Nex Machina houdt het simpel: zonder enige duiding dropt de game je in vijf levels die opgedeeld zijn in een reeks kleinere rooms waar je hordes vijanden aan gort knalt. Net als bij zijn oudere broer Resogun, en inspiratiemateriaal Smash T.V. en Robotron, zit je meteen in de actie. Die straightforward aanpak legt de game geen windeieren, want het geheel inpakken met een opbouwend verhaal zou de kern van de gameplay tenietdoen. De game heeft wel een onderliggend verhaal, maar daar vind je in-game weinig van terug. Daar is gewoon tijd noch reden voor. Nex Machina geeft je een gevoel van gehaastheid, vanaf het moment dat je in het eerste level aan komt geracet tot wanneer je een laatste kogel in de bast van de laatste eindbaas jaagt. Daartussen is er gewoon geen tijd voor cutscenes die je nodeloos een verhaal moeten vertellen met minder diepgang dan de doorsnee waterplas op een pas geplaveide weg.
Kracht in eenvoud
Er zijn robots: die moet je doden. Er zijn humans: die kan je redden. Er zijn projectielen: die moet je ontwijken. Het doel: niet sterven en zoveel mogelijk punten scoren. Aan de hand van trial-and-error ontdek je hoe je deze game moet spelen, waar je het beste welke actie onderneemt en wat je tactiek moet zijn tegen de steeds groeiende groep robots die je willen omleggen. Ondanks dat ik bij aanvang van het eerste level even een overzichtje van de meest essentiële controls had willen zien (ik moest toch wel even zoeken naar die onmisbare dashknop), kan ik de ga-en-leer-aanpak van deze game echt wel smaken.
Ik dacht meer dan eens: ‘holy shit, heb ik dat echt overleefd?’
Resogun 2
Qua gameplay lijkt de game sterk op Resogun. Meer zelfs: zonder naar de naam te kijken had durven zeggen dat deze game Resogun 2 heette en een nieuw camerastandpunt in de reeks introduceerde. Het enige verschil is dat je nu geen ruimteschip bestuurt, maar een soldaat die met de voeten aan de grond de vijand face-to-face bestookt. Dat de game zo sterk op Housemarque’s eerste PlayStation 4-titel lijkt, merk je ook in het spelgevoel. Controls zitten ongelooflijk strak, vijanden ontploffen met een bevredigende knal en movement loopt zo vloeiend als je maar kan wensen. Vele power-ups in het spel geven een bevredigend voordeel, al zijn wapens als de lazer soms wat ontoegankelijk in het heetst van de strijd, door bijvoorbeeld een trage draaisnelheid tijdens het schieten. Toch durf ik zeggen dat Nex Machina nog beter aanvoelt dan zijn voorganger. Zolang je het spel niet met een toetsenbord en muis speelt, natuurlijk. Maar bij een twin-stick shooter spreekt dat voor zich, lijkt me.
Knap in alle aspecten
Dat het spel goed aanvoelt, vertaalt zich ook in sterke visuals en meesterlijk sounddesign. Pompende technobeats zweepen de boel op terwijl kleurrijke kogels en lazerstralen in het rond schieten. Alles ziet er gelikt en gepolished uit, met een resem indrukwekkende particle effects als kers op de taart. Dezelfde grafische stijl als in Resogun duikt hier op, maar krijgt een rijker, meer vibrant kleurenpallet. Een streling voor het oog. Het probleem is dat de boel geregeld wel onoverzichtelijk durft worden doorheen de eclectische kleuren heen, maar dat is voornamelijk gewoon eigen aan het genre. De term bullethell duikt meermaals op in de gedachten, en dat maakt de boel de te bevredigender wanneer je progressie maakt. Ik dacht meer dan eens: ‘holy shit, heb ik dat echt overleefd?’ Om dan natuurlijk enkele seconden later het loodje te leggen door een enkele verdwaalde kogel.
Verslavend
Voor de duidelijkheid: deze game is moeilijk. Je zal meermaals sterven en heerlijk hoge scores aan je neus voorbij zien gaan. Housmarque ontwierp het spel op zo een manier dat je meermaals dezelfde levels moet doorspelen om de game degelijk onder de knie te krijgen. Er zijn dan ook niet zoveel werelden, en een enkele run doorheen alle levels kan je in minder dan een uur afronden, maar het is de hoge uitdagingsgraad die je blijft terugtrekken doorheen het spel. Het kan nu eenmaal altijd dat tikje beter, een beetje sneller, met die extra human die blijft leven. De game is ronduit verslavend. Al valt hij door die hoge moeilijkheidsgraad natuurlijk niet voor iedereen aan te raden.























