Donkey Kong Country

Donkey Kong Country

Retromania

Wie er het afgelopen najaar op tijd bij was kan 'm vandaag opnieuw ontdekken op de Super NES Mini. Maar Donkey Kong Country was per definitie al een game die voor de eeuwigheid was gemaakt. Een terugblik op de conceptie en ontwikkeling van deze pivotale SNES-titel.

Ooit was Rare, vandaag een ingeslapen Microsoft-gamestudio in de Britse Midlands, een belangrijke toeleverancier voor Nintendo (en zelfs voor 49 procent eigenaar van de Japanse gamemaker). Dat begon aan het begin van de jaren 90, toen het anders nogal hermetische huis van de Snor het nog piepkleine, letterlijk in een schuur opgestarte gamebedrijfje, dat al een paar eerste successen had behaald met titels als Battletoads, een van zijn oudste videogamepersonages toevertrouwde. Die figuur was dus Donkey Kong: de antagonistische reuzengorilla in Nintendo's gelijknamige debuutkraker uit 1981 op arcadekasten en Atari- en ColecoVision-consoles, want de gamemaker had toen nog geen eigen kastje in de huiskamer staan.

Er waren al eerder tekenen dat Nintendo méér van plan was met Donkey Kong dan er alleen maar een kloon van King Kong van te maken, de film-reuzengorilla waarop ontwerper Shigeru Miyamoto zijn creatie overduidelijk had gebaseerd. Een jaar na de originele game kwam bijvoorbeeld al Donkey Kong Jr. op de markt, waarin de rollen van de eerste game werden omgedraaid: Mario is de slechterik in die game, die vader-aap achter slot en grendel heeft gekregen, en het is aan zoonlief - het personage dat dus door de speler wordt bestuurd - om hem te bevrijden.

Thuismatch voor Donkey Kong

Maar de ware herlancering van Donkey Kong volgde meer dan een decennium later, toen Rare dus met Donkey Kong Country op de proppen kwam. Ineens was de huisprimaat van Nintendo een gorilla van normaal formaat, en er werd een habitat rondom hem gecreëerd die meer in een junglesfeertje paste. Er kwam geen Mario meer aan te pas, en de gameplay werd een tikkeltje behoedzamer dan de op snelle en goed getimede sprongetjes gerichte Mario-games. De zestig platformlevels van Donkey Kong Country draaiden meer om het verslaan dan (zoals, opnieuw, in de Mario-titels) het verschalken van tegenstanders, en er konden junglebeesten als voertuig worden gebruikt. Ook was er een soort 'tag team'-mechaniekje, waarin je van rol kunt wisselen met nevenfiguur Diddy Kong. Er werd overigens een heel nieuwe cast van personages gecreëerd voor deze game, zoals bijvoorbeeld ook Candy, Cranky en Funky Kong.

Er kwam, met de Kremlings, ook een nieuw soort vijand op de proppen, die meer met hun ledematen deden dan eigenlijk alleen maar van collisiedetectie voorziene vijanden in de Mario-games. Mario's muntjes waren natuurlijk bananen, want alles bleef mooi in het junglethema. En natuurlijk waren er ook elementen overgebleven uit de originele Donkey Kong: houten vaten, bijvoorbeeld. Het was een briljante move van Rare om de aap terug naar de jungle te brengen: een die de hele game gewoon deed klòppen. "Nintendo bouwde een nieuw soort game met Donkey Kong Country", jubelde videogamemagazine GamePro bijvoorbeeld in zijn review.

Sappige graphics

Dat grote enthousiasme kwam ook dankzij de superieure graphics van de game: alle decors zagen er enorm sappig uit, en de personages kwamen meer dan wat gamers in die dagen gewend waren tot leven dankzij semi-3D-technieken die de makers toepasten. Nog eens GamePro: "Donkey Kongs graphics maken er een evolutionaire stap omhoog van ten opzichte van de rest van de videogamebende."

Succes kon natuurlijk niet uitblijven. Donkey Kong Country werd, met meer dan 9 miljoen verkochte exemplaren, de derde succesvolste Super NES-game (na Super Mario World en Super Mario Al-Stars). Donkey Kong zelve werd iets van een tweede totemfiguur voor Nintendo, naast De Snor. En Donkey Kong Country kreeg de afgelopen drieëntwintig jaar een hoop sequels, maar ook de game zelf werd geregeld op groot onthaal geherlanceerd. Zoals, recentelijk nog, via de Super NES Classic Mini.

Commentaar toevoegen

Log in or to post comments