Hubris, een single player scifi action adventure-game waarin het verhaal centraal staat, plaatst ons in de huid van een special agent van de Order Of Objectivity. Deze organisatie wordt gerespecteerd én ook gevreesd voor de manier waarop ze erop toezien dat de Code (die werd opgesteld door de diverse systemen) wordt nageleefd. Ga er dus maar vanuit dat er ook tegenstanders zijn die het hier absoluut niet mee akkoord zijn…
In de miserie…
Eens ik gewapend was met een Oculus headset en bijhorende controllers, word ik wakker in een meer naast mijn neergestort ruimteschip. Ik heb geen flauw idee meer wie ik ben of wat er gebeurd is. Maar blijkbaar ben ik terecht gekomen op een kleine, op het eerste zicht verlaten, planeet die deel uitmaakt van het Twin Planet System.
Aangezien ik geen fan ben van natte voeten, laat staan een nat ruimtepak, begin ik te zwemmen (yep, echte crawlbewegingen maken dus), kruip ik aan land en klauter ik (yep, ook hier echt klauteren) tegen een rotswand op. Hier valt meteen op hoe gebruiksvriendelijk, intuïtief en geloofwaardig deze game overkomt. De bewegingen die ik in het echt maak, worden letterlijk overgezet in de game. En dat was nog maar het begin…
De game ziet er Unreal uit
Ik geef eerlijk toe dat ik niet echt een fan ben van het hele VR-gebeuren. Ik word er vaak zeeziek van, vind dat de meeste games er grafisch niet fameus uitzien, en heb vooral geen zin om kabels, headset, controllers en andere toebehoren uit de kast te halen en aan te sluiten. Maar ik moet al even eerlijk toegeven dat ik, eens ik de cargo ruimte die ik betrad, de omgevingen, machines en voertuigen in me opnam met de mond vol tanden stond. Hubris, dat draait op de Unreal 4-engine, ziet er grafisch fantastisch uit. Ik weet niet hoe ze dat daar flikken in Antwerpen, maar dit is zonder twijfel de mooiste, of toch een van de mooiste, VR-games die ik mogen aanschouwen heb.
Hubris, dat draait op de Unreal 4-engine, ziet er grafisch fantastisch uit.
Het 3D-tussenfilmpje, gemaakt met de in-game engine, dat ik te zien kreeg, zag er haarscherp uit, lichtjes en knopjes flikkeren en brengen de omgevingen tot leven, gensters springen uit kapotte elektriciteitsleidingen, het meer (zowel boven als onder water) waarin ik terecht kwam en stilletjes zonk wanneer ik niet bewoog, en dan dat neergestort en brandend ruimtetuig dat ik op het einde te zien kreeg, dat zag er zo geloofwaardig uit dat ik de warmte van het vuur haast kon voelen. Ook de Destiny-achtige Ghost die me begeleidde deed meer dan zijn (stemmen)werk. Chapeau!
Zwemmen, klimmen en rijden (maar niet schieten)
Hubris is een action adventure game waarin de focus ligt op exploratie en puzzels. Door informatie op te nemen die je verkrijgt door tussenfilmpjes, je Ghost-achtig ding en puzzels op te lossen ontrafel je stap voor stap je identiteit en hoe jij in dit plaatje past. Heel belangrijk dus dat ook de besturing vlotjes verloopt.
Het hele spel laat zich besturen door drie knopjes. Eentje om te teleporten (geen last dus van die misselijkheid). Ik geef gewoon met een blauwe lijn aan waar ik heen moet, druk op de toets en hopla ik ben er. Uiteraard gaat dit gepaard met kleine afstanden en op hetzelfde level. Mijn inventaris openen? Deed ik door met mijn rechterhand op mijn linkerarm te tikken. Dan was het gewoon zaak van wederom aan te tikken wat ik nodig had, het item vast te pakken (letterlijk de grijpbeweging maken) en neer te zetten waar ik het nodig had. Liet ik iets vallen, dan moest ik me bukken en het weer oprapen. Het item verdween dus niet in het verborgene.
Zo moest ik op een gegeven moment om een hoger gelegen level te bereiken een mobiel platform opkruipen via een ladder, het ding besturen en parkeren tegen datzelfde platform. Indrukwekkend hoe vlot dat allemaal ging. Ik nam de trapladder gewoon vast, kroop met mijn handen op een ladder zoals ik dat in het echt zou doen, nam het stuur van het mobiel platform vast, reed er een stukje vooruit, achteruit, links en rechts mee doorheen de laadruimte, parkeerde het ding, en teleporteerde me op het platform waar ik moest zijn.
Wat me hier opviel was het gevoel van beweging, het rijden, stoppen, achteruit en weer vooruit en vooral het hoogteverschil. In het begin, toen ik nog wat aan het sukkelen was, had ik bij momenten echt het gevoel dat ik van het ding zou storten en tien meter lager zou vallen. Het leek me allemaal zo beangstigend echt dat ik de realiteit haast vergeten was. Straffen toebak als je het mij vraagt.





















