Dit is Belgisch

Dit is Belgisch

Belgische gamemakers rukken op

Ook in ons land worden er videogames gemaakt, en de ontwikkelaars ervan timmeren ondertussen al jaren - in sommige gevallen is het zelfs al beter uit te drukken in decennia - aan de weg. Dat begint eindelijk op te brengen: de 'grote vier' - Larian Studios, Fishing Cactus, Tale of Tales en GRiN - hebben relatief succes, en een heel leger van jonge startups bonkt al tegen de poort.

Met Woolfe, een herinterpretatie van het volksverhaal dat voorafging aan het Grimm-sprookje Roodkapje, lanceerde het Antwerpse GRiN zijn eerste commerciële videogame: meer dan tien jaar later dan gepland, want de studio werd al opgericht in 2003 met de bedoeling om eigen, commerciële games op de markt te brengen. "Dat was er tot nu toe nog niet van gekomen,” zegt oprichter en creatieve kracht Wim Wouters lachend. "Er waren geen applicatiewinkels, de consolefabrikanten waren ontoegankelijk en verkochten nog geen games in downloadvorm, en op het enige platform waarop je rechtstreeks games aan de consument kon presenteren - de pc - was er geen verdienmodel. We hebben eerst een tijdje geprobeerd om games te maken die je rechtstreeks op de webbrowser kon spelen, en geld te verdienen aan reclame. We kregen 400.000 bezoekers per dag. Maar het enige wat we konden doen, voordat Google Ads op het toneel verschenen, was reclamebanners van porno- en goksites plaatsen. In dat hoekje wilden we ook weer niet zitten."

Woolfe - GRiN

De grote vier

Ondertussen is er echter wereldwijd een grote opmars van nieuwe online kanalen ontstaan waarlangs videogames rechtstreeks aan de consument kunnen worden verkocht, en waarvan ook onze Belgische gamemakers profiteren. GRiN verkoopt zijn Woolfe op dit moment uitsluitend via Steam en hoefde daardoor dus niet op zoek naar een groter gamebedrijf dat een fysieke winkelversie van de game wilde uitgeven. Ook het Gentse Larian Studios, dat vorig jaar internationaal hoge ogen gooide met zijn pc-game Divinity: Original Sin, hanteerde Steam als zijn belangrijkste verkoopsplatform, en dat hielp. Op dit moment staat de teller op 600.000 verkochte exemplaren en is Larian bezig aan de bouw van een tweede studio in het Canadese Québec City om, dankzij het zeer bedreven volk dat daar rondloopt - dankzij de aanwezigheid van bedrijven al Ubisoft - een aantal nog ambitieuzere games te ontwikkelen. "Geen paniek, we zijn niet weg,” zegt oprichter Swen Vincke. "We hebben geen enkele intentie om onze hoofdzetel in Gent te verlaten, maar dit is een stap die logisch is in het uitbreidingsplan dat we voor ogen hebben: als we de kwaliteit van onze toekomstige games nog een stuk willen verhogen, hebben we mensen nodig van het soort dat in die regio zit."

Divinity: Original Sin - Larian Studios

Ook in Gent vinden we Tale of Tales, een studio - of liever: een kunstenaarscollectief - bestaande uit oprichters Michaël Samyn en Auriea Harvey, die eerder games voor de kunst maakt. Dat brengt inderdaad niet zoveel op, maar het gamemakende koppel hanteert het business model dat in de hele kunstensector heerst: opbrengsten bestaan uit de commerciële inkomsten plus subsidies die de twee van verscheidene overheidscenakels losweken. Tijdens een speech op de Game Developers Conference Europe in 2013 deden Samyn en Harvey uit de doeken hoe dat in elkaar zit: voor Bientôt l'Eté bijvoorbeeld, een game gebaseerd op de romans van de Franse schrijfster Marguerite Duras die ze twee jaar geleden maakten, kregen ze 47.000 euro subsidies, onder meer van het Vlaams Audiovisueel Fonds. Tel daarbij de iets meer dan 37.000 euro inkomsten en de net geen 70.000 euro die de productie kostte wordt, ondanks het lage commerciële appeal, toch nog goedgemaakt. "We horen vaak in de industrie dat het niet mogelijk is om videogames puur voor de kunst te maken,” zei Samyn tijdens de presentatie. “Ik voed er toch lekker twee kinderen mee op."

Aan de andere kant van de taalgrens schittert vooral Fishing Cactus, een gamebedrijf dat gevestigd is in Bergen, en daar deel uitmaakt van een snel uitbreidende startupcultuur die de Henegouwse hoofdstad op de kaart zet als een van de meest gedigitaliseerde steden in Europa. Ze maakten in het verleden al games als After Burner Climax voor mobiele toestellen, en ondertussen zijn ze bezig aan een nieuwe game in de klassieke Creatures-serie, waarvan ze de rechten hebben overgenomen. Met het relatieve succes dat ze boekten met die mobiele games en Roger 2.0, in opdracht van het Brusselse Erasmusziekenhuis en erop gericht om mensen met hersenschade zich opnieuw te helpen integreren in de maatschappij, groeiden ze uit tot een studio die op dit moment dertig werknemers in dienst heeft. "We doen veel werk in opdracht, maar dat zijn we aan het afbouwen,” zegt woordvoerster Sophie Schiaratura. "Ons doel is uiteindelijk om honderd procent van onze opbrengsten uit eigen, commerciële producties te halen."

After Burner Climax - Fishing Cactus

Er kan nog meer bij

En ook in de rest van de opkomende Belgische videogame-industrie gaat het iedereen voor de wind: volgens Flega, de Vlaamse koepelfederatie van gamebedrijven aan deze kant van de taalgrens, sorteerden Belgische gamemakers in 2012 (het laatste boekjaar waarvoor alle bedrijven uit de sector momenteel hun jaarrekeningen hebben ingediend bij de Nationale Bank) een gezamenlijke omzet van 40 miljoen euro. Zeventig procent daarvan is op conto van Vlaamse gamebedrijven, dertig procent komt van ten zuiden van de taalgrens, vooral in de buurt van Bergen en Luik. "En er zit over het hele land een duidelijke stijging in,” zegt Flega-vertegenwoordiger David Verbruggen. "In 2010 spraken we van een gezamenlijke omzet van 31 miljoen euro, en de afgelopen twee jaar zijn er nieuwe bedrijven bijgekomen én hebben de bestaande grote successen geboekt. Alles zit in de lift."

Is dat veel? Ja en nee. In onze buurlanden is het in ieder geval veel meer: zie Duitsland, waar kleppers als Crytek en Yager zitten, Frankrijk met zijn Ubisoft, en pioniersland Groot-Brittannië, waar grote namen, bijvoorbeeld Codemasters, zitten en waar ook nog steeds de ontwikkeling van de Grand Theft Auto-games gebeurt. Ook in Nederland is er een bloeiendere videogame-industrie, waar ongeveer drie keer meer gamestudio's dan ons land gevestigd zijn, waaronder échte grootheden als Guerrilla Games (je weet wel, van de Killzone-cyclus).

Er is overigens meer op komst aan deze kant van de Moerdijk. De vier Belgische gamebedrijven die al eventjes aan de weg aan het timmeren waren, kregen de laatste jaren gezelschap van een hele resem aan jonge startups. Zie bijvoorbeeld Crazy Monkey Studios uit Kontich, een bedrijfje dat enkele jaren geleden werd opgericht onder het bedrijfsmecenaat van de IT-groep Cronos, en dat momenteel de laatste hand legt aan de pc-game Guns, Gore & Cannoli, welke op 30 april op Steam verschijnt. Of Happy Volcano uit Leuven, dat eveneens ergens dit jaar zijn puzzelgame Lava Fever op iOS wil brengen. Sileni Studios, gevestigd in Antwerpen, is bezig aan de pc-game Mayan Death Robots, volgens zijn makers een unieke mix tussen een vechtgame en Worms. En LuGus Studios uit Genk maakt met Battle for Donetsk een mobiele game over het lopende conflict in Oost-Oekraïne.

Battle for Donetsk - LuGus Studios

Ten zuiden van de taalgrens zette Fishing Cactus, samen met de lokale overheid, ook al een groeiende bedrijvigheid van kleine gamestudio's in gang. Onder de vleugels van het openschoolcentrum Technocité geven mensen van Fishing Cactus cursussen gamedesign en -ontwerp aan (grotendeels werkloze) geïnteresseerden, die vervolgens zelf aan de slag kunnen hetzij bij de gamemaker zelf, hetzij bij een aantal kraakverse startups als Drag ON Slide en Little Big Monkey Studios die zich in en rond de stad zijn gaan vestigen. "We leven niet in een visbokaal,” zegt Schiaratura. "We verzekeren ook onze eigen toekomst door nieuwe mensen geïnteresseerd te maken in de business, onder meer door deze opleidingsinspanningen. Dat er een paar bedrijven ontstaan is op zich niet genoeg: die hebben een voedingsbodem nodig. We moeten, allemaal samen, een development scene creëren in België."

Eindelijk platformen

Al die jonge starters werden gesterkt door een evolutie die zich op een internationaal plan voltrok: het feit dat er tegenwoordig eindelijk platformen bestaan waarlangs ze hun games ook verkocht krijgen. Naast Steam zijn er namelijk ook de relatief toegankelijke app stores van iOS en Android, en ook PlayStation, Xbox en Nintendo maakten hun toestellen toegankelijker voor beginnende gamemakers. GRiN denkt nog steeds aan een PlayStation 4- en Xbox One-versie van Woolfe, en jonge studio i-Illusions brengt zijn Element4i uitsluitend naar Sony's draagbare PlayStation Vita-console.

"Alles valt een beetje samen,” aldus Verbruggen. "Er zijn eindelijk kanalen waarlangs de makers geld kunnen verdienen, er komt - onder meer via de videogame-afdeling van het Vlaams Audiovisueel Fonds - ook geld vrij om een game te ontwikkelen, en de populariteit van het medium en het publiek dat ervoor openstaat zijn de afgelopen jaren nog blijven groeien. Heel wat mensen met informaticavaardigheden vinden eindelijk de manier om daar iets cools mee te doen (lacht)."

Commentaar toevoegen

Log in or to post comments