Waarom Wel?
Nieuwe, gladde latten
Mogelijks was je het wel al opgevallen (of juist helemaal niet) maar de markt van de schansspringsimulators is nogal dun bezaaid. Virtual Reality lijkt dan ook een ideale springplank voor deze sport te zijn. De mechanics kunnen niet al te uitgebreid zijn aangezien er weinig variatie in de handelingen zit. Dan moet je het van de thrill hebben. In VR maak je des te intenser alle momenten mee. Aan topsnelheid een steile sloop afknallen om dan doorheen de lucht te zoeven: de sport lijkt uitgevonden te zijn voor de virtuele bril. Op dat vlak moet Ski Jumping Pro niemand vrezen. Er is geen competitie, dus blinken ze meteen uit.
Voor de thrill-seekers zijn er heel wat betere VR-ervaringen.
In Ski Jumping Pro VR start je jouw eigen carrière om een legende in een spannend pakje te worden. Tijdens je carrière doe je mee aan enkele van de meest prestigieuze tornooien die er zijn. Het vier-bergen-tornooi, de continentale competitie en natuurlijk de wereldbeker zitten er allemaal in. Veel verschil geeft dat in de praktijk niet. Het komt steeds op hetzelfde neer. Spring verder dan de rest.
Met meer dan twintig verschillende stadia en locaties zal je zeker niet constant dezelfde sneeuwvlokken grazen. De omgevingen zien er best ok uit, al blijft een schans natuurlijk een schans. Je kan andere brillen, pakken en latten aandoen, al zie je de twee eersten quasi enkel in het hoofdmenu. De gameplay vormt de ruggengraat van deze game. Je afzet, je balans onderweg, de sprong en de landing moeten allemaal perfect zitten als je records in plaats van benen wil breken.
Waarom Niet?
De Ene Schans Is De Andere Wel
De gameplay-mechanics zitten goed maar de vrees waarmee ik al snel zat werd ook veruit het grootste struikelblok. Wat is deze game eentonig. Schansspringen is cool en des te meer in VR maar er is véél te weinig variatie. Grof gesteld vormen vier minigames over de periode van een tiental seconden deze game. Meer is er niet. Sprong na sprong voer je dezelfde bewegingen uit, met als enige verschil dat je soms eens links en soms eens rechts moet bijsturen.
Ook al kost deze game amper €20, die prijs is het nooit waard.
Of je nu voor de wereldbeker of de teamtrofee speelt, of je nu in Zuid-Korea of Finland de latten uitstrekt: het is allemaal één pot nat. Er zit nauwelijks diepgang in de game. Een andere factor die de balans definitief negatief trekt is de moeilijkheidsgraad. Deze kan je namelijk niet aanpassen. Van zodra je de gameplay door hebt zul je race na race, tornooi na tornooi winnen. Niks kon me tegenhouden en de tegenstand kwam niet in de buurt. Ik deed er 30 minuten over om vlot de overwinningen aan elkaar te rijgen. Na nog geen drie uur spelen was ik wereldkampioen. Mijn character zwaaide zijn armpjes eens omhoog en prompt zat ik weer op het startscherm met de melding “je kan nog eens spelen als je wil”.
Ook al kost deze game amper €20, die prijs is het nooit waard. Als discipline bij een uitgebreide €60 wintersports-VR game had dit een mooie treffer kunnen worden, als stand-alone ervaring heb je het na een honderdtal sprongen echt wel gezien.
De Sneeuw Is Groener Aan De Overkant
Voor de thrill-seekers zijn er ook heel wat betere VR-ervaringen die je hartslag de hoogte in doen gaan. Ik hoopte dezelfde rillingen te voelen als in de rollercoaster van Until Dawn: Rush Of Blood maar de ijskoude scherpe wind deed me weinig. Er is weinig sfeer onderweg en het gejuich van de supporters komt pas na de climax. Er zijn zeker wat gemiste kansen die de VR-ervaring veel echter had kunnen maken. Waarom kan ik de weg naar boven niet afleggen met de trap of de lift, zodat al die vlaggen beneden steeds kleiner worden? Waarom kan ik niet over de rand de diepte in staren? M’n latten heel even uitdoen na de zege en de fans groeten? Een beker ontvangen op het podium en deze omhoog steken? Helaas, bij dit gerecht krijg je geen slaatje, geen saus en geen dessert. Het is een kale sneeuwbal geworden.






















