PDA

Volledige versie bekijken : Saint-Simonisme: een introductie



=[PraetoriaN]=
22 juni 2004, 12:08
Ik heb al verscheidene malen verwezen naar Saint-Simon, hopelijk kan deze tekst alles verklaren.

Claude Henri de Saint-Simon (1760-1825)

"... Freedom was proclaimed in order to destroy a social order that was no
longer feasible, and no idea could have been more powerful against
hierarchies that were, in the estimation of the peoples, justly torn
apart. But when the aim became, in Europe or in America, to apply
this idea to the construction of a new social order, the state of
things that we have just depicted was produced. People seemed to
believe that the solution of the problem consisted in placing the word
less in front of all the terms of the formula of the Middle Ages, and
this strange solution engendered only anarchy; the publicists of our
own century have merely echoed the philosophers of the eighteenth
century, without realizing they have an inverse mission to perform."

"Met het geweten is geen vergelijk mogelijk."

Grondlegger van de egalitaire technocratie

Theorie van Saint Simon:

Saint Simon vertrekt vanuit een voor-liberaal klassebegrip, d.w.z. het klassebegrip van de vroege, nog in de Verlichting bevangen bourgeoisie op het keerpunt van de 18e en 19e eeuw. Van daaruit baant hij enerzijds de weg naar een liberaal-burgerlijk klassebegrip. Anderzijds voltrekt hij tegen het einde van zijn leven de overgang naar een vroeg-socialistisch klassebegrip.

De deling van de maatschappij in klassen beschouwt hij al vroeg als invalshoek voor de kennis van het historisch proces. Aanvankelijk deelt hij de maatschappij in drie klassen in.

De eerste klasse - waartoe hij zichzelf rekende - was die van de vooruitgang: zij bestond uit geleerden, kunstenaars en allen die liberale ideeën hebben.
De tweede klasse was die van het behoud: zij bestond uit bezitters die niet tot de eerste klasse horen en die 'geen veranderingen' in hun blazoen hebben geschreven - de vraag of het om feodale grondbezitters of kapitalisten gaat, speelt hier nog geen rol.
De derde klasse was die van de gelijkheid: zij bestond uit alle bezitlozen die door de eigenaars van grond en kapitaal worden gecommandeerd en uitgebuit.
Geïmponeerd door de almacht van de rede, stelt Saint-Simon voor om uit de meest getalenteerden van de eerste klasse een wereldregering te vormen aan wie, op grond van hun superieure wetenschappelijke inzichten en politieke-morele progressiviteit de leiding over de noodzakelijke maatschappelijke hervormingen kan worden toevertrouwd - onder het motto: 'Ruimte voor de Archimedessen!' Een uiterst belangrijke en dringende taak was daarbij de verlichting en opvoeding van de bezitlozen. Hij vertrouwt erop dat de rijken en grote bezitters de redelijkheid van zijn voorstellen zullen inzien, ze uiteindelijk zullen ondersteunen en vrijwillig een deel van hun macht zullen afstaan. Saint-Simon is er vast van overtuigd dat er niet alleen behoefte bestaat aan een politieke wetenschap op basis waarvan de maatschappelijke ontwikkeling geregisseerd zou kunnen worden, maar ook dat deze een mate van betrouwbaarheid en positiviteit zou kunnen bereiken die gelijk was aan die van de natuurwetenschappen. In aansluiting bij het systeem van Newton zou het hele sociaal-wetenschappelijke en politieke kennisbestand in één uniform systeem ondergebracht moeten worden.

Tijdens zijn leven is hij niet alleen getuige van de napoleontische oorlogen, van het echec van het imperium en van de restauratieperiode, maar ook van de zich doorzettende industriële revolutie en de toenemende activiteit van de verarmende, bezitsloze volksmassa. De ervaringen brengen zowel zijn beeld van de geschiedenis als zijn politieke visie in beweging. Hij begint de geschiedenis te analyseren als een historisch proces, waarin de klassen de belangrijkste actoren waren. Hij doet een eerste poging om het ontstaan van de klassen in Frankrijk te verklaren. Daarbij neemt hij de economische verhoudingen (en met name de produktie van materiële goederen) als uitgangspunt: "De beste maatschappelijke orde is die, welke de levensomstandigheden van de meerderheid van de mensen in de maatschappij zo gunstig mogelijk maakt, doordat zij hen zoveel mogelijk middelen en mogelijkheden verschaft om hun fundamentele behoeften te bevredigen."

Hoewel hij de hele geschiedenis van Westeuropa sinds de 15 eeuw vanuit de economische verhoudingen beschouwt, verklaart hij de Middeleeuwse maatschappij als resultaat van verovering. Hij maakt daarbij gebruik van de legende dat de klassen in Frankrijk zijn ontstaan vanuit de onderwerping van de Galliërs door de Franken - een legende die zich doorzet in het werk van alle historici van de restauratieperiode, en met name bij zijn leerling Thierry. De Franken zouden een heersende klasse kunnen worden op grond van hun rol als 'organisatoren van de produktie'. Van de 5e tot de 15e eeuw waardeert hij het feodale systeem als progressief, omdat de heersende feodalen hun taak als organisatoren van de produktie vervulden. Hierna werd het een reactionaire orde, omdat de feodalen hun produktieve rol verloren en 'bloedzuigers van het volk' werden. De opkomende burgerij zou deze taak als organisator van de produktie steeds meer moeten overnemen. Deze nieuwe klasse ('de industriëlen'), met het vermogen om "het verloop van de civilisatie" vooruit te drijven, raadt hij aan niet met de tegenstander te spelen, maar deze 'een dodelijke slag' toe te brengen. Hij heeft zeer grote verwachtingen over alle zegeningen die de opkomende industrie zou brengen. Hij eist staatsmacht voor de 'industriële klasse' en roept bankiers en fabrikanten op om de leiding op zich te nemen van de noodlijdende massa.

Onder deze 'industriële klasse' rekent hij alle mensen die direct of indirect met de industrie van doen hadden: niet alleen bankiers, fabrikanten en arbeiders, maar ook de employés en kooplieden, ja zelfs de dichters en schilders die met hun produkten de industrie bezielden. Saint-Simon heeft dan nog geen oog voor de nieuwe klassentegenstellingen die de burgerlijke maatschappij zelf met zich meebracht. Hij is nog bevangen in de voor de 18e eeuw geldige opvatting dat aristocratie 'leeglopers', 'nietsnutten', 'lanterfanters' waren. Hij ziet dus nog niet dat er nieuwe klassentegenstellingen waren ontstaan en dat de parameters van de klassenstrijd inmiddels verschoven waren.

Na de economische crisis van 1815-16 neemt hij een sprong die hem aan gene zijde van het burgerlijk-liberale klassebegrip zou brengen. Op zestig jarige leeftijd begint hij de burgerlijke kennisgrenzen te doorbreken . Hij begint nu grote nadruk te leggen op de kenbaarheid en planbaarheid van de maatschappelijke ontwikkeling, en op de klasse-gebondenheid van alle morele categorieën. Hij krijgt oog voor de modern burgerlijke vormen van klassenstrijd en onderstreept de noodzaak van organisatie: hij roept de arbeidersklasse en in het bijzonder de arbeiders in de industrie - als wier woordvoerder en zaakwaarnemer hij zich profileert - op zich te organiseren om de ondernemers een omvangrijk plan voor publieke werken voor te leggen. Saint-Simon begint de "de talrijkste en armste klasse" bij haar naam te noemen, hij ziet zichzelf niet meer als spreekbuis van 'de onwetende klasse', maar van "de talrijkste klasse, de proletariërs." Hij probeert weliswaar geen echte theorie van klassenstrijd te ontwikkelen, maar formuleert wel hoekstenen van een radikaal socialistisch perspectief: "Om het lot van de massa te verbeteren is het niet voldoende de privileges op anderen over te dragen, men moet ze vernietigen; het is niet voldoende de misbruiken tegen andere te ruilen, men moet ze afschaffen."

De vaak bonte tegenstrijdigheden en wilde tegenspraken waarin Saint-Simon zijn nieuwe gedachten formuleerde kunnen hier natuurlijk niet breed worden uitgemeten. Om echter zijn ongemeen felle houding tegenover onproduktieve leeglopers en zijn dubbelzinnige, de liberale bourgeoisie onwelgevallige pleidooien voor 'de industriëlen' te illustreren, volsta ik met een verwijzing naar de beroemde parabel die hij in 1819 in zijn tijdschrift L'Organisateur publiceerde. Daarin stelt hij de vraag wat het voor de Franse natie zou betekenen, wanneer zij plotseling de bloem van haar 'industriëlen' zou verliezen: drieduizend van de eerste geleerden, kunstenaars, mestselaars en mannen van het bedrijf. Dan zou Frankrijk de kop en de ziel van haar leven verliezen en in rang plotseling beneden andere naties dalen; er zou minstens een hele generatie nodig zijn om dit verlies te vergoeden. En veronderstel nu eens dat in een nacht alle onproduktieve leeglopers zouden overlijden: koninklijke en adelijke figuren, ministers en maarschalken, kardinalen en rechter, beamten en de tienduizend rijkste eigenaars. Dit ongeluk zou Frankrijk zeker bedroeven, omdat de Fransen nu eenmaal goedhartig zijn. Maar verder zou het niet veel uitmaken - daarmee zou slechts het kwaad worden uitgeroeid.

De vraag waarom Saint-Simon in zijn laatste levensjaren nog een sprong kon maken die hem naar de andere oever bracht en waardoor hij in de geschiedenis van het maatschappelijke denken zo'n bijzondere rol speelt, is vaak gesteld, maar nooit concreet beantwoord. Zijn breuk met het liberalisme laat zich nog het beste verklaren vanuit de bijzonderheden van de sociaal-politieke situatie in het toenmalige Frankrijk. Herrnstadt heeft hiertoe een poging gedaan. De kernpunten van deze verklaring kunnen in vier punten worden samengevat.

De economische crisis van 1815-1816 verpletterde het idee dat er nu een ononderbroken en snelle progressie van de winsten mogelijk was geworden. Deze crisis werd volgens Saint-Simon veroorzaakt door onbegrip - resp. het negeren van zijn eigen inzichten en voorstellen - die de messiaanse opgave van de 'industriëlen' vertraagde.
Wederom steekt hij de 'noodlijdende mensheid' de helpende hand toe: hij verklaart zich bereid zijn jongste inzichten over de beste manier om de ongekende mogelijkheden die in de industrie in de 'industriëlen' besloten liggen bekend te maken. Het hiertoe met financiële steun van bankiers en fabrikanten opgerichte tijdschrift, L'Industrie dat vanaf 1817 verschijnt, wordt de grond ingeboord nadat praktisch alle geldgevers zich na het vierde nummers openlijk van hem distantiëren in een brief aan de minister van politie van het Bourbon-regime. Niet zozeer vanwege zijn opmerkingen tegen de instituties van het koningschap, alswel om zijn leer van de 'aardse moraal'. Om de overgang naar een nieuwe maatschappij zo gemakkelijk en vreedzaam mogelijk te maken, had hij voorgesteld de hemelse moraal in een aardse, wetenschappelijke moraal om te smelten. Hoewel hij hierbij nog abstraheerde van klassen en klassenstrijd, roept hij de rijke en bewust geworden bourgeoisie op om de héle mensheid te verlossen van nood en katastrofen. Dit botst scherp met wat de bourgeoisie wil: export-premies, staatskredieten, lagere lonen, hogere winsten, uitschakeling van de linkse ultra's. En het staat frontaal tegenover het reactionaire regime, dat politiespionnnen in de biechtstoel had gezet, de onfeilbaarheid van God en eeuwigheid van de christelijke moraal tot dogma had verklaard.
Saint Simon ergert zich over het feit dat men niet wil toegeven dat de heerschappij van het christendom voorbij is. En hem bekruipt steeds meer het gevoel dat de industriëlen' de rol die hij hen had toegewezen, hun messianistische taak, niet konden of wilden vervullen.
In de periode van economische opbloei van 1820 tot 1850 bracht voor bankiers en kooplieden een ongekende expansie van hun winsten met zich mee. Saint-Simon had verwacht zij hierdoor steeds beschaafder en onbaatzuchtiger zouden worden, dat zij de politieke macht aan de wetenschappers zouden overdragen, dat de ellende en nood van het werkende volk uit de wereld gebannen zou worden, dat de klassenstrijd tegen de leeglopers consequent tot een hoogtepunt doorgevoerd zou worden en dat het verschil tussen bezitters en bezitlozen zou afnemen. Dat bleek niet het geval. De aristocraten werden niet bestreden; er werden bij bosjes nieuwe leeglopers gekweekt; wetenschappelijk geschoolden werden voornamelijk als geprivilegieerde employés te werk gesteld door textielfabrikanten en zeephandelaren; fabrikanten en bankiers streefden slechts naar nog grotere winsten en verloren de laatste resten van hun verantwoordelijkheidsgevoel voor de arbeiders; hun gigantische verrijking leek hun hebzucht en winsthonger slechts te stimuleren; de arbeidende klasse profiteerde niet of nauwelijks mee van de economische opbloei en werden in deze periode van hoogconjunctuur gekweld door werkloosheid; de kloof tussen bezitters en bezitlozen, tussen rijkdom en armoede leek zich veeleer te verdiepen en te verscherpen; en er was nauwelijks nog een bankier of fabrikant te vinden die naar Saint-Simon's raadgevingen wilde luisteren.
Dit hele complex van sociaal-politieke transformaties breekt - via zijn persoonlijke 'negatieve ervaringen' - in op het illusoire, utopische verwachtingspatroon van Saint-Simon en opent zijn ogen voor de nieuwe figuratie die klassenverhoudingen en -strijd inmiddels hadden aangenomen. In zijn woedende verontwaardiging over de 'politieke apatie van de industriëlen' , waarvoor hij ook bij de koning geen gehoor vind, laat hij de burgerlijke legende van binnenuit ontploffen. Hij zoekt nieuwe adressanten voor zijn hervormingsvoorstellen, de opkomende arbeidersbeweging lijkt hiervoor de enige geschikte kandidaat.

Het christendom, als regulerende instantie om klassenconflicten te vermijden, faalt; het liberalisme, waarbij de burgerij onder de vorm van industriëlen het voortouw neemt, weigert door klassenegoïsme & winstbejag de maatschappij verder te ontwikkelen. Zij heeft wel het kapitaal om de staat naar een volgend niveau te tillen, maar zij verliest haar positie door kortzichtigheid en onwetenschappelijke methodes + zij weigert het egalitarisme aan te nemen omwille van dezelfde redenen.
De enige overblijvende mogelijkheid om de maatschappij technologisch verder te stuwen, is door deze onder de vleugels van de wetenschap te plaatsen: alleen academici en deskundigen kunnen de juiste beslissingen nemen, omdat zij niet gehinderd zijn door enige economische eigenbelangen. De technocratie zal de enige mogelijke weg zijn de komende eeuwen, want andere ideologieën komen dus duidelijk tekort om de complexe materie omtrent kennismaatschappij in zijn volledigheid te snappen.

KaZhAn
22 juni 2004, 12:11
algemeen forum of niet, ik denk dat er geen kat die hele epistel gaat lezen oO
kheb alleen al iets van burgeoisie gezien en das genoeg om te zeggen: BAH :)

Axira
22 juni 2004, 17:17
Gelezen,

maar het blijft een ideologie zoals een andere.

En welke kritiek kan saint-simonisme hebben op de moderne democratie ?
Academici en deskundigen zijn ook maar mensen en hebben dus ook belangen.

Shady
22 juni 2004, 21:22
VEEL TE VEEL TEXT :unsure:

iTom
22 juni 2004, 22:28
helemaal zelf geschreven ?

Time
22 juni 2004, 22:37
mja, lijkt me daje beoordeling van communisme hierop kunt toepasse:), op papier mooi maar niet uitvoerbaar

een regering gevormd uit brilliante geesten en gerenomeerde wetenschappers qua betrouwbaarheid gelijkstellen aan exacte wetenschappe lijkt me serieus voorbarig aangezien die mense in die regering ook maar mensen zijn zou het imo gewoon wachten zijn op een rotte appel om ook dit ideaal te klasseren...


ps: ITALIE GAAT DOOR :love: :applause: :D

edit: kakzweden en dene :angry:

Trixken
22 juni 2004, 23:30
off topic: geowned :p en twas gene fake wedstrijd ;)

EryciusPuteanus
23 juni 2004, 09:58
VEEL TE VEEL TEXT :unsure:
seconded

jongtan
23 juni 2004, 10:25
Als de engelse quote bovenaan dit geheel samenvat kan ik wel zeggen dat ik me achter dit standpunt sta...

Kben momenteel "Gebroeders Karamazov" van Dostojewski aan het lezen (cfr. De groot inquisiteur), waar dus ook de vraag naar "vrijheid" wordt in twijfel getrokken, en moet zeggen dat het idee dat hij hier naar boven brengt mezelf al in me is opgekomen.

Monkey
23 juni 2004, 11:22
Pff, dan komt een mens hier voor wat ontspanning tussen het studeren van filosofie (zo'n kutvak waar ze de studenten in iedere richting mee pesten :( ) en dan ist eerste dak hier lees nog veel groter gemem... :sad:

russian
23 juni 2004, 12:11
Geen crew member meer :p.

Lucian
23 juni 2004, 12:57
waaw, heb je nog zo'n boeiende dingen :)

pit24
23 juni 2004, 14:01
De visie dat academici geen belangen hebben, en de maatschapij zoveel zouden vooruithelpen
is vreselijk kortzichtig
imho, de enige manier om economis en sociaal er op vooruit te gaan
is een systeem zoals we nu hebben

en kijk, gaat het hier slecht, nee :)

kan het beter: JAZEKER, veel beter

maar niet door guy Verhofstad te laten veranderen door een (ik vermoed niet-democratis verkozen kandidaat, en dan hebben ze zowizo nog veel meer verplichtingen overal, want hoe zouden ze anders aan het bestuur worden gezet ;) )
--------------
een belangrijkere rol van wetenschappers, en grotere inspraak van universiteiten, is wel een goed plan

maar dit is maar mijn idee

wlibaers
23 juni 2004, 20:12
De visie dat academici geen belangen hebben, en de maatschapij zoveel zouden vooruithelpen
is vreselijk kortzichtig
imho, de enige manier om economis en sociaal er op vooruit te gaan
is een systeem zoals we nu hebben


Inderdaad. De wetenschap is goed om kennis te vergaren en nieuwe technologieën te ontwikkelen. En de wetenschap maakt vooruitgang. Maar een staat kan je niet door de wetenschap laten besturen, maar door individuele wetenschappers. En die zijn niet onfeilbaar, hebben ook zo hun rare ideeën,... In elke periode waren er hopen wetenschappers met flagrant verkeerde ideeën. Later hoor je natuurlijk alleen maar over diegenen die wel iets zinnigs te vertellen hadden. In elk zich snel ontwikkelend domein van de wetenschap zijn er trouwens verschillende meningen over de beste manier om verder te gaan. Zet een hoop wetenschappers in de regering, en laat ze debatteren over de verdeling van werkingsmiddelen over verschillende projecten. Dat zou interessante taferelen kunnen opleveren.

Bovendien willen ze misschien niet doen wat (volgens Saint Simon althans) het beste is voor het land. De andere groepen waarop hij z'n hoop gesteld had wilden dat ook niet doen. Dat geeft toch aanleiding tot enige twijfels over de haalbaarheid van zijn project.

Als het al haalbaar zou zijn, dan heb je nog steeds het probleem dat het resultaat slechter zou kunnen zijn dan verwacht, omdat het inherent problematisch is, of omdat de beweging onderweg gekaapt wordt door mensen met andere belangen. Iemand als Marx zou waarschijnlijk ook wel even schrikken als hij had gewten wat later allemaal in zijn naam uitgespookt zou worden.

Het lijkt soms wel een goed idee om de wereld beter te maken dan de mensen die erin leven, maar de kansen op succes zijn aanzienlijk kleiner dan die op een catastrofe, omdat dergelijke plannen doorgaans van een onrealistisch mensbeeld uitgaan.

john de non
24 juni 2004, 15:05
Lijkt me zeer interessant.

Kun je me goed boek over het Saint-Simonisme aanraden praetorian?

=[PraetoriaN]=
25 juni 2004, 12:44
Lijkt me zeer interessant.

Kun je me goed boek over het Saint-Simonisme aanraden praetorian?Dat is het probleem, in België zijn er eigenlijk de laatste 20 jaar geen boeken meer over Saint-Simon uitgegeven. Ik heb dit boek gekocht in Amerika voor kleine 300 fr. inclusief verzendkosten op Britse amazon.com via een kleine boekhandel in Boston, het wordt vaak aangeraden in essays omtrent hem:

The doctrine of Saint-Simon: an exposition, studies in the libertarian and utopian tradition, originally writed in 1828-1829 - Translated with notes and an introduction by George G. Iggers, Uitgeverij Schocken New York, 1972, 280 p.

Ik breng dinsdag een essay uit over hem inclusief een vergelijking met Marx zijn klassesysteem (opdracht voor maatschappijfilosofie)

stoffer
25 juni 2004, 14:44
Argh,

Samenvatting int kort?

john de non
26 juni 2004, 00:00
=']
Ik breng dinsdag een essay uit over hem inclusief een vergelijking met Marx zijn klassesysteem (opdracht voor maatschappijfilosofie)
Voel je zeker vrij het eens te posten of te PM'en. :)

=[PraetoriaN]=
26 juni 2004, 16:03
Voel je zeker vrij het eens te posten of te PM'en. :)
will do :)