Total War Arena

Total War Arena

Een ietwat routineuze laatste technische oefening

Total War Arena

Een ietwat routineuze laatste technische oefening

Eigenlijk speel ik Total War Arena al zo’n kleine drie jaar. Af en aan. Ik keek dan ook ietwat gedesoriënteerd op toen de game onlangs in open bèta ging en de vraag volgde of we er iets over zouden willen schrijven. Dus keerde ik terug naar de Arena. Nieuwsgierig naar waarom de game eindelijk deze lang uitgestelde, volgende stap in het ontwikkelingsproces had gezet.

Total War Arena is een samenwerking tussen de jongens achter de Total War-games en die achter World of Tanks. Het is een strategiegame, geschikt voor korte competitieve sessies, waarin je het met tien spelers opneemt tegen tien andere spelers. Elk heeft daarbij drie units onder zijn commando en die zijn opgebouwd uit drie tot pakweg honderd krijgers, balista’s, strijdolifanten,... De klassieke klassen zoals infanterie, cavalerie en boogschutters, slingeraars en katapulten geven present, alsook de schaar-papier-steen-mechanismen die strategiegamers allemaal kennen. Ook klassiek is de setting, met Grieken, Romeinen, Barbaren en Carthago als de facties waaruit je kan kiezen.  

De diepgang zit in het teamwork en strategie en minder in reflexen.

Afhankelijk van de aanvoerder, denk Leonidas, Alexander De Grote, Julius Caesar, Vercingetorix, Hannibal … , open je een tech tree met specialisaties. Die verschillen naarmate je aanvoerder (en met hem/haar ook die units) opklimt in rang. Dat heet hier overigens niet rang maar ‘tier’. Een hogere tier bereiken, betere uitrusting voor je units binnen elk van die tiers vrijspelen of tijdelijke boosts aan units toewijzen, dat kost allemaal XP of in-game credits die je met echt geld kan kopen. Geen pay to win dus, maar pay to speed this thing the fuck up. De twee partijen van elk tien spelers (en dus 2 keer 30 units) beginnen de match elk in hun basis aan hun kant van de map. Wie de vijandelijke basis inneemt, alle oppositie uitroeit of het meeste troepen over heeft wanneer de maximum matchtijd van 15 minuten afloopt, is gewonnen.

Zijn we weer

Dus ik meld me opnieuw aan. Met een nieuw, door de uitgever uitgedeelde account waar ik grenzeloos gulzig mee kan shoppen. Ik probeer daar toch wat op de rem te drukken. Kwestie van een gevoel te krijgen van het tempo waarmee je zonder zo’n bodemloze portefeuille door de game en die tiers oprukt. Drie partijen diep ben ik … niet onder de indruk. Let op: dat ligt vooral aan het feit dat dit voor ongeveer 85% dezelfde game is waar ik drie jaar geleden mee kennismaakte, destijds met plezier absurd veel tijd in stopte en tot enkele maanden geleden regelmatig nog eens naar terugkeerde voor een partijtje of twee. Wat er altijd zeven of twintig werden. Het is dus niet zozeer een teleurstelling, want alle dingen die de game toen zo verslavend en goed maakten, zijn er nog steeds. Er is gewoonweg weinig veranderd. Te weinig om de game niet toen al uit te brengen en te weinig om er nu opnieuw verslag van uit te brengen.

Eindsprint ingezet?

Ik zie in deze open bèta dan ook een ietwat routineuze laatste technische oefening van de makers. Niet zozeer om gameplaymechanismen uit te testen maar veeleer de achterliggende netwerk-opzet. Een element waarvan je zou verwachten dat de jongens achter World of Tanks, Warplanes en Warships die wel onder de knie zouden hebben. Dat het zo lang geduurd heeft geeft eerder een gevoel van te weinig resources, zelfvertrouwen of andere prioriteiten. Diep ingaan op wat er dan wel veranderd is, voelt ook een tikkeltje krom, want dit is de eerste keer dat jullie ermee aan de slag kunnen. Wat ik overigens iedere strategieliefhebber kan aanraden.

Total Tweak Arena

Een van de grootste tweaks, want daar komt het uiteindelijk op neer, zit in de Tiers die bij elkaar in een match geplaatst worden. Om iedereen zo snel mogelijk in een match te krijgen zijn de partijen niet exclusief voor spelers die units van een bepaalde Tier bezigen. Je komt dus in een match met of tegen spelers die maximum 1 Tier hoger of lager dan de jouwe hebben. In de lagere regionen is die verdeling veelal hetzelfde gebleven. In de hoogste is die elastiek iets minder groot en kom je niet meer als Tier zeven in partijen met Tier 10’s. Toch blijft het zo dat je als een Tier 4 een Tier 6 tegen het lijf loopt, dat verschil te voelbaar is. Veel groter dan dat pakweg in World of Warplanes het geval is. Ik vind het niet erg om een minuut langer te wachten op een match met allemaal spelers van mijn Tier, maar in het kader van de snelle gamesnack waar deze game voor gaat, komt toegankelijkheid voorop.

Tier 6 is waar ik woon

De jacht op die Tiers is aanlokkelijk, vooral als je bij sommige aanvoerders ziet wat voor units er in die hoogste regionen te rekruteren zijn (olifanten!) maar niets houdt je tegen om perfect comfortabel te ‘blijven hangen’ in Tier 6. Anders dan bij de andere World of … - games is behalve zo’n olifant (waar je hier overigens niet tot Tier 10 moet wachten) er geen modernere, meer gelikt tuig om mee rond te manoeuvreren. Bovendien zijn zowel je medestanders als opponenten uit grotendeels dezelfde units opgetrokken. Hoe ze die geboost hebben of van betere uitrusting hebben voorzien, daar heb je meestal het raden naar.

Het mocht iets meer zijn

De open bèta telt dezelfde acht mappen die de gesloten bèta-speler al helemaal uitgewoond heeft en ook daar had ik voor deze gelegenheid een extra verwacht. Al doen jaren-oude MOBA’s het hier niet altijd beter. Overigens van de ongeveer vijftig matchen die ik speelde, passeerden er steeds dezelfde vier de revue. Cosmetisch spul om je troepen een eigen look of kleur mee te geven is bij dit schrijven nog niet geactiveerd, maar eigenlijk houd je de camera – die nu een maximum uitzoom-beperking is opgelegd – zo ver mogelijk van de actie af. Je wil immers het overzicht behouden. Al wat je moet weten van de vijand wordt je verteld door het icoontje boven de unit dat zegt of het een infanterist, ruiter of speerdrager is. Er is momenteel wat heisa onder de vurigste forumkrijgers dat die kortere afstand het hele spel naar de kloten helpt. Ik ben het daar niet mee eens. Fucking drama-queens.

Teamwork weegt meer door

Omdat iedereen zijn eigen klasse kiest, vaak met drie units uit dezelfde klasse, ben je – afhankelijk van de omstandigheden - min of meer op de andere spelers aangewezen. Op lansiers van een andere speler om cavaleriecharges op jouw boogschutters te ontmoedigen. Om vijandelijke boogschutters uit hun positie te forceren. Om vele dingen. Hoe goed de match gaat, hangt hier, meer dan in de andere World of …-games af van teamwork.

Als jij met je tank of vliegtuig vijf kills scoort ben je tevreden. Hier scoor je zelden in je eentje een kill … als je dat al een kill mag noemen. Dat belang van teamwork maakt dat deze game er heel wat beter op wordt als je er tijdens een match op beroep kan doen en minder als dat niet het geval is. Anders dan bij shooters of actiegames en typisch voor multiplayer rts-games waar meer dan een speler aan elke kant vecht.

Kritisch en negatief?

Klinkt allemaal kritisch en negatief? Dat is zeker de bedoeling niet. Total War Arena is nog steeds de boeiende, voor velen verslavende, in hapklare sessies weg te spelen game, die het drie jaar geleden ook al was. De diepgang zit in het teamwork en strategie en minder in reflexen (en dus ook minder in een hyper-ping). Het ziet er mooi genoeg uit voor wat het moet zijn, draait op je moeders pc en, tadaaaah: het is gratis. Gratis op een manier dat je er makkelijk een paar weken mee kan klooien voor je al dan niet besluit om er een paar euro tegenaan te gooien.

 
Releasedatum
09/03/2013
Beschikbaar voor

Conclusie van Raf

Total War Arena in open bèta is grotendeels dezelfde game die het veel te lang geleden ook al in gesloten alpha en gesloten bèta was. Een goeie, RTS-snack waar je je makkelijk en met plezier moddervet aan eet … en blijft terugkeren voor meer. Hopelijk verschijnt de game eerstdaags ECHT, want het wordt zo onderhand wel tijd.

Commentaar toevoegen

Log in or to post comments