Op zich schort er niet veel aan de opzet van Lockdown. Vijf uiteenlopende personages die op zich geen band met elkaar hebben, raken op hetzelfde moment verzeild in een klein Amerikaans stadje op het moment van een mysterieuze zombieuitbraak. Het ongelukkige plaatsje wordt in een vingerknip van de buitenwereld afgesloten en de vijf protagonisten kunnen geen kant meer op. Zich doorheen een horde breinloze ondoden slaande, trachten ze elk hun individuele doel alsnog te bereiken. Klinkt best oké, toch? Ja, dat dachten wij ook.
Gebakken lucht
Tot we de vijf verschillende klassen uittestten. Bij het opstarten van de game kies je tussen een bonkige militair, een uit de kluiten gewassen slager, een ongure exorcist, een U.S. Marshal of een gluiperige huurmoordenaar. In theorie verschilt elke klasse in vechtstijl, maar in de praktijk voelen ze alle vijf hetzelfde aan. Het enige verschil is de selectie klassegerelateerde wapens die je her en der opraapt en de verschillende animaties wanneer je een zombie aanvalt. Verder voelt elk personage exact hetzelfde aan, waardoor je keuze uiteindelijk niet veel uitmaakt.
Gelukkig zijn er nog de vijf verschillende verhalen die elke playthrough alsnog de moeite waard maken, toch? Wel, niet meteen. Ondanks dat elk personage zijn eigen voice actor meekreeg en de dialogen in de game lichtjes afwijken per klasse, doorloop je vijf keer exact hetzelfde verhaal. Zelfs de cutscenes waarover de dialogen geplakt worden, zijn exact hetzelfde voor elk personage. De reden waarom elke individuele klasse in het stadje terechtkwam verschilt, maar verder doorloop je dezelfde situaties, spreek je met dezelfde NPC's en bewandel je exact dezelfde route doorheen het plaatsje. Je wint dus met andere woorden niets bij het vijfmaal doorspelen van deze titel.Gekend terrein
We zijn er ook van overtuigd dat je deze game amper één keer volledig wil doorwandelen. Ondanks het repetitieve karakter van elke personage, kan een spel door goede gameplay alsnog de moeite waard zijn. Jammer genoeg blijkt Lockdown niet zo'n game. Het vervolg op gebrekkig rollenspel Trapped Dead speelt vanuit een isometrisch perspectief als een arpg die kenmerken van titels als Diablo en Path of Exile wegdraagt. Je voortbewegen doe je met de linker- of rechtermuisknop, die ook als aanvalsknop fungeren. Naargelang je in level stijgt door breinloos zombies tot ondode pulp te reduceren, speel je actieve en passieve vaardigheden vrij die al dan niet aan bepaalde wapentypes vasthangen. Op zich een goed systeem, maar door de houterige animaties voelt de gameplay vaak onnatuurlijk en gebrekkig aan. Je levelt relatief snel in de game doordat je veel zombies en onuitdagende (mini)bazen tegen het lijf loopt die zelfs geen nieuwe volle levensbalk krijgen wanneer ze erin slagen je toch te verslaan. Zo pik je gewoon elk gevecht na je dood op waar je het achterliet, wat de angel uit de moeilijkheidsgraad haalt.
Eén rottend hand
De positieve punten aan Trapped Dead: Lockdown kan je op één hand tellen en vereisen steeds een kanttekening. Zo zijn er veel wapens en er valt een hoop loot te rapen in deze titel. Het wapentuig dat je her en der tegenkomt is jammer genoeg zelden relevant. Zo botsten wij tijdens onze eerste vijf minuten met de Marine-klasse op een handbijl die meer dan de helft van de game ons sterkste wapen bleek en dus effectiever zombies omlegt dan het wijde arsenaal aan andere wapens die we later tegenkwamen. Om de verschillende wapens sterker te maken kan je doorheen het spel een reeks vaardigheden vrijspelen die vaak aan een bepaald type moordtuig hangen. Die vaardigheden werden voor je gemak in een overzichtelijke skill tree gegoten die even imposant is als een pas gesnoeid Bonsai-boompje en evenveel diepgang kent als een ongebruikte snijplank. Uiteindelijk blijken vooral de voertuigen waarmee je de repetitieve levels snel kan doorkruisen nog de beste toevoeging aan de titel.
Liever alleen
De makers verkopen Lockdown als een ideale co-opervaring. Ook op dat vlak schiet de titel tekort. Een multiplayersessie opzetten is relatief eenvoudig, maar eens je met één tot drie vrienden de game doorkruist val je van de ene frustratie in de andere. Het chatscherm bevindt zich storend onderaan in het midden van je scherm en kan je niet verbergen, de moeilijkheidsgraad van de game schaalt nooit naar het aantal spelers in een sessie en als je zelf als gast in iemand anders z'n spel meespeelt kan je amper iets nuttigs uitsteken. Zo is het aan de host om quest-gerelateerde conversaties te starten, deuren te openen en zowat alle belangrijke opdrachten uit te voeren. Samenspelen biedt met andere woorden geen enkele meerwaarde aan de ervaring, op het delen van je frustraties met anderen na dan misschien.
Party like it's 2005
Ontwikkelaar BigMoon Interactive giet de inhoud ook niet in een aantrekkelijk jasje. Toen we Lockdown een eerste keer opstartten, grepen we meteen naar de kalender op ons bureau om het jaar te checken. Grafisch lijkt de game een decennium achter te staan. Enkel de schaars aanwezige getekende tussenfilmpjes krikken de kwaliteit van de visuele presentatie een beetje op, al is het maar even. Het gebrekkige uiterlijk van de game wordt overgoten door vaak lachwekkend slechte voice acting van - naar wat we van de makers mogen geloven - professionele stemacteurs.
BigMoon trachtte de vele minpunten aan de eerste Trapped Dead-game bij te werken door de besturingen van het spel drastisch te vereenvoudigen en de omslachtige spelcamera nu in een neutraal isometrisch standpunt vast te zetten. Hoezeer de ontwikkelaar de reeks in een betere richting tracht te duwen, wij houden het gevoel dat de studio deze gebrekkige serie het beste voorgoed begraaft, in de hoop dat hij niet weer als een irritante zombie herrijst.





















