Een muziektape èn een videogamecassette in één doos? Het kon gewoon in de jaren '80: beide media werden in de vroegste jaren van dat decennium namelijk voor een deel op dezelfde drager verdeeld (er waren cartridges, cassettetapes en floppy's, maar iedereen keek al reikhalzend uit naar de lancering van de cd-rom), en de ontluikende videogame-industrie was druk bezig zich los te rukken van de speelgoedwinkel en zich te ontpoppen tot een breed entertainmentmedium. Dat laatste lukte pas in 1995 met de PlayStation, maar tijdens de tien jaar daarvoor zagen we al verwoede pogingen om de film- en muziekindustrie te mixen met dit nieuwe, interactieve medium. Dat klimaat halfweg de jaren '80 zorgde ervoor dat niet alleen grote Hollywoodfilms hun eigen videogame kregen, maar ook bekende muziekgroepen als Frankie Goes to Hollywood, wier officiële game in 1985 op de Commodore 64, ZX Spectrum en Amstrad CPC verscheen. Met een extra cassette dus, waarop een exclusieve live-opname van de heren hun doorbraakhit Relax stond.
Loopadventure
Een muzikale MIDI-versie van datzelfde nummer knalde door het opstartscherm van Frankie Goes to Hollywood, en tijdens het spelen van de game strumde het baslijntje van het nummer Two Tribes door de monitorluidspreker. Ook in de negen minigames die de game rijk was werd er rijkelijk leentjebuur gespeeld bij het licht gestoorde universum dat de Liverpoolse synthesizerpopgroep had neergezet in haar videoclips. Het Pong-achtige Talking Heads, bijvoorbeeld, laat de hoofden van toenmalige wereldleiders Ronald Reagan en Constantin Tsjernenko een balletje naar elkaar spuwen. In een niet minder vreemd level loopt je spelerpersonage op het voorplan van een interpretatie op Michelangelo's Schepping van Adam uit de Sixtijnse Kapel (bijzonder mooi weergegeven zelfs, zeker gezien de blokkige graphics van die tijd), met een duivel in de plaats van God, en er is een Raid over Merseyside, waarin je Liverpool moet beschermen tegen luchtaanvallen van een onbestemde tegenstander.
Frankie Goes to Hollywood was meer dan gewoon een collectie minigames. Die vormden niet meer dan een intermezzo voor de centrale game, die zich het beste laat omschrijven als een soort avant-la-lettrekruising tussen - hou je vast - de allervroegste Sierra-adventuregames en The Sims. Want je naamloze en grotendeels vormloze hoofdpersonage loopt rond in het decor van een troosteloze Liverpoolse buitenwijk, tussen de was die aan de lijn hangt in de achtertuin en in de woonkamers en de keukens, tijdens zijn tocht kasten, laden, VHS-videospelers, koelkasten en andere decorstukken doorspeurend voor objecten die je verderhelpen op je queeste. Die laatste draait voornamelijk rond het oppompen van vier elementen die je aan het einde van het spel tot een volwaardig mens maken, en je een ticket bezorgen voor de Pleasuredome: liefde, seks, oorlog en geloof.
Kleinburgerlijkheid
Hetgene wat van Frankie Goes to Hollywood een - zij het obscure - videogameklassieker maakt, is het feit dat de makers ervan als een van de eersten nogal amorfe thema's als de vier zonet genoemde wisten om te zetten in gameplay. Die vier dingen waarrond Frankie Goes to Hollywood draaide kwamen niet toevallig ook terug in de nummers van de (twee jaar na de release van deze game overigens alweer gesplitte) synthpopgroep, en ook het temerige decor waarin de game zich afspeelde was niet lukraak gekozen: de gesloten bebouwingen waarin je rondliep vormden - opnieuw net als de muziek van het vijftal - een aanklacht tegen de (klein)burgerlijkheid die de Britse samenleving tijdens de Thatcherjaren in de ban hield.
Niet geheel toevallig kwamen ook de ontwikkelaars van de game uit Liverpool: Denton Designs was een jaar eerder ontstaan toen enkele ontslagen medewerkers van het aan toenmalige videogamegigant Ocean verkochte Imagine Software hun eigen videogamestudio wilden oprichten, en het bedrijfje maakte ook na Frankie Goes to Hollywood een aantal memorabele games. Zoals de allereerste Transformers-game aller tijden (1985), de toen al op stealth draaiende avonturengame The Great Escape (1986) en de dinosaurusshooter When Time Stood Still (1988). In 1995 werd het bedrijf op zijn beurt overgenomen door Rage Games, dat vooral bekend werd met talloze voetbalsimulators.
Welke retrospellen halen jullie nog regelmatig uit de kast? Ben je zelf een retrofan, check dan zeker ons retroforum.






















