Ere wie ere toekomt. Jarenlang was hij de enige die beweerde dat het wél nog altijd kon: schitteren in het veld én op de weg. Ook op het allerhoogste niveau. Maar niemand die Roger De Vlaeminck ernstig nam. Tot nu. Van Aert die als favoriet aan de Ronde van Vlaanderen begint, Van der Poel die als schaduwfavoriet wordt getipt: hij heeft het altijd gezegd. “Allee”, zegt De Vlaeminck. “Ga je nu eindelijk in uw gazet schrijven dat ik gelijk had?” Bij deze. De telefoon van het grote gelijk.
Tuut-tuut. “Hallo, De Vlaeminck.”
Dag Roger, mogen we even een paar vragen stellen over het succes van Van Aert en Van der Poel?
De Vlaeminck

verontwaardigd) “Allee, eindelijk zijn ze daar, de gazetten. Van Aertje, Van der Poel: nu zien ze het ook. Terwijl ik dat al jaren zeg: de cross is het beste wat er is voor een wegrenner. En natuurlijk gaat dat nog samen. Ik heb gans mijn carrière niet anders gedaan. Eerst crossen, dan in het voorjaar op de weg. Maar ze wisten het allemaal beter. Ik die elf monumenten gewonnen heb, dan zwijg ik nog over mijn Belgische titels en wereldtitels. Meer dan vijftig jaar ervaring. En dan zeggen anderen jaren aan een stuk dat het niet meer samengaat. Jongen, jongen, ik word er ziek van.”
Waarom was jij er zo van overtuigd dat Van Aert en Van der Poel het ook in de klassiekers op de weg zouden kunnen?
“Omdat ze goed zijn. Omdat ze de grote klasse hebben. Pak Marianne Vos bij de vrouwen. Of die Française, Prévot. Die won drie wereldtitels in één jaar: cross, weg en mountainbike. Als ge de grote klasse hebt, dan kunt ge alles. Vanaf het moment dat Van der Poel en Van Aert beroepsrenner werden, wist ik dat het twee heel goede wegcoureurs zouden worden. De besten in België en Holland. Dát heb ik gezegd.”
Maar iemand als Sven Nys kon het bijvoorbeeld niet op de weg.
“Omdat hij niet goed genoeg was. Een goede veldrijder, Nys, maar hij had de grote klasse niet. Hij heeft het geluk gehad dat hij niet tegen Van Aertje en Van der Poel heeft moeten koersen.”
Het grote gelijk van Roger De Vlaeminck: “Waarom bellen Wout van Aert en Mathieu van der Poel niet een keer naar mij?”
Mathieu van der Poel tijdens Gent-Wevelgem. FOTO: GMAX AGENCY
Kunnen Van Aert en Van der Poel zondag al de Ronde winnen?
“Maar ja, gij. Van der Poel heeft maar één fout gemaakt. Hij heeft te weinig koersen in de benen. Hij had direct moeten doorrijden na de winter. De Omloop, Kuurne… en stoppen na de Amstel. Zoveel talent. Als hij Milaan-Sanremo had gereden, ik had hem zelfs als favoriet gezet. Dat is het voordeel dat Van Aert heeft op Van der Poel nu. Hij heeft dat wel allemaal gereden. Daarom dat Van der Poel in Gent-Wevelgem moe was op het einde. Maar pas op, hij gaat erdoor komen. En dat gaat niet lang meer duren. Rijdt hij woensdag Dwars door Vlaanderen?”
Normaal wel.
“Wel. ’s Avonds nog honderd kilometer bijtrainen en hij zal er wel staan in de Ronde van Vlaanderen. Zeg het hem maar.”
Over veldrijders gesproken: ook Stybar is favoriet.
“Geen slechte coureur, een goede zelfs. Maar hij heeft niet het talent van Van Aert en Van der Poel. Stybar wint meestal omdat hij een goede ploeg heeft. Mocht hij alleen zitten, zoals Van der Poel, het zou minder zijn.”
Het grote gelijk van Roger De Vlaeminck: “Waarom bellen Wout van Aert en Mathieu van der Poel niet een keer naar mij?”
Wout van Aert werd opnieuw derde in de Strade Bianchi. FOTO: BELGA
Het bewijst wel jouw andere gelijk: de cross blijft een prima opleiding voor een renner.
“Natuurlijk. Dat zeg ik toch. Mocht ik ploegleider zijn en goede coureurs hebben, ze moesten allemaal minstens een cross of vijf, zes rijden in de winter. Ten eerste: ge gaat minder vallen. Ten tweede: ge gaat beter leren sturen en handiger worden – alleen al door al die bochten en dat voortdurend optrekken. Ten derde: als ge valt, kunt ge beter vallen. Heb je Van der Poel in Nokere gezien? Hij valt, tuimelt twee keer rond en dan zie je een rode coureur komen (CCC-renner Jonas Koch, nvdr.)… Hij zit op vijf meter van Van der Poel en hij rijdt er nog los op. Een crosser zal dat nooit tegenkomen. Zeg, iets anders: klopt het dat Van der Poel Parijs-Roubaix niet rijdt?”
Dat klopt. Hij rijdt alleen de Vlaamse klassiekers en de Amstel Gold Race. Voor Roubaix heeft de ploeg niet aangedrongen op een uitnodiging. Spijtig?
“Ik vind dat erg, ja. Van der Poel is gemaakt voor Parijs-Roubaix. En zijn ploeg wil niet, zeg je? Hadden ze schrik dat hij ging winnen of zo? Van der Poel moet daar altijd rijden. Hij is 24. Dan moet je niet meer wachten. Dat is nog zoiets spijtig: ze zijn alle twee veel te laat op de weg begonnen. Maar, daar zijn we weer, het was elk jaar hetzelfde: dat gaat niet meer samen. Waarom bellen ze niet een keer naar mij?”
Ze wilden hen niet te veel belasten en voldoende rust gunnen.
“Rusten? Ik reed (in 1974, nvdr.) het WK veldrijden in Vera de Bidasoa. Van Damme won, ik was tweede. Het was bijna de hele wedstrijd lopen. Maar ’s anderendaags vertrok ik naar Sassari in Sicilië. Een Italiaanse klassieker van 250 kilometer. En wie wint daar? Ik. Fysiek word je niet moe van de cross en de weg te combineren. 25 tot 35 crossen in de winter, dat kan gemakkelijk. Je wordt alleen psychisch moe als je te veel doet. Maar dan rust je eens tien dagen en je bent weer honderd procent. Zeker vandaag. Hoe lang duurt een cross nog? 56 minuten. Wij reden vroeger crossen van een uur en twintig minuten. En altijd maar lopen, lopen… Wat een verschil.”
Het grote gelijk van Roger De Vlaeminck: “Waarom bellen Wout van Aert en Mathieu van der Poel niet een keer naar mij?”
Waar liggen de grenzen van Van Aert en Van der Poel? Amstel? Luik?
“Die kunnen alles winnen. Van Aert kan Luik winnen. En Van der Poel kan zelfs Lombardije winnen. Zeker nu ze tegenwoordig nog maar drie grote cols over moeten, bij ons waren dat er nog vijf. Ik zie Van der Poel zelfs de Tour rijden. Ik zeg niet direct om te winnen, maar hij zal toch lang meegaan bergop.”
Ze hebben alles?
“Bijna alles. Het talent is er. Maar, en schrijf dat ook maar in uw gazet, het zijn nog altijd maar kampioenen in wording. Ze moeten nog alles bewijzen op de weg. Het is niet omdat ge tweede of vierde wordt dat ge al een grote kampioen zijt. Maar dat ze dat gaan worden als ze zich in de toekomst verzorgen, daar twijfel ik niet aan.”
Het is genoteerd.
“En ga je nu schrijven dat ik altijd gelijk heb gehad? Ik ben eens benieuwd. En nu ga ik voortdoen met mijn eten. Merci.”
Tuut-tuut.