Hunt: Showdown is een shooter waarin vijf teams van twee spelers als steampunk bountyhunter achter een of twee monsterlijke prooien aan gaan in een zompige wereld bevolkt met gruwels die zo uit Resident Evil of Evil Within geplukt lijken. Of het werk aan de anderen overlaten en hen onderscheppen voor ze het extractiepunt bereikt hebben. Ga je neer in deze game, dan kan je teamgenoot (als die nog rechtstaat) je misschien nog op de been helpen. Zoniet, of speel je solo, dan is het game over. Meer nog, dan verlies je de helft van je verdiende XP én ook die bountyhunter én al zijn materiaal. Ook al heb ik dat personage met bloed, zweet en tranen tot een level 15 gespeeld.
Kick 1: Hoogspanning
Ga je neer in de eerste vijf minuten van een partij PUBG, dan denk je ‘fuck it’ en je begint opnieuw. Ga je neer als er nog maar vijf spelers overblijven dan denk je ‘fuuuuuuuuck that’, maar oké, next game. In Hunt: Showdown hangt het aantal u’s in dat vierletterige woord samen met de ervaring van de hunter die neergaat … en voorgoed verloren is. En die permadeath kan heel snel en uit duizend hoeken komen. Ik betrapte me erop dat ik die level 15 hunter gewoonweg niet meer durfde te gebruiken, ook al had ik hem al geupgrade voor meer slagkracht en incasseringsvermogen. Nee, dan liever een van mijn nieuwe rekruten in de mangel gooien. Een extra spanning-laag bovenop een gameplay die op zich al schaamteloos flirt met de medisch toegelaten spanningsgrenzen.
Frustratie 1: Dit is écht niet eerlijk
Precies door die high risk/high reward-fundamenten is de mentale slag die je moet incasseren soms gewoonweg te groot. Wordt je onfatsoenlijk vaak neergemaaid in Battlefield door een uitzonderlijk grillige netwerkverbinding, dan is dat vervelend. Verlies je een hunter door lag, dan bekruipt je de zin om een vliegtuigticket te boeken om iedereen bij ontwikkelaar Crytek (inclusief Suzanne van de cafetaria) in persoon te gaan uitschelden. Ik moet toegeven dat in die gevallen dat de server tijdens een match bezweek, je achteraf de melding kreeg dat je hunter die technische storing het overleefd had.
Kick 2: Achteraf een warme douche
Hunt: Showdown dropt je in een overtuigende setting. Het moerassige zuiden van de Verenigde Staten rond het einde van de 19e eeuw met steampunk-accenten en zoals gezegd bevolkt met gemuteerde griezels die net zoals in Resident Evil en Evil Within de term zombie overstijgen. Crytek weet hoe mooie graphics uit een (stevige) pc te trekken. Van een vrij verre intekenafstand tot de modder op je geweer. Dit is echter (vooralsnog) niet de mooiste game ooit en de framerate dropt vaker dan een verdediger in de Italiaanse eerste klasse. Maar de manier waarop zichtbaarheid naar de door functionele bliksemschichten verlichte nachtmappen vertaald wordt, is geweldig.
Frustratie 2: Doe het licht uit
Toen we de game voor het eerst zagen draaien was dat op de nachtmap zoals ik die ook in deze alpha kan spelen. Groot was mijn verbazing wanneer ik zag dat ik dezelfde map ook in een dagversie kon spelen. Persoonlijk vond ik dit een serieuze hap uit de sfeer wegbijten. De uitstekende maar uiteindelijk ook meer beperkte visibiliteit van de nachtmap, het wennen aan het donker na het kijken in een felle lichtbron of het gebruik van je Dark Sight, wordt overdag onderuitgehaald. Bovendien heb je als solospeler helemaal geen kans in een dagmap. De uiteindelijke game kan maar beter minstens evenveel nacht als dagmappen tellen.
Kick 3: Ik heb toch maar één vriend
En dat is al wat je voor Hunt: Showdown nodig hebt. Geen nood aan een clan of dat moeizame samendrijven van vier bevriende spelers. Twee man is genoeg. Twee man die evenveel riskeren maar je moeizaam ge-up-levelde hunter van een domme permadeath kunnen redden. Je bounty neerhalen is veel makkelijker en die trofee erna heelhuids tot bij het extractiepunt krijgen ook. Een tweekoppig team reduceert ook discussies over tactiek, route en of je nog voor die tweede bounty gaat of eieren voor je geld kiest. Mijn occasionele 9lives-co-hunter Randy, is duidelijk dapperder dan ik. Anderzijds ben je misschien de enige resterende jager op het terrein. De game vertelt je niets over de toestand van andere teams. Zo kan je achter die tweede bounty aangaan en heb je ‘alleen maar’ de AI te vrezen, maar dat weet je dus niet.
Frustratie 3: Solo vs duo’s
De game wil teamplay van duo’s promoten. Zoveel is duidelijk. Je kan alleen of solo aantreden, maar tenzij die match toevallig alleen maar van die solo-spelers telt, deel je de map met duo’s. Op nachtmappen kan je daar met wat geluk nog een bounty uit slepen. Zeker wanneer zo rond de end-game-fase de meeste teams door tussenkomst van AI-monsters of schermutselingen met andere teams, gehalveerd zijn. Er is ook altijd nog de tactiek van een vijand kreupel te schieten en dan te wachten tot zijn teamgenoot hem weer op de been komt helpen. Neem echter rustig van me aan dat zowel bij dag als nacht, een solospeler gruwelijk in het nadeel is.
Kick 4: Sssst, hoorde je dat?
Audio is goed voor makkelijk 30% van de Hunt: Showdown-beleving. Van de misselijkmakende geluiden waarmee de monsters zich verraden, tot dat veel te luide geklik waarmee jij je shotgun herlaadt terwijl je dat rivaliserende duo jagers soms wel en soms niet, maar sowieso veel te dichtbij hoort rondsluipen. Hoe luider je praat, hoe verder je van je teamgenoot verwijdert kan zijn om je hoorbaar te maken. En hoe makkelijker monsters en vijandelijke hunters met wel geluidshygiëne, je kunnen horen. Engelstaligen zijn hier in het nadeel. Ik hoorde er twee letterlijk plannen hoe ze mij te grazen zouden nemen.
Frustratie 4: Hoorapparaat-simulator
Ooit voor de grap een hoorapparaat in je oor gestopt? Dat doet het typen op een toetsenbord klinken als dronken drum & bass op volume 11. Zo luid klinkt ook het geschuifel van die vijand die je vlak achter je waant, maar eigenlijk zes meter verderop, achter die muur kuiert. Hier kan Hunt: Showdown een les trekken uit die PUBG, Rainbow Six of ouwe Splinter Cell’s. Daarnaast bestaan er voice-chat programma’s als Discord waarmee zo’n duo wel altijd, over lange afstand en onhoorbaar voor AI of andere teams kan communiceren.
Kick 5: De perfecte mix
Hunt: Showdown is volgens mij op z’n best in een 50/50 mix van PvE en PvP. Afhankelijk van je uitrusting en koelbloedigheid kan de AI je het leven behoorlijk zuur maken, of is die super-makkelijk te ontwijken. Heeft een van die gruwels je opgemerkt, dan kan je die in de meeste gevallen afschudden door een korte sprint te trekken of over een hekje te jumpen. Dat is vaak beter dan de aandacht van andere AI of spelers te trekken met geweerschoten of hysterisch blaffende (en gemuteerde) waakhonden. Dat je een vrij makkelijk uit te schakelen monster liever ontwijkt om je aanwezigheid voor andere spelers te maskeren, maakt voor mij een belangrijk stuk van de Hunt: Showdown-kick. Misschien ben jij tien minuten bezig met die bounty-boss te grazen te nemen, terwijl even verder misschien een ander team spelers geduldig zit te wachten om je trofee achteraf van je gehavende en munitie-arme hunter te pikken.
Frustratie 5: Meer PvE graag
Rivaliserende spelers zullen net zoals jij alsmaar beter worden. De AI wordt hoe langer je speelt makkelijker. Zelfs nu al zijn boss- en bounty vijanden taai, maar zelfs voor solo-spelers een haalbare kaart. De game heeft er meer nodig, van een gevaarlijker variëteit. Of valstrikken die niet enkel je aanwezigheid weggeven maar je ook schade toebrengen. Ik weet het, ik zal het hardst schelden wanneer zo’n valstrik me mijn favoriete hunter kost, maar de ontwikkelaar moet ten allen tijde vermijden dat dit een PvP-shooter wordt met wat monsterlijke snelheidsdrempels.
Hieronder vind je een gameplay-video, en ook een handige tutorial voor beginnende spelers.






















