Ancestors Legacy wist me daarom aangenaam te verrassen. Deze squad-based RTS sleept geen tientallen uren per campagne aan en overspoelt je niet met honderden opties – voor mij is dat een pluspunt, maar ik besef ook dat de die-hard RTS-fans er om diezelfde reden waarschijnlijk snel op uitgekeken zullen zijn. De goede en iets minder goede kantjes overlopen we hieronder.
Waarom wel?
Historisch accurate campaigns
Ancestors Legacy biedt vier speelbare facties aan: de Vikingen, Angelsaksen, Slaven en Germanen. Iedere factie heeft minimaal één, soms twee factieleiders waarmee je de campaign doorzwemt. Van zodra je er eentje hebt gekozen begint je avontuur. Je start met een klein dorpje en vandaar (her)schrijf je geschiedenis: er zullen vele historische veldslagen de revue passeren, waaronder bijvoorbeeld de slag bij Hastings of de slag bij Cedynia. Sommigen zijn bekend, andere iets minder – altijd fijn als je weet waarover het gaat, en anders heb je er toch iets van opgestoken. Andersom maakt dat het verhaal ook een beetje voorspelbaar. Wie een beetje een band heeft met geschiedenis, van op de schoolbanken of uit eigen interesse, zal het sowieso fijn vinden om al die bekende veldslagen na te spelen. En zo niet, dan is het nog altijd even leutig om zonder nadenken een paar dorpen plat te branden.
Agressieve gameplay wordt beloond
Over dorpen platbranden gesproken: Ancestors Legacy beloont je als je het heft in eigen handen neemt. Trage en statische gameplay zal je hier niet vinden. Hoe rapper je naburige dorpen verovert en vijandelijke facties begint uit te dunnen, hoe succesvoller je wordt. Strategie in deze game is voornamelijk (om niet te zeggen uitsluitend) gefocust op combat en het manu militari veroveren van alles waar jouw wapenschild niet op staat.
Zoals gezegd begin je iedere campagne met één dorp en twee units aan manschappen. Door naburige dorpjes in te palmen kan je hun resources (hout, metaal en voedsel) inpalmen en zo steeds meer je eigen rijk uitbouwen. Omwille van het feit dat er een limiet zit op het maximum aantal manschappen en het aantal/type gebouwen dat je kan plaatsen, is het van cruciaal belang dat je die zo snel mogelijk hebt, én gaat gebruiken. Een hyperagressieve speelstijl lijkt daarom het beste resultaat op te leveren. Hoe sneller je alles afslacht en platbrandt, hoe sneller je eigen factie sterk wordt. Eens iemand aan de top staat is het heel moeilijk om daar nog verandering in te brengen. Afhankelijk van wat je leuk vindt aan een RTS kan dat tegelijkertijd ook de keerzijde van de medaille zijn, maar daarover straks meer. Het leidt er ook toe dat speelsessies korter maar pittiger zijn en dat de campaign allesbehalve uitgerokken en saai aanvoelt, iets waar ik zeker voorstander van ben.
AI bijt van zich af
Bovendien is de AI geen lachertje: zelfs op medium difficulty werden mijn squads af en toe met de grond gelijk gemaakt. Het waren vooral valkuilen die me de das om deden en waar ik met beide ogen open inliep. De AI is ook niet vies van een ambush en duikt te pas en te onpas in je rug of in je flank op, zelfs wanneer de overwinning al in kannen en kruiken lijkt te zijn. Zeker early game straft de AI je soms genadeloos af, in die mate dat ik een paar keer dacht dat de AI aan het cheaten was. ’t Is met momenten iets te veel van ’t goeie, maar net doordat je soms zo hard in het stof bijt, geeft een overwinning des te meer voldoening.
Iedere factie is uniek
Zoals gezegd zijn er vier facties waarvan sommige met meerdere leiders en die hebben elk hun eigen verhaallijn/campagne. Tot op zekere hoogte sluiten ze op elkaar aan, wat ook merkbaar is op vlak van gameplay: zo kan je bijvoorbeeld pas met de Angelsaksen spelen eens je de Viking-campagne tot een goed einde hebt gebracht. Buiten die verhaallijnen zijn er nog vele kleine details die iedere factie hun eigen smaak en identiteit geven. De zes à zeven types manschappen die je tijdens je campagne gebruikt zijn voor iedere factie uniek. De Angelsaksen (mijn favoriete factie) hebben bijvoorbeeld geen cavalerie maar zijn wel sterker in ranged combat en valstrikken opzetten. Zo zijn er nog tal van eigenschappen die bij de ene factie juist wel of bij de andere net niet van toepassing zijn, wat voor uitgesproken voor- en nadelen zorgt.
Waarom niet?
Tunnelvisie op agressieve speelstijl
Alle positieve eigenschappen van Ancestors Legacy kan je makkelijk op hun kop draaien, met uitstek de manier waarop “strategie” (of gebrek daar aan) in het spel werkt. Hyperagressie wordt beloond en lijkt de beste aanpak te zijn, toch voor zover ik dat heb ervaren. Het gevolg hiervan is dat het nogal snel een Zerg-fiësta wordt. In single player valt dat wel mee ondanks de pittige AI, maar in de multiplayer is dat merkbaar een probleem. Als je met een factie speelt die niet de sterkste early game heeft (zoals de Angelsaksen), dan ben je serieus in het nadeel tegen facties die hier wel een streepje voor hebben (de Vikingen, bijvoorbeeld). Het is zeker niet de enige reden waarom ik zo veel op mijn doos kreeg in de multiplayer, maar volgens mij speelt het wel een belangrijke rol. Zo wil ik het toch geloven.
Beperkt qua manschappen en gebouwen
De grootste tekortkoming van de game is de beperking die het je oplegt op vlak van customization en beschikbare units. Ook van de gebouwen kan je er niet zoveel neerpoten als je zou willen. Sterker nog: je kan de positie van je gebouwen niet aanpassen en ze enkel bouwen op vooraf bepaalde locaties. Dat zorgt voor snellere, minder bedachtzame gameplay, wat voor sommige mensen ontspannender zal werken, maar voor hardcore RTS-fans een bron van frustratie zal zijn. De beperkingen die je worden opgelegd nemen een enorm groot stuk strategie met zich mee. Je kan dus geen speciale strategieën gaan bedenken of de optimale structuur van je basis uitdokteren, en dat maakt base building nogal hersenloos. Het verschuift de focus volledig naar combat en het strategisch uitstippelen van gevechtsscenario’s, wat ook plezant is, al is ’t eerder verplicht dan optioneel.
Weinig spek op de botten
Ancestors Legacy heeft in ’t algemeen niet zo heel veel te bieden. Vier facties is niet om over naar huis te schrijven, de campaigns zijn leuk maar duren elk slechts een uurtje of 2-3 en zijn narratief ook niet zó interessant. De gameplay heeft zijn charmes maar is te beperkend. Veel van de aantrekkingskracht van RTS-games schuilt in de mogelijkheid die je als speler hebt om volledig je eigen ding te doen. Hier is die vrijheid beperkt tot de combat en dan nog heb je daar geen carte blanche, laat staan dat je een campagne volledig gevechtsloos aflegt door bijvoorbeeld enkel handel of wat dan ook te gebruiken. Er zijn maar een handjevol maps en dat hadden er gerust dubbel zoveel mogen zijn, zeker van de grotere varianten waar het er iets tactischer (en langer) aan toegaat. Door het gebrek aan afwisseling en customization zoals we dat gewoon zijn van RTS-games wordt Ancestors Legacy nogal snel repetitief eens je een uur of tien ver zit. Desondanks dat er genoeg content is en er redelijk wat onderscheid tussen de facties zit, doe je uiteindelijk altijd hetzelfde.























