als deze soms een beetje goedkoop overkomen.
Niets is wat het lijkt
Naast het vechten zal je op je avontuur ook kennismaken met heel wat nieuwe soorten valstrikken die je even met verstomming zullen slaan als ze je een sterfgeval opleveren. Kisten die je levend oppeuzelen, keren weer terug, maar nu zijn er ook vaak statische voorwerpen in de omgeving die je proberen onderuit te halen. Denk aan lachende potten die je vervloeken als ze naar je kijken of standbeelden die gifballen op je spuwen als je in de verkeerde hoek gaat staan. Een speler die gewoon zonder nadenken door deze gebieden loopt, wordt al snel met de grond gelijkgemaakt. De boodschap is dus voortdurend opletten, want het kan alleen maar in je voordeel werken. Niet alleen kan je zo soms valstrikken vermijden, maar vaak vind je ook heel waardevolle voorwerpen die de rest van je avontuur een pak draaglijker zullen maken. Deze voorwerpen zijn meestal heel snugger verstopt en vergen soms interactie met de omgeving, dus probeer zeker te slaan als je een verdachte steen ziet staan. Momenten waarop je een moeilijke eindbaas verslaat, mogen dan zeker bevredigend zijn, maar het geeft soms net zoveel voldoening om een geheim gebied te ontdekken of een valstrik te slim af te zijn. Zo zullen er wel honderden momenten zijn waar je zal glimlachen omdat je een van de moeilijke raadsels die in de game zit, wist op te lossen. De ervaring die hiermee gepaard gaat, vind je zelden tot nooit in een ander videospel terug.

Dit was de review van het singleplayer-gedeelte van Dark Souls II. Wegens het laat online komen van de servers, bezorgen we jullie later nog een artikel omtrent het unieke multiplayer-gedeelte van deze game.























