Ik luister wekelijks minstens twee, drie keer naar de volledige World of Warcraft (Vanilla)-soundtrack op Spotify. Ik ben opgegroeid met de heerlijke muziektonen van Jason Hayes en collega’s. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat mijn eerste kippenvelmoment reeds aanbrak bij het aanschouwen van dat oude, bekende loginscherm inclusief een onvergetelijk deuntje. Daarna volgde uiteraard het creëren van een personage en de eerste reality check was een feit. De race/class-combinaties waren zoveel jaar geleden een pak beperkter. Geen Orc Mages noch Undead Hunters, mogelijkheden die doorheen de jaren werden toegevoegd. Back to the roots, maar ook niet volledig.
Starten doe je in deze beknopte demo namelijk op level 15, zodat je toch enkele skills achter je broeksriem hebt zitten. Elke nieuwe verdedigende of aanvallende toverspreuk of aanval kost geld, goudstukken zijn zeldzamer dan likes op de Diablo Immortal-aankondigingsvideo … Gelukkig maar dat Blizzard besliste om ons toch een duwtje in de rug te geven zeg maar, zeker omdat je initieel telkens maar een uurtje mocht spelen vooraleer je voor andere geïnteresseerden plaats moest maken. Die beperking werd vrij snel opgeheven omdat de interesse snel wegebde, op mijn server was ik het enige online level 19 personage bijvoorbeeld, wat doet vermoeden dat de extreem lage drop chance van snavels een probleem kan vormen.
Back to basics
Aangezien ik mijn oude liefde, een Orc Warrior, heropviste, beland ik meteen in een van de meest memorabele World of Warcraft-regio’s: The Barrens. Zelfs om 3u ’s nachts werd er hier over koetjes en kalfjes gebabbeld, epische gevechten met Alliance-indringers waren nooit veraf en struisvogels wilden dus nooit geven wat je van hen nodig had. Een ideale locatie om als vanouds op pad te gaan en dat uiteraard te voet. Geen zogenaamde Heirlooms-rijdieren of andere hulpmiddelen, in Vanilla/Classic word je aan je lot overgelaten.
Back to the roots, maar ook niet helemaal.
Vroeger was dat een probleem, maar ik merkte al snel dat ik anno 2018 een gigantisch pak zelfredzamer ben geworden in vergelijking met een twaalftal jaar geleden. Toen schrok ik van de leeuwinnen die het op me hadden gemunt, liep ik constant verloren in de grasarme savanne, maar tegenwoordig heeft geen enkel gebied uit World of Warcraft nog geheimen voor mij. De weg vinden is echter maar een fractie van de vele quests die de MMORPG ook vroeger al rijk was. De juiste monsters vinden lukt nog net, maar met andere spelers in de buurt moet je op je strepen staan en snel aanvallen.Slechts één speler heeft recht op loot van een bepaalde tegenstander, de kans op loot is een pak kleiner dan in de retailversie van Battle for Azeroth en je mag het vergeten om meer dan 2 à 3 monsters gelijktijdig in de ogen te kijken zonder zelf te serven.
In dat opzicht is Classic inderdaad meer hardcore, het vergt meer tijd om iets te voltooien, maar of ook baasgevechten en dungeons/raids in het algemeen die tendens volgen? Moeilijk om nu al volmondig neen te antwoorden, maar volgens mij hebben de vrij simpele tactics de tand des tijds niet doorstaan. Een rotatie voor je class memoriseren en toepassen terwijl je enkele eenvoudige aanvallen vermijdt, zoals dat ook in de open wereld op level 15 nodig is, moet voor elke ervaren raider een fluitje van een cent zijn.
Gimme more
Waar World of Warcraft: Classic sowieso wel in zal uitblinken, is de oppervlakkige diepgang in verband met onder meer weapon skills en talents. Ik spreek mezelf opzettelijk tegen, ‘oppervlakkig vs. diepgang’, en de reden daarvoor is simpel. Indien ik als Warrior plots een zwaard in handen krijg terwijl ik altijd met een bijl heb gevochten, dan zal ik eerst met zwaard moeten oefenen vooraleer ik er degelijke aanvallen mee kan uitvoeren. Biedt dat extra diepgang? Enigszins wel, maar het is niet bijzonder moeilijk om een kwartiertje op low level mobs te grinden om dat zwaard nuttiger te maken. Rond de complexe Talents kan ik eenzelfde verhaal neerschrijven. Akkoord, je krijgt nu plots opnieuw de keuze om tientallen punten zelf in unieke verbeteringen te investeren, maar wie naar sites zoals Wowhead (formerly known as Thottbot) of iets dergelijks surft, krijgt de enige optimale keuze te zien. Zo lopen er binnenkort honderden Warriors met eenzelfde talentverdeling rond, wat de diversiteit niet ten goede komt.
Ik ben met andere woorden niet overtuigd dat een spel met deze ouderdom ons nog kan verbazen. Lijnrecht daartegenover ben ik er wel zeker van dat World of Warcraft: Classic mij enorm mooie momenten zal bezorgen. Zelfs op level 15 ervoer ik een prachtig, voldoeninggevend gevoel eenmaal ik eindelijk zeven snavels van die verdomde struisvogels had verzameld. Ik was op mijn demoserver ook het eerste personage om level 16 te bereiken. Hopelijk speel ik volgende zomer de pannen van het dak als main tank van een goede raiding guild. In Vanilla en dus ook Classic heb je echt het gevoel dat je voor iets moet werken.
Tijd investeren loont, een stukje epic gear toonde je toegewijde spelstijl en hoewel ik uit deze korte spelsessies niet kan afleiden in welke mate Blizzard het hele spel authentiek wil maken, durf ik nu al te stellen dat Classic een onverhoopt succes kan worden. Niet omdat het moelijker is dan Battle for Azeroth en komende uitbreiding voor de MMORPG, wel omdat je niets in je schoot geworpen krijgt en moet knokken om goed te worden. Het is nu reeds duidelijk dat je tijd te veel zal moeten hebben om ‘erbij te horen’, maar wat je in de plaats krijgt is, om het eenvoudig te zeggen, ‘een klassiek gevoel’.






















