Over de verhalende inhoud van dit trio aan games ga ik in deze review geen ruimte besteden. Ik wil hier voornamelijk de focus leggen op hoe de Bioshock, Bioshock 2 en Bioshock: Infinite presteren op de Nintendo Switch. Als je toch meer achtergrond wil, kan je de review van Bioshock: The Collection op PS4 nog eens nalezen.
Graphics
Als eerste heb ik gekeken naar hoe de games in Bioshock The Collection eruit zien op de Nintendo Switch. Ik had in alle eerlijkheid mijn verwachtingspatroon vrij laag gehouden omdat we allemaal wel weten dat Nintendo’s nieuwste niet meteen een krachtpatser is vergeleken met een PlayStation 4 en Xbox One. Toch moest ik meteen toegeven dat alle games er verbazend goed uitzien op het kleine scherm. Virtuos heeft echt zijn best gedaan om alle kracht uit de Switch te puren om een zo goed mogelijk resultaat op het scherm te toveren. Zo ziet het water in Bioshock 1 & 2 er verdomd goed uit.
Bioshock: The Collection mag gerust met de grote trom onthaald worden op de Nintendo Switch.
En dat is zeker een goede zaak als je weet dat deze zich in de onderwaterstad Rapture afspelen. Bij Bioshock: Infinite valt dan wel op dat de draw distance er een stuk op achteruit is gegaan. Een logische concessie die gemaakt werd door Virtuos om zo de focus te leggen op alles wat dichtbij jou eraan toegaat. Toch moet ik ook bekennen dat de detaillering in de textures een pak minder is. Je merkt dat er beduidend minder detail in de omgevingen en objecten zit dan bij de ‘grote’ versies. Maar dit stoorde mij op geen enkel moment tijdens mijn speelsessies. En dat is natuurlijk het belangrijkste!
Performance
Ook viel mij op dat de helderheid van het scherm van de Nintendo Switch (ik heb een eerste generatie console) eigenlijk ontoereikend is voor zo’n donkere games als Bioshock 1 & 2. Bij Bioshock: Infinite is dit een pak minder van toepassing omdat dit over het algemeen toch een veel kleurrijkere game is. Waar er wél grote verschillen qua beeldkwaliteit te merken zijn, is het moment dat je op je televisiescherm gaat spelen. Dan wordt alles een tikkeltje waziger en minder gedetailleerd. Dit is ook het moment dat je de beperkingen van de Nintendo Switch écht merkt.
De games zien er verbazend goed uit op het kleine scherm.
Deze beperkingen zorgen er ook voor dat de games niet hoger dan 30fps halen qua verversingssnelheid. Wat mij wel af en toe stoorde was dat deze framerate op sommige momenten inzakt. Dit gebeurd voornamelijk wanneer er erg veel vijanden in beeld zijn. Denk daarbij vooral aan actiescènes in open lucht in Bioshock: Infinite. Deze punten lijken op papier een echte dooddoener, maar in praktijk wende dit toch wel erg snel, waardoor dit weinig impact had op mijn spelplezier. Ook de vrij korte laadtijden zorgen er dan weer voor dat je snel terug in de actie zit wanneer er effectief iets geladen moet worden.
Controls
Dat de Nintendo Switch niet de meest fijnbesnaarde besturing heeft door zijn Joy-Cons is geen geheim. De games hierop afrekenen lijkt mij dan ook niet correct. Toch vind ik het wel het vermelden waard omdat door het feit dat je het best in handheldmodus speelt, je rekening moet houden dat ik na een tijdje toch kramp kreeg in mijn handen. Qua layout van de besturing heb ik op zich weinig aan te merken.
Wel belangrijk om weten is dat alle drie de games een andere layout hebben en dat je enkel bij Bioshock: Infinite de mogelijkheid hebt om deze aan te passen. Tot slot is het te vermelden waard dat de rumble weinig tot geen gevoel voor de dag legt. Meer dan ‘aan’ of ‘uit’ krijg je niet en dat werkte na verloop van tijd best wel op mijn zenuwen.























