Om op ’t gemak in te bollen: F1 2020 vertoont uiteraard heel wat eigenschappen die we van de reeks gewoon zijn. Hyperrealistische graphics, ronkende bolides en befaamde circuits zijn intussen schering en inslag in dit soort games.
Zo bevat F1 2020 onder andere opnieuw de 20 officiële F1-piloten, de 10 officiële teams en de 22 circuits die anno 2020 in ’t echt eveneens aan bod (zullen) komen. Fijn weetje voor wie nog niet op de hoogte was: zowel het circuit van Hanoi (Vietnam) als van Zandvoort (Nederland) vervoegen dit jaar het rijtje. De carrosserie van F1 2020 ziet er dus alvast dik in orde uit.
Meer modes, management en customization
Allemaal goed en wel, maar persoonlijk zit ik niet jaar na jaar op de nieuwste iteratie van iedere sportgame te wachten als die enkel nieuwe teams, spelers enzovoort bevatten. Wat er onder de motorkap veranderd is, dat spreekt mij aan. Ook op dat vlak goed nieuws voor F1-fanaten: de editie van 2020 komt met een paar nieuwe modes en gameplay mechanics op de proppen die spelers heel wat variatie zullen bieden. Helaas waren die nog niet allemaal beschikbaar in de preview build, maar wat er wel was, speelde vlotjes.
De focus op toegankelijkheid verlaagt de drempel voor nieuwe spelers.
Zo zal je naast de reeds gekende Career mode je strategische capaciteiten verder kunnen aanscherpen in de My Team-mode, waar je onder andere het management en de financiën van niet alleen je driver maar van het hele team in handen krijgt. Die extra laag resource management kwam de voorbije jaren al in een hoop andere sportsgames aanwaaien en doet nu dus op algemene vraag van de fans ook zijn intrede in F1 2020.
Naast logo’s, outfits en uiteraard talloze opties aan de wagens zelf bepaal je zo bijvoorbeeld wie je als tweede driver in je team aantrekt, welke facilities zoals chassis, durability, personnel, aerodynamics of zelfs marketing je uitbouwt, of wat de contractvoorwaarden zijn (lees: de dikke pree) van je eigen driver. Met dat geld kan je dan vervolgens buffs en dergelijke aankopen voor je piloot. Interessant om te zien dat men nu ook de driver zelf iets meer in de spotlight durft te zetten in plaats van enkel de wagens, zoals vroeger vaak het geval was.
Overal kleine improvements
Daarnaast bevat F1 2020 een hoop “kleinere” nieuwe features, of upgrades van features uit vorige games, die allemaal samen de kwaliteit van het totaalpakket mooi opkrikken. In de Career mode zal je bijvoorbeeld tussen races door interviews afleggen, waarbij je antwoorden een (weliswaar beperkte) invloed hebben op de stats van je wagen. Bovendien worden ook de gekende driver rivalries deels door je interviews bepaald.
F1 2020 bevat een heleboel “kleinere” nieuwe features, of upgrades van features uit vorige games.
Een ander voorbeeld is het nieuwe “rush development”, een mechanic waarmee je bepaalde upgrades sneller kan unlocken (mits een verhoogde kost en risico op falen, maar dat moet je er bij pakken – ’t leven is aan de durvers).
Lagere drempel, hoger plafond
Tot slot uiteraard nog la question jambon: hoe vlot speelt F1 2020 op het circuit zelf? Ook daar werd ik aangenaam verrast. Als brokkenpiloot heb ik vaak moeite met realistische racegames en dus knelt daar voor mij vaak het schoentje. Gelukkig zet Codemasters in deze editie uitgebreid in op nieuwe features die F1 2020 ook voor noobs zoals mezelf toegankelijker moeten maken. Denk onder andere aan stuurassistentie, automatisch management van je brandstofmix, automatische DRS en zo voort. De easy mode (die “Casual Race style” werd gedoopt) kan echter enkel offline gespeeld worden, anders zou de competitieve scene van F1 2020 geen lang leven beschoren zijn natuurlijk. Aan hoge snelheid over het circuit vlammen is zo zelfs voor leken enorm plezant, ondanks de steunwieltjes.
Terug van weggeweest: de Split Screen Mode!
Ook langs de andere kant van het spectrum wordt er met goodies gestrooid, bijvoorbeeld met een customizable hood en achteruitkijkspiegel. Er wordt dus niet alleen op accessiblity ingezet maar ook op quality of life changes voor de meer hardcore playerbase, wat uiteraard prima is. En heb je het dan toch even gehad met de “serieuze” multiplayer modes, dan kan je opnieuw je maten afdrogen in de Split Screen mode. Terug van weggeweest!






















