Het moeten niet altijd zombies zijn, toch? Er zijn minstens evenveel fans van de prehistorische viervoeters en gevleugelden. Films als Jurassic World en consorten zijn daar een mooi bewijs van. Nu heb je dus Robinson: The Journey, Ark: Survival Evolved, Ark Park en binnenkort ook Jurassic World om virtueel tussen de tientonners te lopen. Toch betekent populariteit niet altijd succes. Ark: Survival Evolved werd lauw onthaald en ook het meer dan vermakelijke Robinson: The Journey kon niet op iedereens steun rekenen. Hopelijk weet Jurassic World binnenkort potten te breken, want ook Ark Park zal niet slagen in dat opzet.
Jurassic VR
Het zijn niet altijd grote bedrijven die aan games werken. Zo is Ark Park van de hand van Snail Games; een ontwikkelstudio waar ik persoonlijk nog nooit van heb gehoord. Hoewel de game maar zo-zo is, bewijzen andere kleine studio's dat het wél kan. Al kan ik daar ook onmiddellijk bij vertellen dat die het niet altijd zo groots aanpakken. Ark Park heeft namelijk heel wat in huis én is een VR-exclusieve game, waarbij toch net dat tikkeltje extra komt kijken. Niet enkel qua werk, maar ook qua budget. Daarnaast is Ark Park een kleinere versie van Ark: Survival Evolved en pakt het dus ook een heleboel elementen mee uit de hoofdgame, maar dan in VR-vriendelijk formaat.
Starten doet Ark Park eigenlijk zeker niet slecht. De eerste helft van het spel lijkt op een Jurassic Park-film waarbij je met een futuristische trein naar een eiland gaat om daar een pretpark bevolkt door dinosaurussen te bezoeken. Onderweg kom je wat vliegende wezens tegen, terwijl er ook dinosaurussen van het water genieten. Een magisch gevoel nog voor je goed en wel begonnen bent, dus dat beloofde al veel goeds! Maar... eens aangekomen in Ark Park krijg je de mogelijkheid om de tutorial te doorlopen. Daarbij leer je hoe je moet bewegen, craften en exploreren. Vooral dat eerste is nogal vervelend en misselijkmakend, aangezien de ontwikkelaars voor de teleportatiemethode hebben gekozen. Beweeg een cursor met je hoofd, druk een knop in en hupsakee, verplaatst ben je! Het zou véél handiger geweest zijn om vrij rond te lopen of te teleporteren via de controller, maar helaas. Een pijnlijke nek is het resultaat.
Weinig om het lijf
Na de introductie is het tijd voor het echte werk. Je gaat op avontuur en hebt daarbij enkele zaken bij je: een pistool, een scanner, een pikhouweel en handschoenen. Daarbij krijg je de mogelijkheid om erg dicht bij de diverse dinosaurussen te komen en laat me dat meteen het hoogtepunt van de game noemen. Die zijn, in tegenstelling tot de rest van het spel, wel van de nodige details voorzien. En dan rest er nog het maken van benodigde onderdelen. Daarvoor moet je genen van dinosaurussen vinden, maar ook fruit, hout en vanalles en nog wat om het kort te houden. Ook hier wringt er het één en het ander, want je kan niet alles bij je houden, dus moet je behoorlijk wat over en weer teleporteren om je verzamelde objecten te stockeren.
Uiteindelijk heeft die modus weinig om het lijf en misschien is dat de reden waarom ontwikkelaar Snail Games een extra modus toevoegde. In de Battle-modus kan je in diverse arena's dinosaurussen te lijf gaan met vuurwapens, maar stel je er alstublieft niet teveel bij voor. Diverse dino's passeren in enkele waves de revue en eens je je daar door hebt geworsteld, komt er een baas tevoorschijn waarop je enkele magazijnen kogels kwijt kunt. Hoera! Ook dat beest is verslagen. Wat ook bijzonder jammer is, en dat treft helaas ook andere VR-games, zijn de erbarmerlijke graphics. Ark Park ziet er bijlange zo goed niet uit als wat de diverse trailers en screenshots doen uitschijnen. Er kwam veel kritiek op Watch_Dogs, maar in vergelijking met Ubisofts game is Ark Park pure afzetterij.























