Hoewel zowel de reeks als de games razendpopulair zijn in Japan, gaat het westen veroveren toch iets moeizamer. Charme heeft Yo-Kai Watch nochtans in overvloed. De figuurtjes en hun avonturen zijn knotsgek: terwijl sommige nog vrij normaal zijn (zoals de hilarische kat Jibanyan, die verwoed probeert om wraak te nemen op de vrachtwagen die hem overreed in een vorig leven), zijn er ook bizarre Yo-Kai die bijvoorbeeld lijken op een hamburger of een stenen muurtje. Je kan het zo gek niet bedenken. Yo-Kai Watch mikt duidelijk op kinderen. Maar hoewel kinderen de doelgroep zijn, valt er voor volwassenen zeker ook pret te beleven.
Nog meer beestjes
Maar laat ons bij het begin beginnen. In dit vervolg op het eerste Yo-Kai Watch-spel gaat het er nog altijd om zoveel mogelijk Yo-Kai te vangen - en er zijn maar liefst meer dan 100 nieuwe beestjes bijgekomen! In tegenstelling tot de eerste Yo-Kai Watch-game, kreeg het vervolg twee versies: Gigageesten (Bony Spirits) en Skeletspoken (Fleshy Souls). Alsof er nog niet genoeg parallellen waren met de Pokémon-franchise, want het enige verschil tussen Gigageesten en Skeletspoken is dat enkele Yo-Kai uniek zijn aan een bepaalde versie. Daarom is nu ook ruilen mogelijk, alsook online vechten tegen andere spelers.
Geest of spook?
Het verhaal begint ogenschijnlijk banaal. Je wordt gewekt door je ouders om met hen naar de winkel te gaan. Wanneer jullie vervolgens als gezellig gezinnetje terug naar huis rijden, stellen je ouders voor om eerst nog wat lekkers te gaan halen bij een van de twee donutwinkels. Vervolgens krijgen je vader en moeder kletterende ruzie om welke donuts nu de beste zijn, waarbij ze nog net niet elkaars strot fijnknijpen. Wat zou de oorzaak kunnen zijn? Een nakende scheiding – of een Yo-Kai? In tegenstelling tot wat je zou verwachten van een vervolg, heb je echter geen flauw benul van wat een Yo-Kai is. Wanneer je net zoals in het eerste deel met je vrienden afspreekt om insecten te gaan vangen, kom je een vreemde winkel tegen waar je een Yo-Kai Watch ziet, zogezegd voor het eerst. Al snel wordt duidelijk dat je geheugen gewist is en je je niets meer kunt herinneren over Yo-Kai. Je vertrouwde maatje Whisper komt je weer bijstaan en al gauw ontmoet je Jibanyan en de rest opnieuw, al duurt het even voor al de herinneringen aan jullie tijd samen terugkomen.
Monotoon
Helaas gaat het zo de eerste uren door, met de plot van het eerste deel dat je moet ondergaan waarbij je ronddwaalt in hetzelfde bekende stadje, afgezaagde fetch quests inclusief. Voor het nieuwe, echte verhaal fatsoenlijk van start gaat, moet je dus eerst een paar uur flink op je tanden bijten. Uiteraard moeten nieuwelingen ook de basics kunnen leren, maar voor veteranen is het een sleur om zich opnieuw door de ellenlange tutorial en de gebeurtenissen van het eerste spel te moeten worstelen.
Nieuw is dan weer dat je de mogelijkheid krijgt om door de tijd te reizen naar de jaren 50, om Yo-Kai die enkel in het verleden bestaan te pakken te krijgen en de oorsprong van de allereerste Yo-Kai Watch te ontdekken. Een pak aangenamer dan gewoon het verhaal van deel één voorgeschoteld te krijgen. Zoals eerder gezegd spendeer je je tijd in hetzelfde dorpje als tevoren: Springdale. Daarbovenop zijn er gelukkig ook nieuwe gebieden en dorpen te ontdekken. Die dorpjes bereik je met de trein, een concept dat erg realistisch in elkaar zit. Een beetje té realistisch zelfs. Zoals in het echte leven moet je namelijk wachten tot je trein de juiste halte bereikt heeft. Diep inademen en tot tien tellen is de boodschap.
Het vervolg krijgt wel punten voor het feit dat ontwikkelaar Level-5 wat meer variatie probeerde te stoppen in de missies, buiten de standaard ‘vang dit insect of confronteer die Yo-Kai’-missie. Voor het eerst zijn er quizzen en puzzels, zoals een doolhof. Toch gaan de missies na een tijdje allemaal hetzelfde aanvoelen en blijft het geheel nogal repetitief.
Auto-piloot
Het vechtsysteem is onveranderd gebleven. Jammer, want een paar aanpassingen hadden een hele verbetering kunnen betekenen. Je Yo-Kai vechten automatisch, met alle frustraties vandien: ‘Hou op met jezelf te genezen, nog maar een keer aanvallen en de vijand is dood! Wat zit je nu te inspiriten?! ARGH!’ Drie Yo-Kai zijn actief in de strijd en kunnen simpel omgewisseld worden met drie andere door het wiel te draaien waarop ze zich alle zes bevinden. De ene Yo-Kai passen al beter samen dan andere en geven elkaar dan een boost. Je kan het gevecht wel sturen door ze te laten richten op een bepaalde vijand of een zwakke plek, vaak gebruikt bij eindbazen.
Een Soultimate is een speciale aanval die je Yo-Kai kan uitvoeren als de meter vol is. Om die te activeren speel je een korte mini-game. Hezelfde om je Yo-Kai te bevrijden van een vloek. Amusant, dat wel, maar niet bepaald diepgaand. De meeste gevechten kan je perfect winnen zonder een vinger te verroeren. Heel bevredigend is het dan ook niet als je wint. Op zich is het vechtsysteem geen ramp, maar ondanks dat het eens iets anders is, blijft het redelijk passief. Je hebt maar beperkte controle over hoe je Yo-Kai zich gedragen tijdens het vechten en het blijft gedeeltelijk afhangen van geluk.
Hetzelfde met het vangen van Yo-Kai. Om de Yo-Kai die je wilt aan je collectie toe te voegen, moet hij je na het gevecht benaderen en je vriend willen worden. Of dat ook effectief gebeurd, is compleet willekeurig. Je maakt meer kans als je de Yo-Kai eten toewerpt waar hij dol op is tijdens het gevecht, maar het is geen garantie. Dat is extra frustrerend omdat er geen mogelijkheid is om erachter te komen wat het lievelingsvoedsel is van een specifieke Yo-Kai. Op goed geluk eten werpen en duimen maar. Hoewel kinderen inderdaad niet veel zijn met ingewikkelde stats en diepzinnige strategieën, kunnen ze toch echt iets moeilijkers aan dan dit.
Meer van hetzelfde
Waar zowel het voorgaande deel als Yo-Kai Watch 2 door schittert is het luchtige verhaal, de amusante dialogen en de grappige Yo-Kai. En of je het vechtsysteem nu haat of liefhebt, je moet toegeven dat het wel apart is. De game neemt zichzelf niet te serieus en vermaken deden we ons dan ook zeker wel. Maar de verveling slaat al snel toe met de monotone quests en het grotendeels passieve vechtsysteem. Toegegeven, in het eerste spel zagen we dit wat meer door de vingers, maar dat er in het vervolg op deze vlakken niets verbeterd werd, is onvergeeflijk.























