Destruction Derby Raw

Destruction Derby Raw

Retromania

In Destruction Derby Raw, de derde titel uit een destijds hoogst succesvolle serie alles-moet-kapotgames, mocht je je andermaal neerplanten in een aftandse kast met een veel te zware V8-motor om je tegenstanders naar de vergetelheid te rijden. Een game die het hele concept perfectioneerde.

Soms krijgt een videogame een betrekkelijk lage reviewscore omdat hij schijnbaar weinig toevoegt aan de gameplay van één of twee eerdere edities. Destruction Derby Raw (2000), een late titel voor de eerste PlayStation, was er zo een: op Metacritic reeg hij slechts een geaggregeerde score van 69 procent bij elkaar, met als een van de belangrijkste kritieken dat hij niets echt nieuws toevoegde aan de formule. "Er valt lol te trappen in Destruction Derby Raw, maar verwacht niet dat het je banden doet springen", opperde één van de reviewers. De formule werd gewoon wat verdergezet na Destruction Derby (1995) en Destruction Derby 2 (1996), zo luidde het.

Maar dat Destruction Derby Raw over een doorgedreven upgradesysteem beschikte, een element dat pas enkele jaren later belangrijk zou worden in racegames (op vroege vogels als Road Rash II na natuurlijk)? Dat werd blijkbaar niet als belangrijk beschouwd. Maar de nieuwe 'Smash 4 $'-modus, een soort career mode waarin je voor harde pegels speelt waarmee je constant wagens moet zien te upgraden, was een stevige innovatie in zijn tijd. Ook al omdat er op langere termijn een soort van overlevingselement in zat: het spel eindigde pas wanneer al je wagens waren kapotgereden én je geen geld meer had voor een nieuwe.

Koosnaampjes

Destruction Derby Raw - alleen al het uitspreken van de naam kan ernstige blikschade veroorzaken - bleef echter ook overeind als racegame. Een die je naar 31 tracks brengt, die naargelang de moeilijkheidsgraad voorzien waren van kruispunten, tunnels en springschansen om het allemaal extra interessant te maken. Maar in de leukste stukken van Destruction Derby Raw was racen natuurlijk niet genoeg: in de Destruction Derby-reeks ging het erom dat je de wagens van je tegenstanders zo doortastend mogelijk aan stukken reed, en dat was natuurlijk niet anders in de derde editie. Het concept haalden ze natuurlijk uit zogeheten demolition races in de zogeheten stock car-sport, maar ze voegden er ook hun eigen leukigheidjes aan toe. Bonussen en speciale namen voor bepaalde 'moves', bijvoorbeeld: knalde je een opponent tegen de vangrail, dan heette dat een Teeth Rattler. Knalde je hem frontaal aan, dan had je een Skull Crusher gesorteerd.

Multiplayer van de tap

De AI van je tegenstanders was natuurlijk nog erg primitief wanneer je die van huidige racetitels als maatstaf neemt, maar het leukste was natuurlijk wanneer je al die ongein tegen andere, levende spelers kon uithalen. Destruction Derby Raw liet multiplayer met vier spelers toe. Natuurlijk was dat nog beperkt tot lokale multiplayer in die tijd: de eerste PlayStation kon nog op geen enkele manier aan het internet worden gehangen. En er zaten maar slots voor twee (toen vanzelfsprekend nog bekabelde) controllers op de PlayStation zelf, dus om met vieren te knallen had je een zogeheten Multitap-accessoire van Sony nodig. Andere tijden.

Soort van zwanenzang

De twee originele Destruction Derby-games waren producties van het Britse Reflections Interactive, de studio die vandaag onder het Ubisoft-imperium zitten en onlangs nog The Crew 2 lanceerde. Raw werd dan weer ontwikkeld door Studio 33, een destijds in het Britse Liverpool gevestigde studio die deels in eigendom was van Psygnosis, de Britse superstudio die begin jaren 90 werd overgenomen door Sony om een westerse wind te blazen in het game-aanbod voor de PlayStation. Onder de Sony-vlag werd het aandeel in de studio verkocht, waarna Electronic Arts het hele bedrijf overnam in 2003. Drie jaar later sloot EA de studio alweer: de ontwikkelaars werden ondergebracht in EA's kernvestiging in Guildford.

Commentaar toevoegen

Log in or to post comments