De Cult van Aitohtlo - Deel 2 (versie 1.00)
by , 27 december 2009 at 23:24 (546 Bekeken)
Ik werd de volgende dag uit mijn appartement gezet. De huisbazin had immers alles gezien vanaf de overkant van ’t straat. Ze zat wel te zeveren over die paar tredes die ik in haar krot van een trappenhal had gebroken, maar ik kon goed in haar verschrompelde oogleden zien dat ze gewoon schrik had voor problemen. Die gasten van ’t Casino moesten maar eens te weten komen dat ik nog leefde en vlak tegenover hen woonde. Ze eiste haar laatste maand huur voordat ik vertrok, maar ze kon de boom in. Ik had die oude trut al genoeg betaald voor haar in elkaar stortend pand. Ik pakte mijn bullen en ging een paar blokken verder wonen. Niet dat de huisvestiging daar van hogere kwaliteit was. Kakkerlakken, lekkende muren en elektrische bedrading waar jaarlijks honderden kleuters het leven mee moesten bekopen, waren immers standaard.
Ik had Mortizia al maanden niet meer gezien. Ik kon die avond immers niet vergeten. Ik was er bijna aangeweest, gewoon omdat ik een jong meisje wou helpen. Soms ging ik met mijn lange regenjas op de hoek van ’t straat staan waar het toen allemaal gebeurd was. Buiten het gewoonlijke uitschot dat zich door de straten begaf viel er meestal niet veel te zien. De dikke achterdeur portier met een bloedrode pleister op zijn boksersneus had me niet gezien of herkent, de enkele keren dat ik er eens voorbij wandelde. Op een donkere avond merkte ik echter twee nieuwe donkere elven op. Het waren jonge kerels, tweelingen, ongetwijfeld gigolo’s. Die wisten misschien wel wat er met Mortizia’s vader of met Mortizia zelf gebeurd was. Dus ik hield hen tegen op het einde van de straat.
“Hey, kerels,” roepte ik.
De verwijfde tweelingen draaide zich om en glimlachten: “Ja wat is er schatjeeuh?”
“Kennen jullie die kerel dat vroeger bij jullie werkte? Hij had een dochter die altijd aan de achterdeur voor hem bleef wachten.”
Een van de kerels streelde zijn lange grijze vingers over mijn kin, die ik bewust wegtrok.
“Oh neen, da weteuh wij niet zelle. Wij werkeuh hier nog maar pas een paar weken. Maar als je meer wilt weteuh over achterdeurkes dan kunnen wij u wel wat leren, ze schatjeuh.” De donkere elven grinnikten naar me terwijl ze hun achterwerk heen en weer schudden.
“Neen, dank u,” antwoordde ik en baande me een weg terug naar huis, tot het duidelijke ongenoegen van de twee homo’s.
De avond was verloren en donker. Smalle steegjes boden onderdak voor zwervers en urban legends waar jonge kinderen ’s nachts van in hun bed waterden. Ik had al vele van die urban legends gehoord, gaande van zwarte tentakels die zwervers oppeuzelden tot vleesetende vismannen die in de riolen leefden. Volgens de Kerk van Cress waren al die verhalen immers waar, en indien niet altijd letterlijk, op zijn minst altijd figuurlijk en het aangezicht van veel diepere duistere waarheden. Complottheorieën, alle boeken, nutteloze literatuur stonden er vol van. Zogenaamde magie en geheime bovennatuurlijke culten die de touwtjes van de wereld in handen hadden. De perfecte sensatiezucht voor kranten om meer geld uit de goedgelovigen hun zakken te kunnen slaan.
Het geijl van de zwervers die hun bedelende handen uit de donkere steegjes hielden versterkten die fantasievolle verhalen enkel maar. “Help ons! Geef ons brood voor de monsters ons komen halen! Alstublief meneer!” … Ik draaide mijn ogen en gaf de bejaarde kerel een zilverstuk, waarop hij mijn schoenen begon te kussen. “Ja, ’t is al goed,” zuchtte ik en trok mijn voet weg. Ik was op zoek naar een rustige tent waar ik kon relaxen. Na een paar straten door te wandelen en enkele hondenuitwerpselen te ontwijken vond ik eindelijk een fatsoenlijke bar.
De barman met zijn zwarte ooglap en ruige baard keek me onverschillig aan als ik ging neerzitten aan een tafeltje. Ik deed teken dat ik een pintje wou, waarop hij tegen de rosse serveuse haar blote bovenrug tikte en haar met een fris glas naar mij stuurde. Haar brede glimlach verbleekte tegenover de bleke speelt in haar décolleté, net zoals haar aanwezigheid verbleekte toen ik opmerkte wie achter haar topless de danspaal tussen haar billen liet glijden. Ik proeste de slok bier die ik wou nemen terug uit. De rosse serveuse rolde haar ogen en nam mijn biljet aan zonder me mijn wisselgeld terug te geven. Ik was immers te afgeleid om het te beseffen. Mortizia, het 16-jarige meisje stond daar op het podium te strippen terwijl een ontaard mannelijk publiek verlangend hun armen strekten naar de zwarte leren hielen van de nieuwe plaatselijke godin. Ook al zagen donkere elven, zoals Mortizia, er op jonge leeftijd welgevormder uit dan mensen, je kon eveneens 13 jarige mensenmeisjes vaak terugvinden als stippers, masseuses of prostituees in de meeste lokale bars.
Ze danste schaamteloos en zwierig verder op het ritme van de trance muziek. Haar wilde rondingen doordrongen de dikke rokerswolk die de bar overheerste en haar sierlijke dans enkel maar meer tot de verbeelding liet spreken. Haar witte haar was opgestoken, zoals gebruikelijk en in hun eigen land enkel toegelaten was voor de vrouwen van keizerlijke stand. Bezwaarloos gleden haar lange grijze benen tussen de wellustige met biljetten gevulde handen van de toeschouwers heen, terwijl deze hun geld tussen de zwarte jartellen en slipje van het meisje frommelden.
Plots week haar zwoele blik af naar mijn richting. De uitdrukking van verrassing op haar gezicht maakte het duidelijk dat ze me herkende, terwijl ze elegant verder naar het einde van haar optreden toe danste. Haar blik regelmatig gefixeerd op mij. Ze gaf een laatste diepe buiging voor haar trouwe en gulle publiek. Wel in de omgekeerde richting dan meeste performers die normaal geven, zodat haar brede gladde achterwerk naar de zaal toe pronkte. Voordat ze van het podium verdween krulde ze haar vinger naar mij, als teken dat ik naar achter moest komen. Haar optreden had me redelijk zenuwachtig gemaakt en ik begaf me verstrooid naar de personeelsdeur naast het podium.
Twee struize kerels grepen me al snel bij de kraag toen ik de deur had geopend.
“Laat hem maar binn’n jongens, ie hoort bij mij,” zei Mortizia die plots met haar zwarte badjas achter de bouncers stond. Ik knikte mijn hoofd vriendelijk naar de twee mannen terwijl ze miskeurend mij bleven aanstaren. Donkerbruine houtskleuren en goedkope rode tapijten gaven de gangen achter de bar een elegante sfeer. Voordat we naar haar kamer gingen, gaf ze eerst al haar fooi af aan een schrale kerel met lang vettig haar. Er was iets serieus mis met die mens. Zijn ogen tuurde ontzettend snel heen en weer, terwijl hij met bevende handen zijn kistje opendeed waarin Mortizia rustig al haar geldbiljetten inlegde. Na het laatste biljet trok de man snel zijn kistje terug en klapte het dicht met een korte zenuwachtige gil. Ik bleef hem wantrouwend aanstaren terwijl me bij de hand naar haar kamer begeleidde, maar de man zat kennelijk in gedachten verzonken. Kistje open en dicht als er een stripper hem geld kwam geven, was het enigste dat hij gans de dag deed.
Mortizia’s kamer zag er allesinds veel beter uit dan mijn appartement. Het meisje was blijkbaar niet zo slecht terechtgekomen op haar eentje. Haar zwarte badjas hing slechts losjes over haar haast compleet naakte lichaam; donkere elfen toonden immers nooit een schaamte voor hun seksualiteit of hun van nature perfecte uiterlijk. Ze deed de deur dicht en draaide die stilletjes op slot, waarna ze zich omdraaide en met veel opdringerigheid me omhelste. Ik was te doordrongen van haar fysiek dominante aanwezigheid om te beseffen hoe een ruige kerel als ikzelf daar maar sukkelig en verlegen op mijn benen stond terwijl een jonge donkere elf me knuffelde.
“Ik b’n zo blij je te zien!” giegelde ze vol enthousiasme.
“Euh… Ik ook me u te zien… Ik dacht dat ge verdwenen waart!” stotterde ik.
“Nien, Ik was gewoon weggelop’n,” knikte ze een beetje weemoedig, haar blik zonk al snel in de grond terwijl ze haar twee handen aan de knoopjes van mijn hemd frutstelden: “Ik was te bang v’n al dat geweld. Toen ik die akelige lange man met zijn dikke dwergsnor u zag neerschiet’n werd het me teveel.” Het meisje werd plots stil en haar diepblauwe ogen maakten plaats voor een droeve schuldige blik. “Het spijt me! Ik had je moet’n help’n... Ik heb je gewoon achtergelat’n samen met mijn vader… Ik weet nog altijd nie waar ie is…”
“Hij is…,” en ik stopte abrupt. Was het wel verstandig om een verdrietig jong meisje mee te delen dat haar vader dood was? Ik was gewoon te zwaar onder de indruk van de hoopvolle blik in haar ogen. Ze staarde immers al te verwachtend naar mij, haar blik vragend of ik iets meer wist. “Hij is weggestuurd… terug naar Zwerfemka…” Ik kon niets anders verzinnen op dat moment, maar besefte meteen de dwaasheid van dat verzinsel.
Verdriet zonk in over haar gelaat toen ze dat hoorde. Dikke tranen begonnen vanuit haar ooghoeken te rollen terwijl ze haar gezicht tegen mijn hemd aandrukte. “Dan is ie nu al zeker dood!” schreeuwde het meisje in grief. Het gewicht van schuldgevoel begon zwaarder op haar schouders te wegen… “Ik had moet’n blijven.. Ik had moet’n blijven…”
Ik vloekte tegen mezelf in gedachten, natuurlijk worden migranten die teruggestuurd worden naar Zwerfemka allemaal geëxecuteerd, waar zat ik verdomme met mijn hoofd. Ach ja, het was misschien beter dat ze de waarheid wist, of toch iets dat dicht bij de waarheid aanleunde. Ik knuffelde het meisje diep in mijn armen terwijl ik haar troostend over het hoofd streelde. Sindsdien was er altijd een diepe band tussen mij en haar. Langzaam veranderde die band in verliefdheid en was ik eigenlijk best wel fier als ik haar overweldigende schoonheid menig manvolk zag verbazen in dat kleine gezelige barretje. Max, de barman en cafébaas had me ondertussen ook al leren kennen en ik hem. Hij was degene die in medelijden Mortizia onder zijn hoede had genomen en haar onderdak, eten, kleding en een voor haar bestemde baan had gegeven waarbij hij altijd zeker kon zijn van haar veiligheid en welgesteldheid; en waarmee ze hem veel geld opbracht. Geld dat gedeeltelijk naar een lokale bende ging, om de veiligheid van de bar te verzekeren en om Koen’s drugsschulden af te lossen, zijn broer, de bibberende kerel in de gang. Mortizia had me ondertussen duidelijk gemaakt waarom ze al haar fooi aan die kerel gaf: “Het kistje dient om onze veiligheid te betalen. Het is belangrijk.”
Na onze overduidelijke wederzijdse verliefdheid in deze rotte stad, kwam de relatie en de seks. Ik bracht haar geschenken, bloemen en sieraden, waarmee ze altijd ontzettend gelukkig was. En zij gaf mij menselijk contact. Zij was het enigste wezen dat ik kon vertrouwen in deze wereld. Mijn lichtbron in de duisternis. Een diamand in het riool.
Op een dag werd ik echter wakker in een nachtmerrie. Het lawaai van de zware regen die nacht, kletterde zo hard tegen mijn raam, dat ik niet meteen het gebonk op mijn deur hoorde. Uiteindelijk merkte ik het verontrustende lawaai op en trekte ik de deur open terwijl ik enkel nog in mijn onderbroek stond. “Kerel!” slaakte Max buitenadem: “Waar is Mortizia?!”. Hij keek me aan, in zijn ene oog een mix van haat, wantrouwen, angst en bezorgdheid. Emoties die ik even snel overnam toen ik zijn woorden hoorde. Mortizia kwam nooit buiten. Zelfs al was ze ondertussen 21 jaar geworden. Het was te gevaarlijk in de stad voor een vrouw als zij. Plots rood, het bloed van mijn lippen vloog als een dikke sliert door de kamer, mijn lichaam boog en draaide zich om een onverwachte slag van Max op mijn gezicht te compenseren. Ik viel met mijn buik op de grond en bleef daar, draaierig in mijn hoofd, liggen. Max was ondertussen in woede op mijn rug gesprongen en begon in mijn lever te slagen. “Waar is Moritizia! Wat hebde met haar gedaan?!” toornde hij.
Met een hernieuwde woede draaide ik me om en sloeg Max van me af. Hij greep vlug een stoel vast en trachtte mijn hoofd te raken met de poten. Maar ik sprong als een razende gek naar hem en duwde hem moeiteloos naar achter. Hij struikelde en viel met één worp door het fragiele raam achter hem. De scherven regenden samen met hem naar beneden in de donkere afgrond. Zijn angstige blik greep me vast terwijl zijn lichaam vier verdiepen lager bleef vallen. Tot hij neerstortte in de steeg met een doffe klank. Ik spurtte meteen naar beneden, elke verdieping die ik lager ging leek de ganse situatie onrealistischer.
Een zwerver die Max’ schoenen van zijn levenloze lichaam had getrokken vluchtte snel weg toen ik de steeg kwam ingelopen. Max was ongetwijfeld morsdood. Zijn baard doordrenkt van het bloed terwijl zijn gelaat tegen de natte stenen grond licht. Zijn dood kon me echter niet zo hard interesseren als Mortizia die verdwenen was. Ik graaide mijn vingers door zijn broekzakken en nam zijn portemonnee en sleutelbos mee en maakte dat ik zo snel mogelijk in de bar was.
[I](word vervolgd – einde deel 2)[/I]




