Deze zomer konden we reeds met de game aan de slag op gamescom. We hadden een aangenaam gesprek met hoofdontwikkelaar Karel Crombecq en kregen op onze virtuele neus van een tweetal Waalse gamejournalisten. Vooral dat laatste was een motivatie om Mayan Death Robots goed onder de knie te krijgen om revanche te nemen. Hoe dan ook; de game wist onze nieuwsgierigheid aan te wakkeren waardoor we sinds de release praktisch iedere avond aan de slag gingen met de Maya-robots.
Copycat
Laat ons meteen een groot misverstand uit de wereld helpen: Mayan Death Robots is geen schaamteloze kopie van de welbekende Worms-serie. Het is inderdaad verleidelijk om de Belgische indie met de iconische game te vergelijken. Zo gaat het in beide gevallen om een turn-based strategy game waarbij twee spelers elkaar beurtelings van de aardbol proberen te vegen met behulp van intergalactisch geschut. Deze turn-based-analogie is – hoe contradictorisch ook – meteen ook het grootste verschil tussen beide.
Zo kunnen we bij iedere beurt een actie selecteren, gaande van granaten gooien tot naar een hogerop gelegen platform springen, maar komt onze actie samen met die van de tegenstander tot uiting op exact hetzelfde moment. Dat opent heel wat perspectieven; zo kunnen we onze tegenstander zijn uitje naar een hoger gelegen stukje land brutaal onderbreken door een raket zijn pad te laten kruisen. Daarbij is het Tetris-gedeelte in de game ook een leuke feature. Zo kunnen we iedere beurt onze kist (die de tegenstander moet zien te vernielen) voorzien van een extra line of defense door met Tetris-blokken het speelveld te bewerken.
Out of the box
De synchrone uitvoering en de Tetris-blokken zijn maar enkele zaken die de game een enkeling in zijn soort maakt. Zo is het verhaal al even eigenaardig als de gametitel zélf: Maya-robots zijn één of andere vreemde televisiefetisj geworden die menig futuristische geek weet te boeien. Een ceremoniemeester à la Hunger Games schotelt ons de meest vreemde en absurde scenario’s voor die wij als snuggere microgolfovens tot een goed einde moeten zien te brengen.
Hoewel het verhaal ons hier en daar wist te vermaken met zijn droge humor, is het scenario een overbodig luxe. Misschien had Sileni Studios beter wat extra tijd gestoken in het ontwerpen van extra wapens en personages. In totaal zijn er zo’n tien personages beschikbaar (waarvan zes speelbaar bij de start van de game) en heeft iedere robot een tweetal aanvallen ter beschikking. Het gebrek aan variatie wordt echter opgevangen door de leuke verrassingen in de levels zelf. Een Maya-draak die plots uit het niets opduikt door het vernietigen van enkele reusachtige eieren in de spelwereld, is maar één van de onverwachte wendingen die de game ondergaat.
Reusachtig gemis
Wie “Worms” zegt, zegt pittige 1vs1-gevechten die vaak op een pikante scheldpartij uitdraaien. Mayan Death Robots richt zijn pijlen op een gelijkaardig publiek, maar vergeet daarbij zijn pijlen aan te scherpen. Zo is er een lokale meerspelermodus voorzien, maar is het gebrek aan een online multiplayer van ongeziene grootte. Dat deze Mayan Death Robots verschijnt zonder dergelijke modus is dan ook een doorn in het oog; deze game had zoveel beter kunnen scoren met een online-gedeelte.
Het ontbreken van dat laatste is meteen doorslaggevend voor de game. Het verhaal weet ons niet voldoende te boeien om te blijven spelen. Een 1vs1-gevecht met een lokale medegamer is dan ook de enige reden waarom we deze Mayan Death Robots uit onze Steam-bibliotheek zouden opstarten. De game zou volgend jaar zijn opwachting maken op de consoles. Misschien is tegen die tijd het reusachtige online-gat opgevuld, waardoor deze game stuk boeiender kan worden.
























