Titels mogen geheimzinnig zijn, soms zelfs een tikkeltje verwarrend. Zo heet de groene held uit de Zelda-games Link en vecht je in Total War: ARENA niet in een afgebakend strijdveld. Klei Entertainment had geen zin in dat mysterieuze gedoe en in Don’t Starve geldt er dan ook maar één regel: je mag niet te lang honger lijden, want dan sterf je. Ook sterven wanneer je op een goed gevulde maag nieuwe regio’s verkent, resulteert in een permanente game-over, dus met mondjesmaat risico’s nemen is meer dan voldoende. Dat kan vanaf nu dus ook in de Giant Edition op Wii U en die versie komt inclusief de Reign of Giants-DLC. Geen al te spectaculair nieuws voor nieuwe spelers, maar eenmaal je de game onder de knie hebt, wacht er wel nog een extra uitdaging.
GamePad-faal
We waren vooraf benieuwd naar de manier waarop de Canadese ontwikkelstudio de Wii U GamePad-mogelijkheden zou implementeren. De basisgame slaagde erin om een constant dreigingsgevoel op de gamer af te vuren en daaraan zou weinig veranderd moeten worden, dus lag de eventuele meerwaarde sowieso bij de controller. Om meteen een oordeel te vellen: het had veel beter gekund. De in-game wereld wordt continu op het scherm van de GamePad getoond, maar toch is het zowel veiliger als slimmer om de game te pauzeren en de map op het televisiescherm te verkennen. Zo voorkom je dat je hongergevoel onnodig stijgt, idem voor je Sanity-niveau. Bovendien is alles net iets onduidelijker op het kleinere scherm - werd er voor een verkeerde resolutie gekozen? – en ondersteunt de kleinere map geen aanraakbediening. Zo verspil je alle potentiële voordelen verbonden aan de Wii U-port, maar gelukkig is de game zelf wel verschrikkelijk goed!
Bear Grylls deed het ons voor, en nu is het dus een kwestie van zijn gememoriseerde instructies in de praktijk om te zetten. In het begin van een nieuwe game ben je namelijk volledig op in de natuur aanwezige grondstoffen en voedsel aangewezen: gras, stukjes hout, bessen… Jezelf voldoende voeden en een veilige perimeter creëren door voldoende vuurtjes te stoken; twee belangrijke gegevens waarmee je de initiële gevaren zal overwinnen. Daarna ontpopt het spannendere spelgedeelte, want om blijvend te overleven zal je nieuwe delen van de map moeten verkennen in de hoop meer voedsel en materialen te vinden. Zo kan je je kamp uitbreiden en verstevigen terwijl die extra inspanningen de nodige calorieën verbranden en opnieuw een hongergevoel aanwakkeren. De bediening onderging in vergelijking met de PlayStation 4- en Vita-versies geen wijzigingen, dus kan je met één simpele druk op de knop menu’s zoals je rugzak en het ambachtsscherm openen.
Blijvende magie
De eerste paar keer zal het je misschien niet lukken, maar naargelang je ervaring met de game uitbreidt, zal de magie je echt overmannen. Het zit namelijk zo: elke wereld wordt willekeurig opgebouwd. Hoewel je de eerste dagen telkens weer die basisvoorraad moet opbouwen, opent er zich vervolgens iedere keer een geheel nieuwe omgeving die ongeziene gevaren en schoonheden herbergt. Ook de hilarische voorwerpcombinaties, waarmee je je toch naar werelddominantie kan inzetten, doen je mond regelmatig van verbazing openvallen. Ooit al een hele meute varkens samengebracht om een potentieel gevaarlijke antagonist te bekampen? In Don’t Starve heb je zo een legertje knorbeesten verzameld om de strijd aan te gaan.
“Moet ik dan telkens volledig vanaf nul opnieuw beginnen als ik sterf?” Het korte antwoord daarop is een volmondige “Ja!”, maar in de praktijk gaat het er – gelukkig maar – net iets anders aan toe. Aan de hand van het aantal dagen dat je wist te overleven speel je nieuwe personages vrij. Die hebben andere kwaliteiten, waardoor de game alweer een nieuw aangezicht krijgt. Bovendien onthoudt de game ook recepten die je hebt ontdekt, zodat de zesde, zevende of dertigste playthrough altijd iets uitgebreider (kan) worden. Een schitterende formule natuurlijk, want je wilt altijd net dat tikkeltje beter presteren, en als kers op de taart is er de Reign of Giants-DLC. De mix van extra tegenstanders, voorwerpen en terreurzaaiende bazen levert je alweer een nieuwe uitdaging op, zodat je echt tientallen uren zoet zal zijn met de Wii U-versie van Don’t Starve.























